Exequatur en executie buitenlands vonnis

Waarschuwing: het internationale procesrecht is complex. Ga niet (uitsluitend) op dit artikel af. Zie verder de algemene voorwaarden van Lawyrup.nl, waarin aansprakelijkheid van Lawyrup.nl wordt uitgesloten.

Inleiding exequatur

Deze fraaie Latijnse term betekent: “dat het ten uitvoer gelegd moge worden” en ziet dus op (een verzoek tot) tenuitvoerlegging van een vonnis, dat is gewezen in het ene land, in een ander land. De Duitse schuldeiser wil bij voorbeeld een door de Duitse rechter gewezen vonnis in Nederland ten uitvoer leggen.

Tenuitvoerlegging binnen de EU

Om een rechterlijk vonnis (“titel”) binnen de EU in een andere EU-Lidstaat ten uitvoer te mogen leggen staan twee wegen open. De eisende partij kan hierin vrijelijk kiezen.

EET

De eisende partij kan een reeds verkregen vonnis in het eigen land tot een Europese executoriale titel (EET) laten bestempelen. Daarvoor moet wel aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan voor wat betreft de totstandkoming van dat vonnis, en de betekening(en) in die procedure. Een EET is in alle EU-Lidstaten uitvoerbaar, en hoeft dus maar 1 keer gevraagd te worden om in de hele EU ten uitvoer gelegd te kunnen worden.

EEX

Voor het executeren van een buitenlands vonnis in Nederland (of het executeren van een Nederlands vonnis elders binnen de EU) heeft de Europese Commissie met het Europees Parlement in 2000 de Europese verordening op de erkenning en tenuitvoerlegging van vonnissen (EEX-Vo) vastgesteld.

NB deze is “herschikt” in 2012 (Publicatieblad EU L 351/1 d.d. 12-12-2012). Daarbij is de exequatur procedure voor vonnissen van rechters in andere EU-lidstaten afgeschaft en is rechtstreekse executie op basis van de buitenlandse titel mogelijk. Deze is van kracht sinds 10 januari 2015.

De Erkenning en tenuitvoerlegging zijn geregeld in Hoofdstuk III van de EEX-Vo (art. 32 t/m 37 resp. art. 38 t/m 57 EEX-Vo).

Materieel toepassingsgebied EEX-Vo

De EEX-Vo geldt alleen voor burgerlijke en handelszaken (art. 1 EEX-Vo). Uitgangspunt van art. 33 EEX-Vo is:

“De in een lidstaat gegeven beslissingen worden in de overige lidstaten erkend zonder vorm van proces.”

Uitdrukkelijk uitgezonderd zijn: familierechtelijke zaken, insolventiezaken, erfenissen, sociale zekerheid en arbitrage.

Temporeel werkingsbereik en overgangsrecht EEX-VO

Verder is het belangrijk te letten op de datum van inwerkingtreding van de EEX-Vo voor de resp. EU-Lidstaten. In Nederland geldt de EEX-Vo sinds 1 maart 2002. Sinds 1 juli 2007 geldt de EEX-Vo op basis van bilaterale afspraken ook voor Denemarken. Bovendien is de EEX-Vo in 2012 “herschikt”. Art. 66 lid 1 EEX-Vo bepaalt hieromtrent:

“Deze verordening is slechts van toepassing op rechtsvorderingen die zijn ingesteld, authentieke akten die zijn verleden of geregistreerd, en gerechtelijke schikkingen die zijn goedgekeurd of getroffen op of na 10 januari 2015.”

Volgens art. 66 lid 2 EEX-Vo geldt voor oudere vonnissen nog de oude tekst van de EEX-Vo.

Erkenning

De verordening geldt voor alle soorten rechterlijke beslissingen, hoe ook genaamd, inclusief beslissingen over de proceskosten (art. 33 EEX-Vo). De artikelen 33 t/m 38 geven regels met betrekking tot de erkenning van beslissingen van rechters uit andere EU-Lidstaten.

Belangrijk uitgangspunt is art. 36 EEX-Vo:

“Een in een lidstaat gegeven beslissing wordt in de overige lidstaten erkend zonder vorm van proces.”

De executant behoeft geen vestigingsplaats of postadres in het land van tenuitvoerlegging te hebben (art. 41 lid 3 EEX-Vo herschikt).

Tenuitvoerlegging in Nederland

De Nederlandse wetgever heeft ter implementatie van de EEX-Vo de Uitvoeringswet EU-executieverordening uitgevaardigd. Deze uitvoeringswet ziet behalve op de EEX-Vo ook op het Verdrag van Lugano (art. 1 Uitvoeringswet). Afgezien van art. 16, dat de naamsaanduiding bepaalt, omvat deze wet 15 artikelen.

Rechtstreekse tenuitvoerlegging

Artikel 39  EEX-Vo (herschikt) bepaalt:

“Een in een lidstaat gegeven beslissing die in die lidstaat uitvoerbaar is, is in andere lidstaten uitvoerbaar zonder dat een verklaring van uitvoerbaarheid is vereist.”

Een verzoek tot het verstrekken van een exequatur is dus niet (meer) vereist. In EEX-Vo van voor 2012 was dit nog wel nodig. Dit verzoek moest worden ingediend bij de Voorzieningenrechter van de woonplaats van de geëxecuteerde dan wel de plaats van tenuitvoerlegging.

De tenuitvoerlegging moet geschieden door een “voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit”. In Nederland is dat de gerechtsdeurwaarder (art. 2 Gerechtsdeurwaarderswet). De deurwaarder verkrijgt door de overhandiging van de executoriale titel volmacht voor de gehele executie bevoegd (art. 434 Rv.). De executant moet aan de gerechtsdeurwaarder de volgende stukken overhandigen:

Met het oog op de tenuitvoerlegging in een lidstaat van een in een andere lidstaat gegeven beslissing, verstrekt de verzoeker aan de voor de tenuitvoerlegging bevoegde autoriteit (art. 42 EEX-Vo herschikt):

a)

een afschrift van de beslissing dat aan de voorwaarden voldoet om de echtheid ervan te kunnen vaststellen, en

b)

het in overeenstemming met artikel 53 afgegeven certificaat, waaruit blijkt dat de beslissing uitvoerbaar is en dat een uittreksel van de beslissing bevat, alsook, in voorkomend geval, relevante informatie over de invorderbare kosten van de procedure en de berekening van rente.

Deze stukken worden conform art. 7 Uitvoeringswet aangemerkt als een uitvoerbare titel als bedoeld in art. 430 Rv..

Bewarende maatregelen van een rechter uit een andere EU-Lidstaat

Ook beslissingen die zien op bewarende maatregelen kunnen in Nederland worden uitgevoerd (art. 8 Uitvoeringswet jo. art. 42 lid 2 EEX-Vo herschikt). Als de wederpartij niet was opgeroepen, moet de beslissing tot de maatregel eerst worden betekend (art. 42 lid 2 aanhef en sub c EEX-Vo).

Voorafgaande betekening

Het certificaat van art. 53 EEX-Vo moet eerst aan de beoogde geëxecuteerde worden betekend (aldus art. 43 EEX-Vo herschikt):

“Indien wordt verzocht om tenuitvoerlegging van een beslissing die in een andere lidstaat is gegeven, moet het krachtens artikel 53 afgegeven certificaat, voorafgaand aan de eerste uitvoeringsmaatregel, worden betekend aan de persoon jegens wie om de tenuitvoerlegging wordt verzocht. Het certificaat wordt vergezeld van de beslissing, indien de betekening aan die persoon nog niet heeft plaatsgevonden.”

De executie mag pas worden aangevangen, nadat de betekening heeft plaatsgevonden. Woont de beoogde geëxecuteerde in Nederland, dan kan de executie pas een maand na betekening worden aangevangen (art. 9 lid 1 Uitvoeringswet). Heeft de beoogde geëxecuteerde geen woonplaats in Nederland, dan geldt een termijn van twee maanden. Termijnverkorting kan worden verzocht, maar niet wanneer het bepaalde geëxecuteerden betreft (o.a. consumenten, zie lid 3 en 4).

Verzoek tot weigering tenuitvoerlegging

Art. 46 EEX-Vo (herschikt) voorziet in een regeling om de tenuitvoerlegging tegen te gaan. De bepaling luidt:

“Op verzoek van de persoon jegens wie om tenuitvoerlegging wordt verzocht, wordt de tenuitvoerlegging van een beslissing geweigerd wanneer een van de in artikel 45 genoemde gronden zich voordoet.”

De gronden bedoeld in art. 45lid 1 EEX-Vo (herschikt) hebben betrekking op bezwaren ten aanzien van de totstandkoming van de buitenlandse beslissing. Deze zijn (lid 1, aanhef en sub a t/m e):

  • strijd met de openbare orde in het land van tenuitvoerlegging (a)
  • ondeugdelijke betekening van de procesinleiding bij verstekvonnissen (b)
  • strijd met een beslissing in het land van executie (c)
  • strijd met een eerdere beslissing in een andere lidstaat (d)
  • enkele andere uitzonderingen, o.a. schending van exclusieve bevoegdheid (e)

Het gerecht moet uitgaan van de feitelijke gronden zoals vastgesteld door de buitenlandse rechter (art. 45 lid 2 EEX-Vo herschikt). Hij mag ook niet de bevoegdheid van de buitenlandse rechter opnieuw toetsen (art. 45 lid 3 EEX-Vo herschikt).

Dit executiegeschil moet volgens art. 10 Uitvoeringswet worden aangebracht bij de bevoegde rechter conform art. 438 Rv..

Exequatur van vonnissen op basis van het Verdrag van Lugano

Dit verdrag is van toepassing op vonnissen van rechters uit IJsland, Noorwegen en Zwitserland (o.g.v. de Vrijhandelsassociatie EVA) en vice versa. Zie het toelichtend rapport. Op dit verdrag is Afd. 2 van de Uitvoeringswet van toepassing .

Het exequatur moet in Nederland worden verzocht door middel van een verzoekschrift, gericht aan de Voorzieningenrechter. Dit moet (art. 38 Verdrag van Lugano) worden ingediend bij de rechtbank:

  1. van de woonplaats van de beoogde geëxecuteerde, of
  2. van de plaats van de tenuitvoerlegging.

Het verzoek moet worden ingediend door een deurwaarder of advocaat. Het moet tevens domiciliekeuze bevatten van een woonplaats binnen het arrondissement van de rechtbank (art. 2 lid 2 Uitvoeringswet). Verplichte procesvertegenwoordiging geldt niet wanneer het bedrag dat de beoogde geëxecuteerde moet voldoen in hoofdsom niet hoger is dan de competentiegrens in Kantonzaken (art. 93, onder a Rv.), oftewel EU 25.000 op dit moment.

Exequatur van vonnissen van buiten de EU

In Boek 3, titel 9, 1e afd. van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (art. 985 e.v. Rv.) wordt een regeling gegeven voor het verzoeken van een exequatur met betrekking tot buitenlandse vonnissen, in die gevallen waarin er een verdragsrechtelijke basis is voor exequatur.

Deze regeling geldt niet voor vonnissen van rechters in een andere EU-Lidstaat en lidstaten van het Verdrag van Lugano (waarvoor de hiervoor genoemde Uitvoeringsregeling geldt).

Wanneer een verdrag ontbreekt, geldt art. 431 Rv.. Tenuitvoerlegging is niet mogelijk, de zaak kan opnieuw in Nederland aanhangig gemaakt worden (lid 2).

[MdV, 20-02-2017]

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.