Conservatoir loonbeslag (art. 720 Rv.)

Inleiding conservatoir loonbeslag

De beslaglegger kan ook onder de “werkgever” beslag leggen op inkomsten van de schuldenaar uit hoofde van een arbeidsverhouding. Dat hoeft niet per se een arbeidsovereenkomst te zijn.

Dit beslag treft alles, wat de derde-beslagene (de “werkgever”) aan de schuldenaar reeds verschuldigd is, maar ook op alles wat hij verschuldigd zal worden uit hoofde van de – ten tijde van het beslag bestaande – rechtsverhouding. Dit moet in het beslagrekest uiteraard ook zo geformuleerd worden.

Derdenbeslag

Dit beslag is een species van het algemene conservatoir beslag onder derden, geregeld in Afd. 4, Titel 4, Boek 1 Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering  (art. 720 Rv.). Voor de specifieke eisen aan het loonbeslag verwijst de wet kortweg naar de bepaling voor executoriaal derdenbeslag (art. 475 Rv.) en executoriaal loonbeslag art. 475c Rv. . Zie ook art. 475a Rv. inzake de niet voor beslag vatbare vorderingen en de beslagvrije voet (art. 475b Rv. en volgende).

Geen beslagvrije voet geldt voor niet-ingezetenen (art. 475e Rv.). Deze kunnen echter een verzoek tot de Kantonrechter wenden om deze toch toe te passen. In dat geval wordt aan de hand van de concrete inkomens- en andere financiële gegevens getoetst wat redelijkerwijs vrijgelaten moet worden. De beslagene zal zijn verzoek wel moeten onderbouwen en aantonen.

Informatieplicht schuldenaar

Een schuldenaar moet aan een deurwaarder die een titel heeft desgevraagd zijn bronnen van inkomsten opgeven (art. 475f Rv.).

Horen van de schuldenaar voor conservatoir beslag

Wanneer beslag wordt gelegd op een periodieke betaling als bedoeld in art. 475c Rv. (o.a. omvattende beslag op loon), dan moet de schuldenaar voorafgaand aan het conservatoire beslag worden gehoord (art. 720 Rv., laatste volzin). Verschijnt de schuldenaar niet, dan is zijn beurt voorbij.

De Beslagsyllabus (versie 2016) zegt hierover:

NB 3: Loonbeslag: ingeval van beslag op een vordering tot de in artikel 475c Rv genoemde periodieke betaling (zie artikel 720 Rv) dient de gerekwestreerde te worden gehoord, althans de gelegenheid daartoe te krijgen. De griffie stuurt in dat geval op instigatie van de beoordelaar van het beslagrekest een oproep voor een zitting. Als de gerekwestreerde niet verschijnt of, bij wel verschijnen diens verweer ongegrond wordt geoordeeld, wordt het verlof verleend.
Periodieke betalingen zijn: loon,uitkering sociale zekerheidswetten (m.u.v. kinderbijslag), pensioen, uitkering levensverzekering e.d., alimentaties, bepaalde bedragen betreffende arbeidsbemiddeling, scholing enz.
Indien niet alleen verlof voor loonbeslag wordt gevraagd, kan – indien het desbetreffende verzoek overigens gegrond is – het verlof voor het overige worden verleend en bij de verlofverlening het volgende worden bepaald: “…, behoudens ten aanzien van het verzochte verlof tot beslag op de door de gerekwestreerde te ontvangen periodieke betalingen, waaromtrent de voorzieningenrechter, alvorens verder te beslissen, de gerekestreerde ingevolge artikel 720 Rv in de gelegenheid zal stellente worden gehoord.”
De verzoeker moet wel uitdrukkelijk om een dergelijke gesplitste behandeling van het beslagrekest vragen. Om te voorkomen dat een dergelijk beslagrekest door de griffie van de rechtbank toch meteen met een oproep voor een zitting aan de gerekwestreerde wordt gestuurd,verdient het aanbeveling om een verlofverzoek voor loonbeslag en niet-loonbeslag door middel van
twee afzonderlijke beslagrekesten te doen.

NB de links naar de wetteksten verwijzen naar de (gewijzigde) wettekst voor digitaal procederen. Zie voor niet-digitaal deze link.

[MdV 2-11-2016; bijgewerkt 22-01-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.