Executiegeschil (art. 438 Rv.)

Inleiding executiegeschil

Als iemand (de schuldenaar of een derde die bij de executie wordt betrokken) tegen de executie op wil komen, dan kan deze een executiegeschil aanhangig maken (art. 438 Rv.) (*).

Dit kan bij de gewone rechtbank, maar vaker wordt de weg van het kort geding gevolgd, waarin lid 2 voorziet.

Ook een derde kan tegen de executie opkomen. Hij moet dan zowel de executant als de geëxecuteerde dagvaarden (lid 5).

Executiegeschil kan niet gaan over de titel die ten uitvoer gelegd wordt

In het executiegeschil kan de executie aan de orde gesteld worden, maar niet de executoriale titel waarop die gebaseerd is. Degeen die opkomt tegen de executoriale titel kan dus niet het inhoudelijke debat, dat tot de executoriale titel leidde, in een executiegeschil nog eens overdoen. Daarvoor is immers het hoger beroep (of bij een verstekvonnis: verzet) de aangewezen weg.

De achterliggende reden is het gesloten stelsel van rechtsmiddelen.  Wanneer de rechter vonnis gewezen heeft, en dit bij voorraad uitvoerbaar geworden is of in kracht van gewijsde gegaan is, dan kan de veroordeelde partij niet van voren af aan het debat in de procedure heropenen. De enige weg daarvoor is een rechtsmiddel, wanneer dat nog kan worden ingesteld.

Welke mogelijkheden zijn er om toch tegen de executie op te komen?

De geëxecuteerde kan alleen tegen de executie opkomen, wanneer de executant misbruik maakt van zijn executiebevoegdheid (art. 3:13 B.W.). Zie ook de pagina misbruik van procesrecht.

Volgens de jurisprudentie kan zich dit in twee situaties voordoen:

  1. indien het ten uitvoer te leggen vonnis klaarblijkelijk berust op een feitelijke of juridische misslag;
  2. indien na het wijzen van het vonnis aan het licht gekomen (nieuwe) feiten bij voortzetten van de executie voor de geëxecuteerde klaarblijkelijk “een noodtoestand” doen ontstaan;

De term “klaarblijkelijk” impliceert dat dit direct duidelijk moet zijn, en brengt voor de rechter dus een marginale toetsingsbevoegdheid mee. Zie HR 22 april 1983, NJ 1984, 145 (Ritzen/Hoekstra).

NB de links op deze pagina verwijzen naar de versie voor niet-digitaal procederen op wetten.overheid.nl.

Rechtspraak

Rb. Rotterdam 21 november 2018 – een executiegeschil kan ook in reconventie worden ingesteld, ook wanneer de conventie een niet-ontvankelijk verzet blijkt.

[MdV, 2-11-2017; bijgewerkt 9-01-2019]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.