LawyrupBurgerlijk wetboekRechtspersonen (Boek 2 B.W.)Verenigingen (Titel 2, Boek 2 B.W.)

Verenigingen (Titel 2, Boek 2 B.W.)

Inleiding verenigingen

In Titel 2 van Boek 2 B.W. wordt de vereniging geregeld. Titel 2 van Boek 2 omvat 30 artikelen (art. 2:26 B.W. tot en met art. 2:52 B.W.). Er zijn dus 3 met een letter genummerde (tussengevoegde) artikelen.

De ideële rechtspersonen

De vereniging is samen met de stichting een zgn. “ideële” rechtsvorm: in tegenstelling tot de kapitaalvennootschappen, die primair een commercieel doel hebben, is kenmerkend voor de vereniging dat het doel ervan is om een niet geldelijk doel na te streven. Bij voorbeeld de beoefening van een bepaalde sport of hobby, of de behartiging van bepaalde belangen, zoals een vakvereniging of een vereniging van consumenten. En daarnaast kan de vereniging ook mensen bij elkaar brengen met een bepaalde politieke of levensovertuiging.

De informele vereniging

Een ander onderscheid van de vereniging met de andere rechtspersonen is, dat deze ook informeel tot stand kan komen. Alle andere rechtspersonen kunnen alleen worden opgericht door middel van een notariële akte. Een vereniging kan echter ook tot stand komen door de wil van een aantal personen (die dan de leden van de vereniging vormen) om zich voor een bepaald doel “te verenigen”. Deze vereniging heeft echter juridisch gezien minder mogelijkheden, zodat een vereniging in de regel ook notarieel zal worden opgericht, om zo ook de interne regels en afspraken tussen de leden duidelijk vast te leggen.

Dwingend recht

Boek 2 B.W. vormt blijkens art. 2:25 B.W. dwingend recht.

Oprichting en doel

Rechtspersonen worden opgericht door een daartoe strekkende (meerzijdige) rechtshandeling van meerdere natuurlijke personen, of andere rechtspersonen (de oprichters) (zie ook de pagina Rechtshandelingen).

De vereniging moet daarbij een bepaald – niet commercieel – doel hebben (art. 2:26 lid 1 B.W.). Een vereniging mag ook geen winstoogmerk hebben, wat overigens niet betekent dat een vereniging geen winst mag maken. Veel sportclubs hebben een kantine, waarmee een opbrengst (winst) wordt gerealiseerd, dat wordt gebruikt voor het ondersteunen van de doelen van de vereniging, zoals aanleg en onderhoud van de sportvelden. De wet verbiedt in art. 2:26 lid 3 B.W. het uitkeren van de winst onder de leden. Dus het geld moet binnen de vereniging blijven ter ondersteuning van haar doel.

De wet zet het ontbreken van winstoogmerk af tegen het doel van de in Titel 3 Boek 2 B.W. (art. 2:53 e.v. B.W.) geregelde coöperatie, die een bijzondere uitwerking van de vereniging is. Een coöperatie heeft wel een commercieel doel, in die zin dat het de ondernemingen van de deelnemende bedrijven ten dienste staat. Zoals een melkcoöperatie, die de melk van de aangesloten boeren verwerkt.

2 votes, average: 4,00 out of 52 votes, average: 4,00 out of 52 votes, average: 4,00 out of 52 votes, average: 4,00 out of 52 votes, average: 4,00 out of 5 (2 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Rechtspraak

Auteur & Last edit

[MdV, 23-06-2020]

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.