Incidenten dagvaardingsprocedure (Afd. 10, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Inleiding incidenten

In de dagvaardingsprocedure kunnen zogeheten “incidenten” worden opgeworpen. Dit zijn vorderingen en verzoeken, waarmee de procespartijen de rechter een verzoek kunnen doen in het kader van de eigenlijke procedure.

In de onderstaande subpagina’s zullen de verschillende incidenten die aan de orde kunnen komen in de dagvaardingsprocedure worden behandeld.

Wanneer kun je een incident instellen?

De mogelijkheid van het instellen van een incident verschilt naar de aard van het incident. Soms moet dit direct worden ingesteld, soms kan het ook op een later tijdstip. De verschillende soorten incidenten komen aan de orde in Titel 2, afd. 10 van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (“Rv.”).

Algemene bepalingen

Er zijn wat betreft het instellen van incidentele vorderingen twee belangrijke algemene bepalingen: art. 208 Rv. en art. 209 Rv..

Art. 208 Rv.

In lid 1 van dit artikel wordt bepaald, dat Incidentele vorderingen worden ingesteld bij dagvaarding of bij met redenen omklede conclusie. Wanneer de vordering bij dagvaarding wordt ingesteld, betreft dit uiteraard een voorziening die door de eisende partij wordt ingesteld. De gedaagde kan bij de conclusie van antwoord een incidenten opwerpen, bijvoorbeeld een vrijwaringsincident.

Maar ook verderop in de procedure kunnen partijen beide incidenten opwerpen. Om te voorkomen, dat de procedure verwordt tot een oerwoud van incidenten, bepaalt lid 3 dat incidenten zoveel mogelijk tegelijkertijd worden ingesteld. Dat geeft de rechter een kapstok om een te grote wildgroei aan incidenten tegen te gaan.

Art. 209 Rv.

In het kader van de herziening van het procesrecht in 2002 zijn de repliek en dupliek – die voordien standaard waren – tot uitzondering gemaakt. Zie lid 2 van art. 208 Rv.. De standaard procesgang is thans: dagvaarding (procesinleiding) en antwoord (met evt. tegenvordering). En daarna volgt nagenoeg automatisch de comparitie na antwoord.

Vooraf beslissen op het incident?

Met name wanneer een incident wordt opgeworpen kan de rechter echter anders besluiten. Art. 209 Rv. bepaalt namelijk het volgende:

Op de incidentele vorderingen wordt, indien de zaak dat medebrengt, eerst en vooraf beslist”.

De rechter dient te beoordelen, of eerst op het incident beslist moet worden – dan wordt dit een procedure binnen de procedure, die de hoofdzaak vertraagt – of dat dit tegelijk met de hoofdzaak kan worden afgedaan. Daarbij let de rechter op de inhoud van het verzoek, de belangen van partijen en het belang van een doelmatige en voortvarende procesvoering.

Wanneer eerst het incident wordt afgedaan, dan bepaalt de tweede zinsnede van art. 209 Rv. dat de rechter in diens beslissing in het incident de procedure in de hoofdzaak dan weer naar een nadere roldatum zal verwijzen:

“Voor zover de hoofdzaak niet gelijktijdig is afgedaan, bepaalt de rechter bij de beslissing op het incident tevens de dag waarop de zaak weer op de rol zal komen”.

Hoe moet een incidentele vordering worden ingekleed?

De incidentele conclusie kan hetzij in een afzonderlijk processtuk worden neergelegd, hetzij in de dagvaarding of de conclusie van antwoord zelf.

Let er op, dat het in feite een apart processtuk is (die kan leiden tot een afzonderlijke procedure binnen de procedure, zie boven).
Het moet voor de rechter glashelder zijn wat het incidentele vordering of verzoek is: aan het incident moet in het lichaam van het processtuk dus een eigen motivering en de daarmee verband houdende stellingen omtrent de feiten en omtrent het recht – en waar nodig een bewijsaanbod – ten grondslag gelegd worden.

Belangrijk is ook, dat er een afzonderlijk petitum geformuleerd moet worden. En tot slot is het ook zonder meer aan te raden in de kop van het processtuk (behoudens de dagvaarding, waar dit vanwege de vormvereisten minder goed past) duidelijk te vermelden dat en welk incident wordt ingesteld (“tevens houdende incidentele conclusie tot…”).

Project KEI

De ICT ontwikkelaars van het KEI digitaal procederen project hadden te verstaan gekregen, dat incidenten niet zo vaak voorkomen. Ze dachten daarom, dat dit wel later ontwikkeld zou kunnen worden. Incidenten zijn in ICT taal ook heel wat anders dan in het procesrecht.

Een procedure kan echter niet bestaan zonder dat partijen in elk geval de mogelijkheid hebben een incident op te werpen. Aan de ontwikkeling van deze mogelijkheid wordt nu dus alsnog hard gewerkt. Te verwachten valt, dat dit in de digitale formulieren verwerkt zal worden. Of de gemiddelde burger, die zelf gaat procederen, hier helemaal uit gaat komen, is nog de vraag.

Algemene bepalingen

Afdoening samen met de hoofdzaak of niet? (art. 209 Rv.)

Soorten incidenten

Vrijwaring (art. 210 – 216 Rv.)

Voeging en tussenkomst (art. 217 – 219a Rv.)

Verwijzing en voeging (art. 220 – 222 Rv.)

Voorlopige voorziening (art. 223 Rv.)

Zekerheidstelling proceskosten (art. 224 Rv.)

Andere relevante pagina’s

Dagvaardingsprocedures (Titel 2, Boek 1 Rv.)

Algemene bepalingen dagvaardingsprocedure (Afd. 1, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Kantonzaken (Afd. 2, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Relatieve bevoegdheid (Afd. 3, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Dagvaarding (Afd. 4, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Verloop van de procedure (Afd. 5, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Reconventie (Afd. 6, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Verstek (Afd. 7, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Verzet (Afd. 8, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Bewijs (Afd. 9, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Schorsing en hervatting (Afd. 11, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Vonnis (Afd. 12, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Afbreking van instantie (Afd. 13, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Kort geding (Afd. 14, Titel 2, Boek 1 Rv.)

*NB de links naar de wettekst verwijzen naar de versie van de wet zoals die geldt voor digitaal procederen. Zie voor niet-digitaal deze link.

[MdV, 24-04-2016, bijgewerkt 29-01-2018]

 

 

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.