Twee sets algemene voorwaarden toepasselijk?

Inleiding twee tegenstrijdige sets algemene voorwaarden

In de praktijk komt het met name bij bedrijven die werkzaam zijn binnen een sector waarin er branchevoorwaarden gebruikt worden voor, dat er bij de totstandkoming van de overeenkomst twee verschillende sets algemene voorwaarden op een overeenkomst van toepassing (lijken te) zijn. Dat leidt tot problemen, want het is goed denkbaar dat in die voorwaarden tegenstrijdige bepalingen staan. De Hoge Raad heeft twee arresten gewezen over deze problematiek, te weten in de zaak Visser/Avero uit 1997 en recenter in de zaak ForFarmers/Doens (2015).

Arrest Visser/Avero

In het arrest Visser/Avero d.d. 28 november 1997 (ECLI:NL:HR:1997:ZC2507) had een loodgieter op de factuur vermeld, dat de “Loodgieters- en Fitters Voorwaarden” of de “ALIB-voorwaarden” van toepassing waren.

De Hoge Raad besliste daarop, dat in die situatie waarin alternatieve voorwaarden van toepassing verklaard worden, geen van beide op de overeenkomst van toepassing is. De gebruiker schiet zich daarmee dus behoorlijk in de voet.

De Hoge Raad overwoog in r.o. 3.4:

“Het gaat hier om een gebruiker van twee verschillende stellen algemene voorwaarden, die beide in één verwijzing op de door de gebruiker te verrichten leveringen van toepassing zijn verklaard zonder dat op enigerlei – voor de wederpartij begrijpelijke en niet onredelijk belastende – wijze is aangegeven of nader geregeld welke van de stellen van toepassing zal zijn. In zo’n geval maakt geen van de onderling verschillende stellen algemene voorwaarden deel uit van de overeenkomst en kan de gebruiker zulks niet verhelpen door zelf alsnog één van de stellen algemene voorwaarden te kiezen”.

Arrest ForFarmers/Doens

In het arrest ForFarmers/Doens d.d. 24 april 2015 (ECLI:NL:HR:2015:1125) had Doens in twee sets algemene voorwaarden op de overeenkomst van toepassing verklaard, waarin tegenstrijdige forumbedingen waren opgenomen. Onderaan het briefpapier van Doens, waarop de overeenkomst was vastgelegd, staat vermeld dat de Algemene Verkoop- en Betalingsvoorwaarden” van Doens op de overeenkomst van toepassing zijn. Deze bepalen dat geschillen moeten worden voorgelegd aan de rechtbank in Middelburg. In de tekst van de overeenkomst waren echter de “Conditiën van de Nederlandse Handel in Granen en Diervoedergrondstoffen” vastgelegd, die in de branche gebruikelijk zijn. Volgens artikel 45 lid 1 van de branchevoorwaarden moeten geschillen worden beslecht door arbitrage. ForFarmers dagvaardt Doens voor de rechtbank in Middelburg omdat de geleverde mais te veel dioxine zou bevatten. Doens beroept zich echter in een incident van onbevoegdheid op het arbitragebeding. De rechtbank wijst de incidentele vordering toe en verklaart zich niet bevoegd om van het geschil kennis te nemen.

ForFarmers gaat in hoger beroep en stelt daar dat zich hier eenzelfde situatie voordoet als in de zaak Visser/Avero, zodat geen van beide sets voorwaarden van toepassing is. Kennelijk wees de normale competentie ook naar rechtbank Middelburg. Het Hof volgt ProFarmers niet in haar betoog. Het Hof is van oordeel, dat – anders dan bij Visser/Avero – in dit geval beide sets voorwaarden van toepassing zijn. In de eerdere zaak was er immers sprake van alternerende voorwaarden, zodat niet helder was welke gekozen moest worden. Maar hier is sprake van cumulatie van bedingen. Dat betekent dat de overeenkomst – de algemene voorwaarden maken immers deel uit van de overeenkomst – beide, maar tegenstrijdige sets voorwaarden omvat. In de situatie waarin in een overeenkomst tegenstrijdige bedingen staan, moet volgens het Hof op grond van de Haviltex-maatstaf worden uitgelegd, welk forumbeding prevaleert. Daarbij kiest het Hof voor het arbitragebeding.

Het Hof baseert dit op de volgende omstandigheden:

  • partijen hebben regelmatig soortgelijke overeenkomsten met elkaar gesloten
  • ForFarmers kent de branchevoorwaarden als professionele partij goed en mocht dus bekend verondersteld worden met het arbitragebeding in die voorwaarden
  • en vooral: net als bij eerdere overeenkomsten was de toepasselijkheid van de branchevoorwaarden met de hand bijgeschreven, terwijl de toepasselijkheid van de eigen voorwaarden van Doens voorgedrukt op het papier stond

(Geen) andere uitkomst mogelijk?

De vraag is, of dit een bevredigende uitleg is. Er zouden andere oplossingen denkbaar geweest zijn, zoals een beslissing dat uit de omstandigheid dat de verwijzing naar de branchevoorwaarden met de hand erbij geschreven waren moet worden opgemaakt dat het de bedoeling van partijen was, dat deze voorwaarden en niet de eigen voorwaarden van toepassing waren. Dat had ForFarmers in dit geval overigens niet geholpen. Daar heeft het Hof echter niet voor gekozen, en misschien speelde daarbij mee dat het debat over algemene voorwaarden volgens het wettelijk systeem niet over de hele set voorwaarden gaat maar steeds over afzonderlijke bedingen.

Bovendien heeft dat tot gevolg, dat dan ook andere bedingen – in dit geval uit de eigen voorwaarden van Doens – ook niet van toepassing zouden kunnen worden en dan schiet dit zijn doel voorbij. Misschien beoogde Doens wel degelijk beide voorwaarden naast elkaar te hanteren, maar was deze vergeten dat de forumbedingen met elkaar in strijd waren. Bij het opstellen van algemene voorwaarden moet je er dus wel op bedacht zijn, dat de gebruiker meerdere voorwaarden kan hanteren, en er voor zorgen dat die goed op elkaar worden afgestemd.

Een andere oplossing had kunnen zijn om op basis van art. 6:232 B.W. te beslissen dat bij onduidelijkheid de voor de wederpartij meest gunstige uitleg van de bedingen moet worden gekozen. Dat ligt echter weer minder voor de hand omdat de bepalingen in zichzelf niet tegenstrijdig waren, maar er gekozen moest worden tussen twee conflicterende bedingen.

[MdV, 31-07-2016]

 

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]