Arbitrage-overeenkomst (Afd. 1, Titel 2, Boek 4 Rv.)

Inleiding arbitrage-overeenkomst

Voor Nederlandse arbitrages is de arbitrage-overeenkomst geregeld in Titel 1, Boek 4 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (“Rv.”). De arbitrage-overeenkomst is geregeld in Afdeling 1 van deze titel. (*NB)

De arbitrage-overeenkomst (arbitragebeding)

Partijen kunnen de afspraak waarmee zij voor arbitrage kiezen in een beding in een overeenkomst opnemen, of dit afzonderlijk in een overeenkomst vastleggen (art. 1010 lid 2 Rv.). Bij voorbeeld over een schadekwestie, waarbij er voor het ontstaan van de schade hun rechtsbetrekking niet ontleend wordt aan een overeenkomst.

Ook kan een arbitragebeding worden opgenomen in algemene voorwaarden, statuten of reglementen (lid 5). Wanneer het arbitragebeding is opgenomen in algemene voorwaarden, dan wordt dit bij consumenten op grond van art. 6:236 aanhef en sub n B.W. geacht onredelijk bezwarend te zijn, tenzij de consument een maand bedenktijd krijgt om alsnog te kiezen voor de gewone overheidsrechter. De tekst van de wet:

Art. 6:236 B.W.:

“Bij een overeenkomst tussen een gebruiker en een wederpartij, natuurlijk persoon, die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf, wordt als onredelijk bezwarend aangemerkt een in de algemene voorwaarden voorkomend beding

n. dat voorziet in de beslechting van een geschil door een ander dan de rechter die volgens de wet bevoegd zou zijn, tenzij het de wederpartij een termijn gunt van tenminste een maand nadat de gebruiker zich schriftelijk jegens haar op het beding heeft beroepen, om voor beslechting van het geschil door de volgens de wet bevoegde rechter te kiezen;”

Van de arbitrage-overeenkomst kan een arbitragereglement onderdeel uitmaken (lid 6). Zie bij voorbeeld het arbitragereglement van eCourt of het arbitragereglement van het NAI.

Bewijs van arbitragebeding

Tussen partijen kan discussie ontstaan, of er arbitrage is afgesproken. Arbitrage moet schriftelijk worden vastgelegd, en dus door overlegging van dit schriftelijke stuk bewezen worden (art. 1021 Rv.). De wederpartij kan ook stilzwijgend hebben ingestemd met een arbitragebeding (bvb. via algemene voorwaarden).

Bij het aanhangig maken van een procedure moet dus opgelet worden, of er wellicht arbitrage is afgesproken. Er kan een bevoegdheidsincident ontstaan, wanneer gedagvaard wordt voor de gewone rechter in weerwil van het arbitragebeding.

*NB de links op deze pagina verwijzen naar de versie van de wet zoals die geldt voor digitaal procederen. Zie voor niet-digitaal deze link.

[MdV, 25-01-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.