Best Golf en Country (Ondernemingskamer) d.d. 20-04-1989

Hof Amsterdam (Ondernemingskamer) d.d. 20 april 1989

In deze kwestie is het verzoek tot het openen van een enquete-procedure door de Ondernemingskamer (OK) afgewezen.

Casus

In augustus 1986 is de besloten vennootschap Best Golf en Country B.V. opgericht door Golf Best Beheer B.V.  (GBB) (bestuurder dhr. Van Rozen). Doel van de vennootschap was de ontwikkeling en exploitatie van een golfcentrum in Best. Nadat Van Rozen het plan had bedacht en uitgewerkt, kwam hij in contact met dhr. Van Heesewijk bestuurder van de vennootschap Nederlandse Bouw- en Betonmaatschappij B.V. (NBB). In juli 1987 zijn er 400 extra aandelen van Best Golf en Country uitgegeven aan een dochtervennootschap van GBB, Neerpelt Management B.V., waardoor Neerpelt en GBB ieder 50% van de aandelen hielden.

Eind 1986 was er overeenstemming bereikt met de gemeente Best over de aankoop van grond voor de aanleg van het golfcentrum. De aanbetaling van 10% is voorgeschoten door NBB, tot 1 juni 1988. Op 23 februari 1988 is er een aannemingsovereenkomst gesloten met NBB voor de aanleg van het golfcentrum voor NLG 6,8 mio. Best Golf en Country  had voor de financiering geregeld: haar aandelenkapitaal van 80K, een lening van Stichting Certificaathouders Golfcentrum Best (opgericht door Van Rozen) en bancaire financiering, waarbij NBB zich garant gesteld heeft tot een half miljoen NLG. En verder een achtergestelde lening van NBB-Beheer van 1 mio NLG.

Vervolgens ontstond er verschil van mening tussen Van Rozen en Van Heesewijk. Dit leidde tot het ontslag van Van Rozen als bestuurder bij NBB (hij was daar aangesteld door Van Heesewijk) en de procedure bij de Ondernemingskamer. Inzet van die procedure was een reeks van feitelijke verwijten, maar de kern was:

  • een betaling van NLG 100.000 aan GBB voor voorgeschoten kosten;
  • de weigering rente te betalen over een door NBB-Beheer verstrekte achtergestelde lening en om de garantiekosten te vergoeden;
  • het feit dat er geen commissaris is aangesteld, terwijl de statuten dit voorschrijven

Juridisch relevante beslissingen

Neerpelt had enquête verzocht, stellende dat er op diverse gronden sprake was van er gegronde reden is om aan een juist beleid van de directie van Golf Best en Country te twijfelen.

Patstelling op zichzelf onvoldoende reden

De OK wijst de stelling van de hand, dat het enkele feit dat er sprake is van een patstelling tussen de twee 50% aandeelhouders op zichzelf al voldoende reden is om een enquête te gelasten. Kortom, daar is meer voor nodig.

Overige gestelde feiten staan onvoldoende vast

Het zou desalniettemin wel mogelijk zijn, dat er reden is om aan een juist beleid te twijfelen. De opsomming van feiten, die Neerpelt aan het verzoek ten grondslag legt, is echter onvoldoende komen vast te staan. Om die reden wijst de OK het verzoek af.

Een aantal van de besproken redenen zijn de volgende:

  • de bestuurder zou niet mee willen werken – dit betwistte hij en kwam niet voldoende vast te staan
  • er moest een commissaris komen en daar kwam men niet uit – ook dit werd betwist en achtte de OK niet onoplosbaar
  • er werd geen rente betaald en de garantiekosten werden niet vergoed aan NBB-Beheer – de OK stelde vast dat er geen duidelijke afspraken gemaakt waren en dit verwijt dus niet terecht was. NBB was daar mede zelf debet aan
  • het uitbetalen van NLG 100.000 aan Van Rozen was ook niet onterecht – die betaling was in de begroting voorzien en NBB was daarmee bekend en akkoord

[MdV 25-11-2016]