Deelgeschillen letselschade en overlijdensschade (Titel 17, Boek 3 Rv.)

Inleiding deelgeschillen letselschade en overlijdensschade

In Titel 17, Boek 3 Rv. is een wettelijke regeling opgenomen voor deelgeschillen over letselschade en overlijdensschade. De regeling omvat 7 artikelen. De deelgeschilprocedure is een verzoekschriftprocedure.

Zie ook de pagina Verzoekschriftprocedures.

Deelgeschil

Art. 1019w Rv. biedt een partij, die een ander aansprakelijk houdt voor zijn letselschade de mogelijkheid de rechter te verzoeken te beslissen over een deel van hun geschil, als die beslissing kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst over de aard en het vermoedelijke beloop van de vordering. Zo’n verzoek is ook mogelijk voordat de zaak ten principale aanhangig is.

Zie ook de pagina Vaststellingsovereenkomst.

Afwijzingsgrond

De rechter wijst het verzoek af als de verzochte beslissing naar zijn oordeel onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst (art. 1019z Rv.).

Begroting van de buitengerechtelijke kosten

Op grond van art. 1019aa lid 1 Rv. begroot de rechter van de kosten aan de zijde van de persoon die schade door dood of letsel lijdt, wanneer hij het verzoek in behandeling neemt. Hierbij dient de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen.

Geen proceskostenveroordeling

De rechter spreekt hierbij in afwijking van art. 289 Rv.  geen proceskostenveroordeling uit (art. 1019aa lid 3 Rv.).

Rechtspraak

Rb. Rotterdam 1 november 2018 (werknemer/The Greenery) – verzoek deelgeschil over werkgeversaansprakelijkheid afgewezen omdat partijen het niet slechts gedeeltelijk oneens zijn, maar over alles.

Andere relevante pagina’s

Rechtspleging van onderscheiden aard (Boek 3 Rv.)

Verzoekschriftprocedures  (Titel 3, Boek 1 Rv.)

Vaststellingsovereenkomst

[MdV, 15-11-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.