Conservatoir beslag onroerende zaak (Afd. 6, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Inleiding conservatoir beslag onroerende zaak

De regeling van het conservatoir beslag op een onroerende zaak valt binnen het raamwerk van het conservatoir beslag van Titel IV van Boek III Rv. inzake “Middelen tot bewaring van recht” (klik hier voor de wettekst zoals geldt voor niet-digitaal procederen).

Daarom is de regeling die specifiek ziet op het conservatoir beslag op onroerende zaken betrekkelijk summier. Die staat in Afd. 6 van genoemde titel en omvat slechts drie wettelijke bepalingen (niet-digitaal klik hier).

Algemene vereisten beslagrekest

Voor het leggen van beslagen is het raadplegen van de door de Rechtspraak gepubliceerde Beslagsyllabus nuttig. deze vermeldt allereerst de algemene vereisten voor beslagrekesten, waaronder in onderdeel (A) het vertrekpunt dat dit een verzoekschrift is in de zin van art. 278 Rv. alsmede dat dit ingevolge art. 21 Rv. de rechtbank volledig geïnformeerd moet worden (zo is het indienen van beslagrekesten bij verschillende rechtbanken niet toegestaan zonder dit te vermelden) en het verzoek moet uiteraard de gronden van de vordering bevatten. Blz. 37 e.v. behandelen specifiek het conservatoir beslag onroerende zaken.

Begroting van de vordering

Omdat het beslag wordt gelegd tot zekerheid van verhaal van een bepaalde geldvordering, zal ook begroting van die vordering verzocht moeten worden. Zie in dit verband ook rechtbank Arnhem d.d. 12 juni 2007 (opheffing beslag, want niet strekkend tot voldoening van een geldsom).

Vuistregel is dat de vordering incl. rente en kosten begroot wordt op de hoofdsom plus een opslag van 30%.

Vrees voor verduistering

In het verzoek moet aan de hand van concrete feiten worden gemotiveerd dat er sprake is van vrees voor verduistering, d.w.z. onttrekking aan het verhaal van de schuldenaar. Bij voorbeeld omdat het huis te koop staat. Zie ook de pagina Conservatoir beslag (algemeen), en de hieronder vermelde rechtspraak.

Hof Den Haag (zie onder) overwoog met betrekking tot de gestelde vrees: “Dat niet kan worden uitgesloten, dat [appellant] zich zal schuldig maken aan verhaalsonttrekking is in zijn algemeenheid niet onjuist, maar onvoldoende om in een concreet geval vrees voor verduistering aan te nemen.”

Bevoegde rechter

De bevoegde rechter is de voorzieningenrechter van de rechtbank binnen welker rechtsgebied een of meer van de onroerende zaken zich bevinden.

Bepaald aan te wijzen zaak of zaken

Art. 725 Rv. bepaalt, dat indien aan de algemene vereisten voor conservatoir (verhaals)beslag van art. 711 lid 1 en 2 Rv. is voldaan, ook beslag gelegd kan worden op één of meer onroerende zaken. De wet spreekt van “bepaalde”, wat impliceert dat wel specifiek moet worden aangegeven.

Dit vereiste strookt met art. 711 lid 3 Rv., dat eist dat het in beslag te nemen goed in het verzoekschrift moet worden omschreven. Volgens de beslagsyllabus is vermelding van de kadastrale aanduiding niet noodzakelijk.

De bepalingen inzake executoriaal beslag op onroerende zaken zijn van overeenkomstige toepassing, aldus art. 726 lid 1 Rv., in het bijzonder art. 504a lid 1 Rv. (beslag slechts mogelijk voor bepaalbare geldelijke vordering), art. 505 Rv. (inschrijving in registers en rechtsgevolg beslag), 506 (zorgplicht), 507a (beslag treft mede vervangende schadevergoeding), 507b (Vormerkung) en 513a Rv. (doorhaling).

Lid 2 bepaalt dat de termijn van art. 508 Rv. (betekening beslag aan hypotheekhouder) pas begint te lopen vanaf het moment waarop een executoriale titel is verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden èn aan de schuldenaar is betekend. Die betekening leidt de executoriale verkoop in. Daarbij heeft de hypotheekhouder in beginsel het voortouw te nemen.

Instellen van de eis in hoofdzaak; verval beslag

In het verzoekschrift moet gevraagd worden om een termijn te bepalen voor het instellen van de hoofdzaak (tenzij er al een procedure loopt, dan moet die zo concreet mogelijk vermeld worden, liefst met rol- en zaaknummer). In de regel wordt een termijn van 14 dagen gesteld, maar verzocht kan worden om een langere termijn te vergunnen.

Als de beslaglegger de eis in de hoofdzaak niet tijdig binnen de daarvoor door de Voorzieningenrechter gestelde termijn instelt, komt het beslag te vervallen. De beslaglegger dient het beslag op straffe van schadeplichtigheid dan onverwijld te doen doorhalen (art. 727 Rv.).

Andere relevante pagina’s

Conservatoir beslag(Titel 4, Boek 3 Rv.)

Algemene bepalingen conservatoir beslag (Afd. 1, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag in handen van de schuldenaar (Afd. 2, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag aandelen (Afd. 3, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag onder derden (Afd. 4, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag onder de schuldeiser (Afd. 5, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op rechten uit een sommenverzekering (Afd. 5A, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op onroerende zaken (Afd. 6, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op schepen (Afd. 6A, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op luchtvaartuigen (Afd. 6B, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen (Afd. 7, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag tegen schuldenaren zonder bekende woonplaats in Nederland (Afd. 8, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Middelen tot bewaring van zijn recht op goederen van een gemeenschap (Afd. 9, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Executie van onroerende zaken

Rechtspraak

Vrees voor verduistering

Hof Den Haag 2 maart 2006 (beslag op onroerende zaak; onderbouwing van “gegrond”; de enkele kans op verhaalsonttrekking is niet voldoende, zie met name r.o. 4.2 laatste zin)

Vormerkung

Zie over beslag op een reeds verkochte onroerende zaak, welke verkoop in de registers is ingeschreven (Vormerkung, art. 7:3 lid 1 B.W.) Hoge Raad 6 februari 2009. Het beslag kan niet tegen de koper worden vervolgd, en rust niet automatisch op de koopsom. De notaris mocht aan de verkoper doorbetalen. NB de regeling van art. 507b Rv. waarmee het beslag alsdan komt te rusten op de koopsom, is pas ingevoerd per 1-1-2016 (Stb. 2015, 396). Vandaar dat de eiser in deze zaak leidend tot bovenstaand arrest er naast greep.

En voorts Rechtbank Amsterdam 4 oktober 2017, waar leveringsbeslag was gelegd maar als gevolg van de Vormerkung levering niet meer toewijsbaar was. Conversie in geldvordering kon niet meer doordat de eis daar niet op was ingericht.

[MdV, 24-05-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.