Geschillenregeling (Afd. 1, Titel 8, Boek 2 B.W.)

Inleiding geschillenregeling

De wet kent in Afd. 1, Titel 8 van Boek 2 B.W. een geschillenregeling voor aandeelhoudersgeschillen binnen de kapitaalvennootschap. De geschillenregeling omvat 14 bepalingen (art. 2:335 B.W. tot en met art. 2:343c B.W.).

Voorontwerp aanpassing geschillenregeling en recht van enquête

De Minister heeft een voorontwerp aanpassing geschillenregeling en recht van enquête opgesteld, dat openbaar is gemaakt via een internetconsultatie. Deze is gesloten op 22-11-2019. Het wachten is nu op een wetsontwerp.

Bijzondere procesregels rechtspersonen

In het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering (Rv.) zijn enkele bijzondere procesregels opgenomen voor procedures inzake rechtspersonen. Deze procesrechtelijke bepalingen zijn te vinden in Titel 10, Boek 3 Rv. (niet-digitaal). Zie de pagina Procedures rechtspersonen.

Voor welke vennootschappen geldt de geschillenregeling?

De geschillenregeling geldt voor B.V.’s (art. 2:335 lid 1 B.W.) en N.V.’s met een besloten karakter (art. 2:335 lid 2 B.W.). Dat wil zeggen N.V.’s, waarvan de statuten:

a. uitsluitend aandelen op naam kennen; en

b. een blokkeringsregeling bevatten, en

c. niet toelaten dat met medewerking van de vennootschap certificaten aan toonder worden uitgegeven.

Gedwongen overdracht aandelen (uitstoting aandeelhouder)

Op grond van art. 2:336 lid 1 B.W. kunnen één of meer houders van aandelen, die alleen of gezamenlijk ten minste een derde van het geplaatste kapitaal verschaffen, van een aandeelhouder in rechte vorderen dat hij zijn aandelen overdraagt, als die aandeelhouder door zijn gedragingen het belang van de vennootschap zodanig schaadt of heeft geschaad, dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet kan worden geduld.

De vordering kan niet worden ingesteld door de vennootschap of een dochtermaatschappij van de vennootschap (art. 2:336 lid 2 B.W.). De wet geeft hier ook nog een bepaling over een vennootschap met certificaten en voor aandelen die in beheer zijn.

Vruchtgebruiker of pandhouder, beide met stemrecht

In art. 2:342 B.W. is een vergelijkbare regeling gegeven voor de vruchtgebruiker of pandhouder met stemrecht, die door zijn gedragingen de belangen van de vennootschap schaadt. Ook hier weer twee sets bepalingen, de 1e set is niet (meer) relevant omdat die slaat op de afgeschafte digitale KEI-procedure.

Bevoegde rechter uitstoting aandeelhouder

Tot de kennisneming van de vordering is in eerste aanleg uitsluitend bevoegd de rechtbank van de woonplaats van de vennootschap. Hoger beroep kan uitsluitend worden ingesteld bij de ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam (art. 2:336 lid 3 B.W.). Deze bepaling is van regelend recht (zie hierna).

De rechtbank kan de zaak aanhouden als de vennootschap of één of meer aandeelhouders op zich nemen de schade ongedaan te maken of zoveel mogelijk te beperken (art. 2:336 lid 4 B.W.).

Samenhangende vorderingen

De rechtbank (c.q. de Ondernemingskamer in hoger beroep) is eveneens bevoegd kennis te nemen van met de schade toebrengende gedragingen samenhangende vorderingen tussen dezelfde partijen of tussen een der partijen en de vennootschap (art. 2:336 lid 5 B.W.). Daarmee kan de vennootschap dus in die procedure tussenkomen of kan voeging gevraagd worden (zie ook de pagina Voeging en tussenkomst).

Afwijkend beding procedure uitstoting aandeelhouder

In de statuten of in een overeenkomst kan worden bedongen, dat de uitstoting niet voor de rechtbank gebracht wordt, maar in plaats daarvan hetzij meteen bij de Ondernemingskamer van het Gerechtshof Amsterdam, dan wel dat deze procedure via arbitrage moet plaatsvinden (art. 2:337 lid 2 B.W.). Zie ook de pagina Arbitrage.

Ook kan op andere wijze van de wettelijke bevoegdheidsregel worden afgeweken.

Beding afwijkende procedure mag uitstoting niet onmogelijk maken

De afwijkende afspraak of statutaire bepaling mag de uitstoting echter niet onmogelijk maken (art. 2:337 lid 1 B.W.). De volgorde van lid 1 en lid 2 is m.i. logischer als je die omkeert, dus eerst lid 2 en dan lid 1. Materieel maakt dit niet uit, maar het maakt het wel begrijpelijker.

Verbod vervreemding hangende de procedure tot uitstoting aandeelhouder

Zo lang de uitstotingsprocedure aanhangig is, mag de aandeelhouder in kwestie zijn aandelen niet meer vervreemden of bezwaren (art. 2:338 B.W.).

NB deze bepaling kent twee lezingen. De 1e lezing ziet op de digitale KEI-procedure. Die is echter afgeschaft. Dus alleen de 2e lezing (over de dagvaardingsprocedure) is van toepassing.

Prijsbepaling bij toewijzing vordering tot uitstoting aandeelhouder

Als de vordering wordt toegewezen, benoemt de rechtbank deskundigen om de prijs van de over te dragen aandelen te bepalen (art. 2:339 B.W.). Als partijen het zelf eens zijn of als de prijs aan de hand van de statuten zonder meer bepaald kan worden, kan de rechtbank de prijs meteen zelf vaststellen.

Tegen de toewijzing van de vordering tot uitstoting is pas hoger beroep mogelijk bij de einduitspraak. Tegen de benoeming van de deskundigen is geen rechtsmiddel mogelijk.

De prijs wordt door de rechtbank vastgesteld op grond van het deskundigenrapport (art. 2:340 B.W.).

Executie na toewijzing vordering tot uitstoting aandeelhouder

Wanneer de vordering is toegewezen en de prijs is vastgesteld, moet de uitgestoten aandeelhouder zijn aandelen uiteraard ook nog leveren. Hij moet die aan de andere aandeelhouders leveren, voor de door de rechtbank vastgestelde prijs. De wijze van tenuitvoerlegging is uitgewerkt in art. 2:341 B.W. (lid 1 tot en met 7).

Ongedaanmaking na vernietiging uitstotingsvonnis in hoger beroep

Art. 2:341a B.W. geeft een regeling inzake ongedaanmakingsverplichtingen, indien het vonnis in 1e instantie (bvb. doordat dit uitvoerbaar bij voorraad verklaard was) reeds tenuitvoer gelegd was.

Gedwongen overname aandelen beklemde aandeelhouder (uittreding aandeelhouder)

In art. 2:343 B.W. tot en met art. 2:343c B.W. is een regeling opgenomen voor de spiegelbeeldige situatie: de aandeelhouder wie het leven onmogelijk gemaakt wordt door de andere aandeelhouders kan een vordering instellen tot het gedwongen overnemen – tegen een door de rechter vast te stellen prijs – van zijn aandelen door de andere aandeelhouder(s).

Het criterium is, dat deze aandeelhouder door gedragingen van één of meer mede-aandeelhouders zodanig in zijn rechten of belangen is geschaad dat het voortduren van zijn aandeelhouderschap in redelijkheid niet meer van hem kan worden gevergd.

Een vordering tot uittreding kan ook worden ingesteld tegen de vennootschap op grond van gedragingen van één of meer mede-aandeelhouders of van de vennootschap zelf. Een vordering tegen de vennootschap kan evenwel niet worden toegewezen als er een verbod van inkoop van eigen aandelen geldt.

Auteur & Last edit

[MdV, 1-04-2021]

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.

Vond je deze content nuttig? Steun Lawyrup met een donatie naar keuze.

Doneren