Conservatoir vreemdelingenbeslag (Afd. 8, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Inleiding conservatoir vreemdelingenbeslag

In geval de Nederlandse rechter in beginsel geen rechtsmacht heeft, omdat de gedaagde partij in het buitenland is gevestigd, geeft art. 10 Rv. jo. art. 767 Rv. nog een extra mogelijkheid om rechtsmacht te creëren: het conservatoir vreemdelingenbeslag (ook wel: “saisie foraine”).

Wanneer de eisende partij zelf in Nederland gevestigd is dan is de omweg van art. 767 Rv. niet nodig, omdat art. 109 Rv. dan reeds rechtsmacht van de Nederlandse rechter vestigt. Dit geldt echter uiteraard niet wanneer de EEX-Vo van toepassing is, want dan prevaleert het EEX-Vo en geldt als aangewezen forum (als hoofdregel) dat van de gedaagde in de andere lidstaat. Uitzonderingen zijn mogelijk op basis waarvan toch bij de Nederlandse rechter uitgekomen kan worden, maar dat valt buiten het bestek van het vreemdelingenbeslag.

De bepaling mist dus toepassing, wanneer hetzij de EEX-Vo, de Nederlandse wet (bvb. art. 109 Rv.), een ander verdrag of een partij-overeenkomst geen alternatieve weg bieden om een titel te verkrijgen, tenzij de langs andere weg te verkrijgen titel niet in Nederland ten uitvoer gelegd kan worden.

Wanneer er in Nederland conservatoir beslag gelegd is op een verhaalsobject van de wederpartij, dan schept dit rechtsmacht voor de Nederlandse rechter om van de hoofdzaak kennis te nemen. De rechter baseert zijn internationale rechtsmacht dan uitsluitend op het beslag in Nederland. Het aldus geschapen “forum” noemt men dan ook wel “forum arrestii”.

Vreemdelingenbeslag is niet een bepaalde soort van beslaglegging. Het kan bij alle soorten beslag (op onroerende en roerende zaken, op vorderingen, op aandelen enz.) worden toegepast.

Dit kan blijkens het arrest Andrea Piggioli/V. & N. Impag (HR 22 april 1983, NJ 1984, 180) ook een beslag van de schuldenaar onder zichzelf (op grond van art. 724 Rv.) zijn. Daarvoor is blijkens dit arrest niet nodig dat er schriftelijke bescheiden moeten zijn waarop de vordering wordt gebaseerd. De vordering behoeft slechts aannemelijk te zijn. Zie echter wel de nagenoemde voorwaarde.

Voorwaarden

Er moet sprake zijn van een gedaagde, die hetzij niet in Nederland gevestigd is, of van wie geen woonplaats of verblijfplaats bekend is.

Voorwaarde is verder, dat er geen valide alternatief voorhanden is.  Met name wanneer er op basis van de EEX-Vo in een andere lidstaat van de EU kan worden gedagvaard, kan dit op problemen stuiten bij een poging om rechtsmacht van de Nederlandse rechter te vestigen. Zie de hierna geciteerde overweging van de Hoge Raad over de Parlementaire geschiedenis in het onderstaande arrest.

Ook een forumkeuzebeding kan in de weg staan aan het gebruik van vreemdelingenbeslag als middel om rechtsmacht van de Nederlandse rechter te vestigen. Ook al is er in Nederland beslag gelegd, dan nog moet de procedure worden ingeleid bij de rechter overeenkomstig het forumkeuzebeding. Zie het arrest Baltic Shipping/Ingosstrakh Insurance (HR d.d. 9 november 2012, NJ 2012, 638).

En er moet uiteraard een beslagobject in Nederland zijn, waarop de eisende partij hier te lande beslag kan leggen (en waarvoor hij verlof krijgt van de Voorzieningenrechter).

Wanneer er beslag onder een derde (daaronder mede te verstaan onder zichzelf) gelegd wordt, moet specifiek worden vermeld, waarop beslag gelegd wordt. Dit om te voorkomen, dat getracht wordt door beslag onder een derde rechtsmacht te scheppen, zonder dat er een reëel beslagobject in Nederland is.

Vrees voor verduistering hoeft niet te worden gesteld en bewezen (art. 765 Rv.).

Opheffing beslag door zekerheidstelling

Wanneer het beslag door zekerheidstelling wordt opgeheven, ontneemt dit niet de bevoegdheid van de Nederlandse rechter in de hoofdzaak. Dit geldt wanneer in een executiegeschil in kort geding zekerheidstelling wordt gegeven, maar ook wanneer na verkrijgen van het verlof maar voor de beslaglegging zekerheid wordt gesteld.

Beslagkosten

Ook de vordering inzake de kosten van het beslag is voldoende om rechtsmacht te vestigen. Wanneer er dus geen andere weg is om hier een titel voor te krijgen, dan is de Nederlandse rechter bevoegd.

Voorbeeld wijze van toetsen

Voor een voorbeeld van de wijze waarop dit getoetst wordt, zie het op de hoofdpagina Rechtsmacht genoemde vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 20 juli 2016. Daar werd de bevoegdheid van de Nederlandse rechter uitgesloten, omdat de overeenkomst een forumkeuze bevatte, die verwees naar de Engelse rechter. Omdat dit een volwaardig alternatief biedt, waarmee op grond van het EEX-Vo een in Nederland uitvoerbare titel kan worden verkregen, was het beslag onvoldoende grondslag voor het aannemen van de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om van de vordering kennis te nemen.

Misbruik van (proces)recht

Het gebruiken van de mogelijkheid rechtsmacht te scheppen door middel van beslag op vermogensbestanddelen in Nederland kan ook misbruik van (proces)recht zijn in de zin van art. 3:13 lid 2 B.W.. Zie voor een geval waarin dit aan de orde was het arrest van de Hoge Raad inzake Dongray Industrial Ltd./GÉCAMINES d.d. 4 oktober 2013.

De Hoge Raad overweegt in r.o. 3.4.2. als volgt:

Bij de beoordeling van het onderdeel wordt vooropgesteld dat het hof – in cassatie onbestreden – heeft overwogen dat in deze zaak de rechtsmacht van de Nederlandse rechter uitsluitend kan worden gebaseerd op art. 767 Rv.

Deze bepaling heeft tot doel rechtsmacht te scheppen voor de Nederlandse rechter in zaken waarin anders geen bevoegde rechter in Nederland zou zijn aangewezen, terwijl in Nederland voor de schuldeiser wel verhaalsmogelijkheden bestaan. Met de regeling van
art. 767 Rv is niet beoogd de schuldeiser in Nederland een bevoegde rechter te verschaffen opdat hij de beslissing die hij langs deze weg heeft verkregen, ten uitvoer kan leggen op buiten Nederland gelegen vermogensbestanddelen van de schuldenaar (vgl. Parl. Gesch. Wijziging Rv e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6, p. 340-342)).

Het hof heeft overwogen dat, gezien de omvang van de vordering van Gécamines op NSS van maximaal € 100,– en gelet op de afwezigheid van andere vermogensbestanddelen van Gécamines in Nederland, alsmede de omstandigheid dat Dongray ten tijde van het uitbrengen van de inleidende dagvaarding met een en ander bekend was, het beslag onder NSS door Dongray niet is gelegd en vervolgd met het oog op het benutten van in Nederland bestaande verhaalsmogelijkheden, zodat Dongray misbruik heeft gemaakt van de bevoegdheidsgrond van art. 767 Rv. In het licht van de hiervoor weergegeven ratio van art. 767 Rv geeft het oordeel van het hof niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat de wetgever de in het onderdeel genoemde waarborgen in het leven heeft geroepen om misbruik van art. 767 Rv tegen te gaan, staat niet eraan in de weg dat de rechter tot het oordeel komt dat de beslaglegger zijn bevoegdheid misbruikt in de zin van art. 3:13 lid 2 BW en op grond daarvan oordeelt dat de Nederlandse rechter geen rechtsmacht toekomt ter zake van de ingestelde vordering. De klacht faalt dus.

Vreemdelingenbeslag onder KEI

De regeling van art. 767 Rv. zal inhoudelijk onder KEI niet veranderen. De bepaling zal tekstueel iets worden aangepast aan het gewijzigde systeem van de (digitale) procesinleiding.

Andere relevante pagina’s

Conservatoir beslag (Titel 4, Boek 3 Rv.)

Algemene bepalingen conservatoir beslag (Afd. 1, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag in handen van de schuldenaar (Afd. 2, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag aandelen (Afd. 3, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag onder derden (Afd. 4, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag onder de schuldeiser (Afd. 5, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op rechten uit een sommenverzekering (Afd. 5A, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op onroerende zaken (Afd. 6, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op schepen (Afd. 6A, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag op luchtvaartuigen (Afd. 6B, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Conservatoir beslag tot afgifte van zaken en levering van goederen (Afd. 7, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Middelen tot bewaring van zijn recht op goederen van een gemeenschap (Afd. 9, Titel 4, Boek 3 Rv.)

Rechtspraak

HR d.d. 25-11-2005 (art. 80 R.O. uitspraak, inhoud kenbaar uit de conclusie van de PG). Oorspr. eiser beriep zich op forumkeuzebeding in overeenkomst met in GB gevestigde gedaagde. Na bewijslevering algemene voorwaarden niet toepasselijk, zodat krachtens EEX-Vo de Britse rechter bevoegd is.

[MdV 02-11-2016]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.