LawyrupBurgerlijk wetboekOverige wetten burgerlijk rechtHandelsregisterwet 2007

Handelsregisterwet

Inleiding handelsregisterwet

De Handelsregisterwet 2007 is – zoals uit de toevoeging van het jaartal wel blijkt – de herziene versie van deze wet. Recent is de wet weer aangepast. In het Handelsregisterbesluit 2008 wordt een aantal onderwerpen – op basis van een de Minister gedelegeerde bevoegdheid – nader uitgewerkt.

Wijziging van de handelsregisterwet in 2007

Tot 2007 bevatte het handelsregister uitsluitend gegevens met betrekking tot wat men aan zou kunnen duiden als “handelszaken”, doelende op ondernemingen die zich bewegen in de “handel”. Daarnaast worden (sinds 1986) ook rechtspersonen ingeschreven, zoals verenigingen en stichtingen (die niet per se als “handelszaak” aangeduid zouden kunnen worden) geregistreerd waren. Dit grijpt terug op het onderscheid tussen “beroep en bedrijf”. Dit onderscheid is met invoering van deze wet voor wat betreft de registratie van ondernemingen losgelaten.

Herziening Handelsregisterwet na evaluatie

Per 1 januari 2020 is de wet naar aanleiding van een evaluatie (die wettelijk verankerd is in art. 63 Handelsregisterwet, na overleg met de zgn. Gebruikersraad bedoeld in art. 52 Handelsregisterwet) herzien, waarbij de wet op een aantal onderdelen is verbeterd. Het wetsvoorstel ter wijziging met nr. 34.687 is wet geworden en in werking getreden per 1 januari 2020 (Stb. 2019, 480, behoudens een aantal bepalingen die later in werking zullen treden). Zie het wetgevingsdossier op de website van de Eerste Kamer.

In de MvT wordt uiteengezet dat met deze wijziging beoogd is de rechtszekerheid in het economisch verkeer te versterken en de Kamer van Koophandel slagvaardiger te maken. De rol van de KvK bij het bestrijden van malafide praktijken wordt versterkt. Ook wordt de mogelijkheid om rechtspersonen te ontbinden aangescherpt. Verder is toegevoegd een “indicatie van het aantal arbeidsverhoudingen”. Daarbij zijn ook wijzigingen doorgevoerd in Boek 2 B.W.. Ook wordt de meldingsplicht van bestuursorganen aan de KvK met betrekking tot foutieve gegevens uitgebreid tot niet-authentieke gegevens, mits door het bestuursorgaan zelf verkregen. Deze meldingsplicht is voor authentieke gegevens al geregeld in art. 32 Handelsregisterwet, maar moet nog in werking treden.

Ter versterking van de rol van de KvK in de bestrijding van malafide praktijken worden de volgende maatregelen toegevoegd: aan art. 2 sub c Handelsregisterwet is toegevoegd dat de KvK ook tot doel heeft bij te dragen aan de handhaving van de rechtsstaat. De KvK krijgt ook tot taak signalen door te geven. Zoals verdachte adressen (daklozenopvang waar bedrijven worden ingeschreven voor stromannen), adressen waarop opvallend veel faillissementen voorkomen enz.. Verder wordt de inschrijving van bestuursverboden in de wet verwerkt. Verder wordt de bevoegdheid van de KvK om over te gaan tot ontbinding van een rechtspersoon (art. 2:19a B.W.) uitgebreid tot de situatie waarin de KvK geen geldig adres meer kan vaststellen (lid 1 aanhef en sub d).

Verder wordt in deze wet de financiering van de KvK aangepast (met name binnen de overheid) en wordt de verstrekking van de Legal Entity Identifier voor ondernemingen die werkzaam zijn in de financiële markt een taak van de KvK (zie onder 3.4 van de MvT).

Invoering UBO-register

De meest recente belangrijke wijziging is de toevoeging van het zgn. UBO-register, die per 27 september 2020 in werking zal treden. Zie het Besluit tot inwerkingtreding van 3 juli 2020. Deze aanpassing vloeit voort uit de implementatie van de (herziene) Vierde Witwasrichtlijn (Richtlijn (EU) 2018/843), die behalve het tegengaan van witwassen en belastingontduiking ook tot doel heeft de financiering van terrorisme tegen te gaan.

Zie voor de Parlementaire geschiedenis het wetgevingsdossier op de website van de Eerste Kamer.

Indeling van de Handelsregisterwet

De wet kent 12 Hoofdstukken:

Hoofdstuk   1   Begripsbepalingen (art. 1)
Hoofdstuk   2  Het handelsregister
Hoofdstuk   3  De inschrijving in het handelsregister
Hoofdstuk   4  De verstrekking en het gebruik van gegevens
Hoofdstuk   5  De verstrekking aan en het gebruik van gegevens door bestuursorganen
Hoofdstuk   6  Wijziging van de in het handelsregister opgenomen gegevens
Hoofdstuk   7  Kwaliteitscontrole van het handelsregister
Hoofdstuk   8  Toezicht en handhaving
Hoofdstuk   9  Financiën
Hoofdstuk 10  Overige bepalingen
Hoofdstuk 11  Wijziging andere wetten
Hoofdstuk 12 Overgangs- en slotbepalingen

Verplichte inschrijving in het Handelsregister

Met de Handelsregisterwet 2007 streeft de wetgever naar een zo actueel en volledig mogelijk register, dat ten dienste staat aan zowel het handelsverkeer als een de goede vervulling van publiekrechtelijke taken. Voortaan moeten zich in het handelsregister ook laten inschrijven vrije beroepsbeoefenaars zoals advocaten, notarissen en artsen, maatschappen. Maar ook verenigingen van appartementseigenaren, kerkgenootschappen en alle publiekrechtelijke rechtspersonen zoals ministeries en scholen.

Handelsregister

In art. 1 Handelsregisterwet worden de in de wet gebruikte begrippen gedefinieerd. In het handelsregister worden ondernemingen en rechtspersonen geregistreerd.

Doelstellingen handelsregister

Doel van het handelsregister is drieërlei (art. 2 Handelsregisterwet):

a. bevordering van de rechtszekerheid in het economisch verkeer;

b. de verstrekking van gegevens van algemene, feitelijke aard omtrent de samenstelling van ondernemingen en rechtspersonen ter bevordering van de economische belangen van handel, industrie, ambacht en dienstverlening;

c. voor het registreren van alle ondernemingen en rechtspersonen als onderdeel van de gegevenshuishouding die bijdraagt aan het efficiënt functioneren van en de rechtshandhaving door de overheid.

Kamer van Koophandel

Het handelsregister wordt bijgehouden door de Kamer van Koophandel (art. 3 Handelsregisterwet). Deze instelling is geregeld in de Wet op de Kamer van Koophandel, laatstelijk herzien op 25 november 2013. Daarbij is de Kamer van Koophandel gecentraliseerd tot één landelijke organisatie. De inrichting van de Kamer van Koophandel is geregeld in een Ministeriële regeling. Zie ook de Uitvoeringsregeling naar aanleiding van de herziene wet.

Inhoud van het handelsregister

In Par. 2.2 is bepaald, welke gegevens in het handelsregister moeten worden ingeschreven. Allereerst wordt bepaald, welke ondernemingen en rechtspersonen geregistreerd moeten worden.

Inschrijving van in Nederland gevestigde ondernemingen

In art. 5 Handelsregisterwet is bepaald, dat alle in Nederland gevestigde ondernemingen zich moeten inschrijven in het handelsregister. Daaronder zijn begrepen ondernemingen die toebehoren aan (sub a):

– een naamloze vennootschap,
– een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid,
– een vennootschap onder firma,
– een commanditaire vennootschap,
– een maatschap,
– een rederij,
– een coöperatie,
– een onderlinge waarborgmaatschappij,
– een vereniging,
– een stichting,
– een kerkgenootschap of
– een publiekrechtelijke rechtspersoon.

En verder (sub b t/m e):

– eenmanszaken (toebehorend aan een natuurlijk persoon) (sub b);
– ondernemingen van een Europese naamloze vennootschap (“SE”), een Europese coöperatieve vennootschap (“SCE”) of een Europees economisch samenwerkingsverband (“EESV”) die volgens haar statuten haar zetel in Nederland heeft (sub c);
– een onderneming die toebehoort aan een buitenlandse rechtspersoon die een hoofd- of een nevenvestiging in Nederland heeft (sub d);
– andere in Nederland gevestigde ondernemingen (sub e).

Inschrijving van in Nederland gevestigde rechtspersonen

Daarnaast moeten ook in Nederland gevestigde rechtspersonen zich in het handelsregister inschrijven (art. 6 Handelsregisterwet).

Gegevens in het handelsregister

In Hoofdstuk 2, Par. 2.2 wordt opgesomd welke gegevens in het handelsregister worden ingeschreven. In Hoofdstuk 4 van het Handelsregisterbesluit wordt dit nader uitgewerkt.

Aantal werkzame personen

Tot 2020 moesten ondernemers opgeven, hoeveel werknemers bij hen in dienst waren (zie art. 11 Handelsregisterbesluit). Bij de evaluatie van de wet is besloten dit te wijzigen, ter vermindering van de administratieve last van ondernemers. Deze gegevens worden thans ontleend aan de gegevens van de Belastingdienst. Deze regeling wordt na invoering van art. 16b Handelsregisterwet van kracht.

Authentieke en niet-authentieke gegevens in het handelsregister

De Handelsregisterwet onderscheidt in “authentieke” en “niet-authentieke” gegevens. De eerste categorie vormt volgens de definities in art. 1 lid 1 aanhef en sub f Handelsregisterwet het zgn. “basisregister”. Blijkens art. 15 Handelsregisterwet zijn de in art. 9 Handelsregisterwet tot en met art. 14 Handelsregisterwet genoemde gegevens authentieke gegevens. De KvK bewaakt de juistheid van authentieke gegevens (art. 38 Handelsregisterwet).

Dit kan in het Handelsregisterbesluit worden uitgebreid tot niet-authentieke gegevens (lid 2).

Raadpleging handelsregister

Gegevens zijn openbaar

Uitgangspunt van de wet is dat het handelsregister openbaar is (art. 21 lid 1 Handelsregisterwet). Dat is essentieel voor het goed functioneren ervan. Derden moeten kunnen afgaan op de gegevens uit het handelsregister. De belangrijkste gegevens zijn dan ook openbaar. Een aantal – met name persoonlijke – gegevens echter niet. Zo werd voorheen ook het adres van de bestuurder van een rechtspersoon gepubliceerd. Dat is nu niet meer het geval. Dit past in de trend van bescherming van persoonsgegevens ingevolge de AVG.

Verstrekking van gegevens handelsregister aan bestuursorganen

Bestuursorganen hebben een verder strekkende bevoegdheid tot het opvragen van gegevens uit het handelsregister, binnen de wettelijke kaders. Voor de verstrekking van gegevens aan bestuursorganen is in Hoofdstuk 5 van de wet ( (art. 28 Handelsregisterwet tot en met art. 31 Handelsregisterwet) dan ook een aparte regeling gegeven.

Bij de wetswijziging van 2007 was voorzien, dat toewijzing van deze bevoegdheid om te zoeken op informatie van natuurlijke personen slechts bij formele wet kon plaatsvinden, waardoor dit het hele traject van wetgeving via de Tweede en Eerste Kamer moet doorlopen. Met de wet van 2019 wordt dit herzien, en wordt delegatie van die bevoegdheid opgenomen. Daarmee verkrijgt de Minister meer bevoegdheid om eigenmachtig te beslissen dat overheidsorganen inzage krijgen in beschermde gegevens.

In de MvT merkt de Minister hierbij op:

“Hierbij blijft onveranderd dat de behoefte om te zoeken op gegevens gerangschikt naar natuurlijke personen, rechtstreeks moet voortvloeien uit een wettelijke taak of bevoegdheid, en op die wijze wordt de autorisatie ook wettelijk begrensd. Per geval wordt, zoals op dit moment al de werkwijze is, zorgvuldig beoordeeld of een eventuele toevoeging aan de lijst met geautoriseerde instanties gerechtvaardigd is, zowel vanuit het oogpunt van de goede vervulling van hun wettelijke taken of bevoegdheden als vanuit het oogpunt van de bescherming van de persoonlijke levenssfeer.”

Verplicht gebruik authentieke gegevens door overheidsorganen

Overheidsorganen zijn verplicht om bij hun taakvervulling gebruik te maken van de authentieke gegevens zoals vermeld in het Handelsregister (art. 30 Handelsregisterwet). In het nog niet in werking getreden art. 32 Handelsregisterwet is geregeld, dat zij een “terugmeldplicht” hebben om gegevens, waarvan zij hebben vastgesteld dat die onjuist zijn, aan de KvK te melden. Deze terugmeldplicht was reeds opgenomen voor authentieke gegevens. In de wetswijziging in het kader van de evaluatie van de wet in 2019 is dit uitgebreid tot niet-authentieke gegevens, mits ingewonnen door het bestuursorgaan in kwestie.

Procedure tot aanpassing van onjuiste gegevens

Wanneer de in het handelsregister ingeschreven gegevens onjuist zijn, kan de Kamer van Koophandel besluiten deze aan te passen. De procedure voor aanpassing is opgenomen in art. 33 Handelsregisterwet tot en met art. 37 Handelsregisterwet. De beslissing tot wijziging is een bestuursrechtelijke beslissing, waartegen via bestuursrechtelijke weg kan worden opgekomen (art. 35 Handelsregisterwet).

UBO-register

De invoering van het UBO-register is een feit. In dit register wordt bijgehouden, wie de “uiteindelijk belanghebbende” (Engels: UBO) is achter in Nederland opgerichte vennoot-schappen. Per 27 september 2020 treedt deze wet in effect. Doelstelling van het register om inzicht te verkrijgen wie er achter een bepaalde entiteit zit. De wet is een uitvloeisel van art. 30 van de herziene Vierde anti-witwas richtlijn (Richtlijn (EU) 2018/843). Die is ook gericht op de bestrijding van de financiering van terrorisme.

Met deze wetswijziging wordt een algemene verplichting voor in Nederland opgerichte vennoot-schappen en andere juridische entiteiten ingevoerd om informatie te hebben en bij te houden over wie hun uiteindelijk belanghebbenden zijn. Deze is geïmplementeerd in de Handelsregisterwet 2007 en de Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme (Wwft). Daarnaast is het niet bijhouden hiervan strafbaar gesteld als economisch delict (art. 47 Handelsregisterwet).

Voor trusts komt er op grond van art. 31 van de Richtlijn ook een regeling, maar in een aparte wet. De wet geldt voorts niet voor het grondgebied buiten Europa (de BES-eilanden). De regelgeving vloeit mede voort uit de standaarden van de internationale Financial Action Task Force (FATF).

De integriteit van het financiële stelsel van de Europese Unie is afhankelijk van de transparantie van vennootschappen en andere juridische entiteiten. Bovendien kan dit een afschrikwekkend effect hebben.

De lidstaten moeten volgens lid 1 van art. 30 zorgen dat binnen hun grondgebied opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten toereikende, accurate en actuele informatie inwinnen en bijhouden over wie hun UBO’s zijn, waaronder detailgegevens over de door de UBO’s gehouden economische belangen. Deze verplichting moet ook versterkt worden door een sanctie als deze informatie niet wordt gegeven. Deze informatie moet toegankelijk zijn voor de bevoegde autoriteiten.

Deze gegevens kunnen in een register worden bijgehouden op een wijze die aansluit op de nationale registers. Dit register moet openbaar toegankelijk zijn. Een ieder moet minimaal toegang hebben tot zes UBO-gegevens: naam, geboortemaand en -jaar, woonstaat, nationaliteit en de aard en omvang van het door de uiteindelijk belanghebbende gehouden economische belang.

In uitzonderlijke omstandigheden en per geval kan een uitzondering worden gemaakt op de toegang tot UBO-informatie. Alleen wanneer toegang tot de informatie de UBO blootstelt aan een onevenredig risico, een risico op fraude, ontvoering, chantage, afpersing, pesterijen, geweld of intimidatie of als de UBO minderjarig of handelingsonbekwaam is. De lidstaten zorgen ervoor dat dergelijke uitzonderingen worden verleend na een gedetailleerde beoordeling.

Al deze registers worden gekoppeld aan een Centraal Europees platform.

Artikel 3, zesde lid van de Richtlijn geeft een definitie en drie onderdelen waarin een uitwerking wordt gegeven van wat ten minste moet worden verstaan onder een UBO.

Wijziging Handelsregisterwet

Het UBO-register wordt geregeld in de Handelsregisterwet. De gegevens met betrekking tot de UBO worden zodoende meegenomen in de registratie in het handelsregister. Het openbare karakter maakt, dat de informatie ook door anderen dan de autoriteiten gecontroleerd kunnen worden. Dit is een register als vermeld in artikel 15a van de Handelsregisterwet 2007.

De definitie UBO wordt opgenomen in de Wwft (art. 10a Wwft). De Handelsregisterwet verwijst daarnaar. De definitie is: ”de natuurlijke persoon die de uiteindelijke eigenaar is van of zeggenschap heeft over een vennootschap of andere juridische entiteit”.

De Handelsregisterwet 2007 kent in artikel 5 een inschrijvingsplicht in het handelsregister voor in Nederland gevestigde ondernemingen en in artikel 6 een inschrijvingsplicht in het handelsregister voor rechtspersonen die volgens hun statuten hun zetel in Nederland hebben.

Het huidige artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 gaat echter uit van in Nederland gevestigde ondernemingen. Om te voorkomen dat een omissie in de registratieverplichting ontstaat, wordt aan artikel 5 van de Handelsregisterwet 2007 een nieuw onderdeel f toegevoegd, dat een verplichting tot inschrijving in het handelsregister creëert voor een onderneming die niet (meer) in Nederland is gevestigd 20 Wijzigingsrichtlijn, overweging 30. Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 179, nr. 3 10 en die toebehoort aan een in Nederland opgerichte maatschap, vennootschap onder firma, commanditaire vennootschap of rederij.

Vervolgens wordt bepaald dat in het handelsregister wordt opgenomen wie de UBO’s zijn van vennootschappen of andere juridische entiteiten als bedoeld in artikel 10a, tweede lid, van de Wwft, die overeenkomstig de artikelen 5 of 6zijn ingeschreven in het handelsregister.

Een beperkte groep van organisaties is uitgesloten. Allereerst vallen eenmanszaken en publiekrechtelijke rechtspersonen buiten de reikwijdte van de begrippen vennootschappen en andere juridische entiteiten in artikel 30 van de richtlijn. De verplichting tot het registreren van UBO-informatie in het handelsregister is daarmee niet van toepassing. Verder geldt het niet voor verenigingen zonder volledige rechtsbevoegdheid, die geen onderneming drijven. Ook VvE’s zijn niet UBO-plichtig.

Kerkgenootschappen ook niet, omdat er anders een indirecte registratie van religie zou kunnen ontstaan. Bovendien valt een dergelijke registratie onder de AVG. Dit neemt niet weg, dat zij die informatie in het kader van de Wwft wel moeten bijhouden.

Beursgenoteerde vennootschappen, die al onder de Transparantie Richtlijn (2004/109/EG) vallen zijn ook uitgezonderd, omdat zij al op grond van die wetgeving moeten publiceren wie hun UBO is. Dit geldt dan ook voor 100% dochters.

Buitenlandse rechtspersonen met een hoofd- of nevenvestiging in Nederland hoeven evenmin UBO-informatie in Nederland te registreren. Die worden in de andere Lidstaat geregistreerd en anders zou er dubbele registratie optreden.

Samengevat wordt aan de volgende in Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten de verplichting tot het registreren van UBO-informatie opgelegd:

– besloten vennootschap of een naamloze vennootschap (excl. de Transparantierichtlijn);

– Europese naamloze vennootschap;

– Europees economisch samenwerkingsverband;

– Europese coöperatieve vennootschap;

– coöperatie;

– onderlinge waarborgmaatschappij;

– vereniging;

– vereniging met volledige rechtsbevoegdheid;

– vereniging zonder volledige rechtsbevoegdheid die een onderneming drijft;

– stichting;

– maatschap;

– commanditaire vennootschap;

– vennootschap onder firma; en

– rederij.

De volgende aanvullende zes gegevens moeten worden geregistreerd:

1. geboortedag, -plaats en -land;

2. adres;

3. indien dat is toegekend het burgerservicenummmer (BSN), en

4. indien dat is toegekend door de woonstaat van de UBO een buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN);

5. afschrift van documentatie op grond waarvan de identiteit van de UBO is geverifieerd;

6. afschrift van documentatie waarmee wordt onderbouwd waarom een persoon de status van UBO heeft en waarmee de aard en omvang van het door de UBO gehouden economisch belang wordt aangetoond.

Hierbij moet worden onderscheiden in openbare informatie en aanvullende informatie.

Openbaar toegankelijk zijn slechts: (ad 1) naam, geboortemaand en -jaar, (ad 4) woon-staat, nationaliteit en (ad 6) de aard en omvang van het door de uiteindelijk belangheb-bende gehouden economische belang. Dit laatste wordt niet in geld uitgedrukt en aan-geduid in percentages. Doorslaggevend bij de afweging wie toegang heeft, was voor de wetgever of dit proportioneel en noodzakelijk is.

Alle informatie is toegankelijk voor:

(a) bevoegde autoriteiten en de Financiële inlichtingen eenheid,

De openbare informatie is toegankelijk voor:

(b) meldingsplichtige instellingen in het kader van hun cliëntenonderzoek en

(c) elk lid van de bevolking (een ieder).

Op de instanties die ook toegang tot de andere gegevens hebben rust een geheimhoudingsplicht. Op grond van de Wwft meldingsplichtige instanties hebben geen inzagerecht in alle gegevens. Ook voor instellingen onder Wft-toezicht geldt dat toegang tot de aanvullende UBO-informatie niet proportioneel en noodzakelijk wordt bevonden. Dus banken, notarissen, advocaten enz. hebben die inzage niet.

De toegang tot de gegevens moet ingevolge de richtlijn worden verleend overeenkomstig de regels inzake gegevensbescherming. Lidstaten kunnen tot slot een verplichte online registratie en de betaling van een vergoeding verlangen als onderdeel van de toegang.

Welke gegevens opgegeven moeten worden, wordt vermeld in de Handelsregisterwet 2007. Hiermee wordt deels afgeweken van de systematiek van die wet. In beginsel worden authentieke gegevens in de wet zelf benoemd en niet-authentieke gegevens krachtens artikel 17, eerste lid, van de wet in het Handelsregisterbesluit 2008 aangewezen. Nu de UBO-informatie niet-authentiek van karakter is, zou het in de rede liggen om deze informatie in het Handelsregisterbesluit 2008 op te nemen. Omwille van de transparantie is de opsomming van te registreren informatie in dit geval wel in de wet vermeld.

Degene aan wie de vennootschap of andere juridische entiteit toebehoort of ieder der bestuurders of – als die er niet zijn – degene die met de dagelijkse leiding is belast, is verplicht tot het doen van de inschrijving van de UBO-informatie. De inschrijving wordt geregeld in art. 20 en art. 57 Hregwet.

Artikel 23 van de Handelsregisterwet 2007 biedt de grondslag om bij algemene maatregel van bestuur beperkingen vast te stellen inzake de toegang tot categorieën gegevens of bescheiden, ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer. Dit besluit is het Handels-registerbesluit 2008.

De UBO kan een verzoek tot afscherming van zijn UBO-informatie indienen bij de Kamer van Koophandel. Om het regime effectief te laten zijn, is het wenselijk dat de UBO-informatie niet openbaar is tijdens de periode die nodig is om de UBO in staat te stellen een verzoek in te dienen, de Kamer van Koophandel om daarover te besluiten en – indien het verzoek wordt afgewezen – bezwaar en beroep af te handelen.

De informatie blijft na opheffing 10 jaar bewaard. Er zal een kostendekkende vergoeding gevraagd worden voor het verkrijgen van informatie uit het UBO-register.

Wwft

In de Wwft wordt een nieuwe paragraaf toegevoegd over UBO-informatie. In die paragraaf wordt ten eerste de definitie van uiteindelijk belanghebbende opgenomen, alsmede de definitie van «vennootschappen en andere juridische entiteiten».

Aan de Wwft wordt tevens toegevoegd dat Wwft-instellingen zich bij hun cliëntenonderzoek niet uitsluitend mogen verlaten op UBO-informatie in het handelsregister.

Op grond van artikel 3 van de Wwft dienen instellingen, die onder de werking van de Wwft vallen, onderzoek te verrichten naar hun cliënten en de achtergrond en het doel van een beoogde zakelijke relatie of transactie. Hiertoe moeten vennootschappen dan ook beschikken over de detailgegevens over de door de uiteindelijk belanghebbenden gehouden economische belangen. Welke gegevens dat zijn is te ontlenen aan de eisen die de wet voor de opgaaf voor het UBO-register stelt. De UBO wordt verplicht hieraan mee te werken. Nalatigheid mee te werken is strafbaar.

Wwft instanties moeten discrepanties terugmelden aan het handelsregister. Deze staat los van de meldingsplicht van art. 16 Wwft. Ook bevoegde autoriteiten moeten terugmelden, indien dit “pasend” is binnen hun taakuitoefening.

Tegen besluiten van het handelsregister inzake de registratie staat voor belanghebbenden bezwaar en beroep open conform de Algemene wet bestuursrecht (Awb).

Duaal stelsel handhaving

Enerzijds voorziet de wet in een strafsanctie (art. 47). Op grond van artikel 1, onderdeel 4° juncto artikel 2, vierde lid, van de Wed wordt dit economisch delict aangemerkt als een overtreding, die op grond van artikel 6, eerste lid, onderdeel 5°, van de Wed bestraft wordt met hechtenis van ten hoogste zes maanden, een taakstraf of geldboete van de vierde categorie.

Ten behoeve van de strafrechtelijke handhaving worden, naast het doen van opgave voor de inschrijving van UBO-informatie, de volgende verplichtingen als economisch delict gesanctioneerd in de Wed:

1. Het inwinnen en bijhouden door vennootschappen en andere juridische entiteiten van toereikende, accurate en actuele informatie over hun UBO’s (artikel 10b, eerste lid, Wwft);

2. Het voorzien in alle informatie door een uiteindelijk belanghebbende die voor de vennootschap of andere juridische entiteit noodzakelijk is om te kunnen voldoen aan de onder 1. bedoelde verplichting (artikel 10b, tweede lid, Wwft);

3. De terugmeldplicht voor Wwft-instellingen (artikel 10c van de Wwft).

Overtreding van de hierboven genoemde verplichtingen wordt aangemerkt als een misdrijf, voor zover zij opzettelijk is begaan; anders is zij een overtreding (artikel 1, onderdeel 2° juncto artikel 2, eerste lid, van de Wed). De misdrijfvariant wordt bestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren, een taakstraf of geldboete van de vierde categorie (artikel 6, eerste lid, onderdeel 2°, van de Wed), de overtredingvariant met hechtenis van ten hoogste zes maanden, een taakstraf of geldboete van de vierde categorie (artikel 6, eerste lid, onderdeel 5°, van de Wed).

Anderzijds ook in bestuurlijke handhaving. Het wetsvoorstel voorziet in de mogelijkheid voor de Minister van Financiën tot het opleggen van een last onder dwangsom en een bestuurlijke boete.

Kosten voor het bedrijfsleven

In totaal zullen de kosten van deze operatie voor het bedrijfsleven 99 miljoen euro belopen, zo schat de Minister in.

Schematisch overzicht

In de Memorie van Toelichting is een tabel opgenomen (blz. 38/39), waarin de implementatie van art. 30 Witwasrichtlijn in de Nederlandse regelgeving wordt gerelateerd aan de bepalingen in de Wwft, de Handelsregisterwet en het Handelsregisterbesluit.

Auteur & Last edit

[MdV, 25-08-2020]

2 votes, average: 3,00 out of 52 votes, average: 3,00 out of 52 votes, average: 3,00 out of 52 votes, average: 3,00 out of 52 votes, average: 3,00 out of 5 (2 votes, average: 3,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.