Europees bankbeslag (EAPO)

Inleiding Europees bankbeslag (EAPO)

Het Europese Parlement heeft een uiterst interessante procedure toegevoegd aan het arsenaal waarmee het de effectiviteit van rechtsbescherming en effectuering van de nakoming van verplichtingen binnen de EU bevordert. Het betreft de Verordening (EU) Nr. 655/2014, die rechtstreekse werking heeft gekregen per 18 januari 2017. Het betreft hier “Unierecht”, dat boven c.q. naast de nationale wettelijke regelingen bestaat. De Verordening kent 54 artikelen.

Nadere toelichting en een link naar het formulier (in alle talen van de EU) is te vinden op het Europees e-justitieportaal.

Welke mogelijkheden biedt de Verordening?

De regeling biedt twee mogelijkheden:

  1. een conservatoir beslag op banktegoeden (art. 1 lid 1 EAPO);
  2. het verkrijgen van informatie over in een Lidstaat aangehouden bankrekeningen (art. 14 EAPO).

Uitvoeringswet

In een communiqué van het Ministerie van Justitie d.d. 2 mei 2016 wordt een toelichting gegeven op deze Verordening, die een uniforme regeling voor bankbeslag geeft binnen de EU.  De Nederlandse wetgever heeft ter regeling van de implementatie in Nederland een Uitvoeringswet uitgevaardigd, waarin o.a. het bevoegde gerecht en andere praktische zaken worden geregeld. De bevoegde rechter in Nederland is de Voorzieningenrechter, de uitvoerende instantie de deurwaarder. En het griffierecht voor een verzoek met onbepaalde waarde is (net als bij nationaal conservatoir beslag) van toepassing.

European Account Preservation Order (EAPO)

Het Europees Bankbeslag wordt hier verder aangeduid als “EAPO”, zijnde de afkorting voor de conservatoire maatregel die de verordening mogelijk maakt. Lid 1 van artikel 1 van de Verordening geeft aan waartoe de regeling in de kern strekt:

Bij deze verordening wordt een Unieprocedure ingesteld waarmee een schuldeiser een Europees bevel tot conservatoir beslag op bankrekeningen („bevel tot conservatoir beslag” of „bevel”) kan verkrijgen, welke verhindert dat de latere inning van de vordering van de schuldeiser wordt belemmerd doordat tegoeden, tot het in het bevel bepaalde bedrag, op een door of namens hem in een lidstaat aangehouden bankrekening worden verplaatst of worden onttrokken.

Deze mogelijkheid staat de schuldeiser ten dienste als alternatief voor bewarende maatregelen uit hoofde van nationaal recht, aldus lid 2. Het toepassingsbereik is beperkt tot civiele procedures (art. 2 EAPO). Uiteraard is de maatregel alleen mogelijk wanneer er sprake is van een grensoverschrijdende casus. Art. 3 lid 1 bepaalt:

Voor de toepassing van deze verordening is een zaak grensoverschrijdend als de bankrekening of bankrekeningen waarop het bevel tot conservatoir beslag betrekking heeft, worden aangehouden in een andere lidstaat dan:

  • a. de lidstaat van het gerecht waarbij het verzoek om het bevel tot conservatoir beslag overeenkomstig artikel 6 is ingediend;

    of

  • b. de lidstaat waar de schuldeiser zijn woonplaats heeft.

De EAPO procedure

De procedure is geregeld in Hoofdstuk 2 van de Verordening (art. 5 t/m 21 EAPO).

Art. 5 EAPO bepaalt, dat het beslag zowel voorafgaand als tijdens een lopende procedure kan worden gelegd. Ook kan dit op basis van een via de rechter of uit hoofde van een authentieke akte verkregen executoriale titel. Uit art. 12 lid 2 EAPO kan worden afgeleid, dat het EAPO beslag (of het vragen van inlichtingen) ook mogelijk is wanneer de schuldeiser al beschikt over een titel.

De normale bevoegdheidsregels gelden (art. 6 EAPO).

Bewijs van de noodzaak van een conservatoire maatregel en dat toewijzing van de vordering aannemelijk is.

Een wellicht lastig te nemen drempel voor het kunnen leggen van conservatoir beslag bevat art. 7 EAPO, dat luidt:

1.   Het gerecht vaardigt het bevel tot conservatoir beslag uit indien de schuldeiser voldoende bewijsmateriaal heeft verstrekt om het gerecht ervan te overtuigen dat er dringend behoefte bestaat aan een bewarende maatregel in de vorm van een bevel tot conservatoir beslag, gelet op het reële risico dat, zonder een dergelijke maatregel, de latere inning van de vordering van de schuldeiser jegens de schuldenaar onmogelijk wordt gemaakt of wordt bemoeilijkt.

2.   Indien de schuldeiser in een lidstaat nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen op grond waarvan de schuldenaar de vordering moet voldoen, verstrekt de schuldeiser tevens voldoende bewijsmateriaal om het gerecht ervan te overtuigen dat zijn vordering tegen de schuldenaar waarschijnlijk gegrond wordt verklaard.

Net als de andere Europese procedures ter bevordering van het betalingsverkeer en de nakoming van betalingsverplichtingen is de procedure zeer laagdrempelig: de schuldeiser kan de vordering ZELF indienen door middel van een op internet beschikbaar formulier. Rechtsbijstand van een advocaat is voor het verzoek niet nodig (artikel 41 EAPO). Een en ander zoals beschreven in art. 8 EAPO.

Wel kan het voor een leek lastig zijn de bevoegdheid vast te stellen, en ook kan de schuldenaar tegen andere vraagstukken aanlopen, zoals welke procedure de voorkeur heeft. Zie ook de eventuele aansprakelijkheidsrisico’s (art. 13). Maar in beginsel is het heel laagdrempelig.

De rechter beslist op het verzoek in beginsel uitsluitend op basis van het schriftelijke verzoek met bijbehorende documenten. Maar de rechter kan ook besluiten nadere inlichtingen in te winnen, ook door het horen van de verzoeker en/of getuigen (maar niet van de gerekwestreerde) (art. 9 EAPO).

Art. 10 lid 1 EAPO bepaalt ten aanzien van een conservatoir beslag voorafgaand aan inleiden van de hoofdzaak, dat de verzoeker die binnen 30 dagen moet inleiden, of – als dit later is – binnen 14 dagen nadat het bevel is uitgevaardigd. Hij moet dit aan het gerecht dat het verlof verleent meedelen. De termijn kan worden verlengd, maar dan met kennisgeving aan beide partijen. Zie over de wijze van instellen verder lid 3.

Wordt de procedure niet tijdig ingeleid (of het gerecht niet ingelicht), dan wordt het beslagbevel ingetrokken (zie nader artikel 10 lid 2 EAPO).

Zekerheidstelling

De schuldeiser die een EAPO beslag wil leggen, moet daarvoor bij conservatoir beslag zekerheid stellen (art. 12 EAPO). Daarvan kan worden afgeweken. In geval van een executoriaal beslag kan die eis niettemin ook gesteld worden. De hoogte wordt door de rechter bepaald.

Artikel 12 lid 1 EAPO luidt:

Voordat het gerecht, in het geval dat de schuldeiser nog geen rechterlijke beslissing, gerechtelijke schikking of authentieke akte heeft verkregen, een bevel tot conservatoir beslag uitvaardigt, verlangt het dat de schuldeiser zekerheid stelt ten belope van een bedrag dat volstaat om misbruik te voorkomen van de procedure waarin deze verordening voorziet en de door de schuldenaar als gevolg van het bevel geleden schade te vergoeden, voor zover de schuldeiser overeenkomstig artikel 13 aansprakelijk is voor die schade.

Aansprakelijkheid van de beslaglegger

De schuldeiser die beslag legt op banktegoeden, kan daarvoor aansprakelijk gehouden worden in de gevallen die zijn vermeld in artikel 13 EAPO. Kort gezegd wanneer het beslag ten onrechte gelegd is, of deels ten onrechte gelegd is, dan wel niet aan de vormvereisten is voldaan. Op deze aansprakelijkheid is in beginsel het nationale recht van de plaats van tenuitvoerlegging van toepassing (lid 4). Het is dus wel zaak zich te vergewissen van eventuele afwijkende (en wellicht verstrekkender) aansprakelijkheidsregels in het land van tenuitvoerlegging.

Verklaring van de bank

Artikel 25 EAPO bepaalt, dat de bank binnen drie dagen een verklaring moet afleggen over het door het beslag getroffen saldo.

Rechtsmiddelen

Voor hoger beroep en rechtsmiddelen van de beslagene wordt hier verder verwezen naar de Verordening.

Verschillen tussen EAPO en conservatoir derdenbeslag naar Nederlands recht

Er bestaat een aantal verschillen tussen de mogelijkheden die een conservatoir derdenbeslag volgens nationaal Nederlands recht biedt tegenover de mogelijkheden die een beslaglegger heeft op basis van EAPO. In een grensoverschrijdende casus zal in sommige gevallen een EAPO beslag aantrekkelijker zijn, in sommige gevallen een conservatoir beslag naar Nederlands recht. Maar het combineren van de beide mogelijkheden is met de beperkingen van artikel 17 EAPO toegestaan.

Wat zijn de verschillen?

  • geen advocaat nodig, de schuldenaar kan het formulier zelf invullen en indienen
  • zwaardere eisen bij conservatoir beslag (voorafgaand aan verkrijgen van een executoriale titel)
  • de schuldeiser kan informatie verkrijgen over bankrekeningen (en bij welke bank die wordt aangehouden)
  • de schuldenaar wordt niet gehoord (bij Nederlands conservatoir beslag is dit niet uitgesloten) (art. 11 EAPO)
  • de schuldeiser moet bij een conservatoir EAPO beslag in beginsel een door het gerecht vast te stellen zekerheid verstrekken, ter afdekking van de schade/kosten van de beslagene
  • de beslaglegger verkrijgt zeer snel (binnen 3 dagen) uitsluitsel of het beslag doel heeft getroffen
  • de beslaglegger moet het meerdere boven het plafond van zijn beslagverlof z.s.m. vrijgeven (art. 27 EAPO)
  • de rekenmethodiek bij meerdere beslagleggers verschilt, doordat het EAPO beslag zich strikt beperkt tot het plafondbedrag (daardoor kan EAPO bij meerdere beslagen nadelig zijn voor de beslaglegger met een kleinere vordering).

Het verkrijgen van inlichtingen over bankrekeningen

Een andere belangrijke mogelijkheid die EAPO biedt is het vragen van inlichtingen over door de schuldenaar in een ander land aangehouden bankrekeningen (art. 14 EAPO). Dit kan zowel als de schuldeiser al een executoriale titel heeft als wanneer de procedure nog loopt. Het gerecht vraagt alsdan bij de bevoegde instantie in het betreffende land na, of de schuldenaar een rekening aanhoudt bij een bank in dat land, en zo ja, wat het rekeningnummer is. Er wordt dus geen informatie verstrekt over het banksaldo.

Concluderend

De mogelijkheid van conservatoir beslag op basis van de EAPO Verordening is in grensoverschrijdende zaken alleszins een verrijking van het arsenaal van de schuldeiser, die nakoming van de betalingsverplichtingen van zijn schuldenaar wenst te verkrijgen. De mogelijkheid om informatie te krijgen over banktegoeden bij een bank in een andere Lidstaat is een uitbreiding van de bestaande verhaals(informatie)mogelijkheden.

Rechtspraak

Rb. Rotterdam (Voorzieningenrechter) d.d. 23 mei 2018 – verzoek EAPO afgewezen omdat Spaanse overheid stelt dat er geen bankrekening in Spanje is

[MdV, 21-05-2017; bijgewerkt 23-05-2018)

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.