Zaken onderworpen aan hoger beroep (Afd. 1, Titel 7, Boek 1 Rv.)

Inleiding zaken onderworpen aan hoger beroep

De procedure in hoger beroep is geregeld in Titel 7 Boek 1 Rechtsvordering (art. 332 t/m 362 Rv.). In Afd. 1 is geregeld, in welke gevallen (tegen welke rechterlijke beslissingen) hoger beroep kan worden ingesteld.

Wanneer kun je in hoger beroep?

Het uitgangspunt van de wet is dat hoger beroep in beginsel altijd mogelijk is. Dit uitgangspunt is neergelegd in art. 332 Rv.. Het Nederlandse procesrecht gaat in beginsel uit van een rechtsgang bestaande uit twee feitelijke instanties en cassatieberoep bij de Hoge Raad. In de feitelijke instanties kan – zoals de term al zegt – gedebatteerd worden over de feiten. In dat kader kan er ook bvb. een bewijsopdracht worden gegeven om vast te stellen wat de feiten zijn.

Daarnaast kan in de feitelijke instanties gedebatteerd worden over het recht: de juridische consequenties die aan de feiten verbonden moeten worden en de uitleg van het recht. In cassatie kan uitsluitend nog over dit aspect worden gedebatteerd.

Minimumbedrag: appèlgrens

Art. 332 lid 1 Rv. bevat wel meteen een beperking: hoger beroep is niet mogelijk wanneer het bedrag van de vordering waarover de rechter in 1e instantie heeft beslist niet hoger is dan EUR 1.750,=.

Wanneer het een vordering van onbepaalde waarde is, maar “duidelijke aanwijzingen” zijn dat het belang dit bedrag niet te boven gaat, dan geldt eveneens dat geen hoger beroep mogelijk is.

Over de appèlgrens is de nodige jurisprudentie. Deze zal hier nog worden uitgewerkt en toegevoegd.

Berusting

Wanneer een partij in een vonnis berust heeft, kan deze daarna uiteraard niet alsnog in hoger beroep (art. 334 Rv.). Ook hier is de nodige jurisprudentie over. Met name wanneer er gemachtigden in het spel zijn gaan hier wel eens dingen verkeerd. Ook kunnen partijen soms uitlatingen doen waar ze later spijt van hebben. Zie voor jurisprudentie de pagina Verzet.

Appèl verstekvonnis

In verstekzaken is het rechtsmiddel verzet, zodat hoger beroep is uitgesloten voor degeen die verstek liet gaan (art. 335 Rv.). Zie de pagina Verzet.

Verbod tussentijds appèl

Art. 337 Rv. bevat een regeling voor appèl tegen tussenvonnissen. Dat is alleen mogelijk tegelijk met het eindvonnis in de zaak, tenzij de rechter tussentijds appèl toestaat.

Andere relevante pagina’s

Hoger beroep (Titel 7, Boek 1 Rv.)

Beroepstermijn hoger beroep (Afd. 2, Titel 7, Boek 1 Rv.)

Procesgang hoger beroep (Afd. 3, Titel 7, Boek 1 Rv.)

Hoger beroep verzoekschriftprocedures (Afd. 4, Titel 7, Boek 1 Rv.)

NB de links naar de wettekst op deze pagina verwijzen naar de wettekst voor niet-digitaal procederen.

[MdV, 6-07-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.