Aandeel gefailleerde in gemeenschap (Par. 7 Afd. 2, Titel 1 Fw.)

LawyrupFaillissementswetFaillissement (Titel 1 Fw.)Gevolgen van de faillietverklaring (Afd. 2, Titel 1 Fw.)Aandeel gefailleerde in gemeenschap (Par. 7 Afd. 2, Titel 1 Fw.)

Aandeel gefailleerde in gemeenschap (Par. 7 Afd. 2, Titel 1 Fw.)

Inleiding aandeel gefailleerde in gemeenschap

Wanneer de gefailleerde gehuwd is, dan zal er sprake zijn van vermenging van vermogensbestanddelen. Als er sprake is van een huwelijk in gemeenschap van goederen, is er ook een (gebonden) goederenrechtelijke gemeenschap. Zie over dit begrip ook de pagina gemeenschap.

Goederen die tot een bewind behoren

De wet kent in art. 60a en 60b Fw. een bijzondere regeling voor goederen van de gefailleerde die onder bewind staan. Indien tot het vermogen van de gefailleerde onder bewind staande goederen behoren en zich schuldeisers ter verificatie hebben aangemeld, die deze goederen onbelast met het bewind kunnen uitwinnen, zal de curator deze goederen van de bewindvoerder opeisen, onder zijn beheer nemen en te gelde maken, voorzover dit voor de voldoening van deze schuldeisers uit de opbrengst nodig is (art. 60a Fw.).

Opeisen eigen goederen uit de boedel

De partner van de gefailleerde kan eigen goederen opeisen (art. 61 Fw.). In het kader van de wijziging van het huwelijksgoederenrecht per 1 januari 2018 (zie “Wet tot wijziging van het B.W. en de Fw. teneinde de omvang van de wettelijke gemeenschap van goederen te beperken”Stb., 2017, 177 en Besluit datum in werking treding, Stb. 2017, 178) is art. 61 Fw. gewijzigd.

Vanaf 1 januari 2018 is alleen lid 1 van art. 61 Fw. (oud) gehandhaafd:

“De echtgenoot of geregistreerde partner van de schuldenaar neemt alle goederen die hem toebehoren en niet in de huwelijksgemeenschap onderscheidenlijk de gemeenschap van het geregistreerd partnerschap vallen, terug.”

Art. 61 Fw. kende tot 1-1-2018 nog de volgende leden:

“2. De aanbrengst van de bij huwelijkse voorwaarden of bij voorwaarden van geregistreerd partnerschap buiten de gemeenschap gehouden rechten aan toonder en zaken die geen registergoederen zijn, kan slechts worden bewezen zoals bij artikel 130 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek ten opzichte van derden is voorgeschreven.

3. Van de aan de echtgenoot of geregistreerde partner van de gefailleerde opgekomen rechten aan toonder en zaken die geen registergoederen zijn, welke ingevolge artikel 94, tweede lid, onder a en c, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek dan wel de huwelijkse voorwaarden onderscheidenlijk de voorwaarden van geregistreerd partnerschap buiten de gemeenschap vallen, moet, in geval van geschil, door beschrijving of bescheiden blijken.

4. De goederen, voortgesproten uit de belegging of wederbelegging van gelden aan de echtgenoot of geregistreerde partner van de gefailleerde buiten de gemeenschap toebehorende, worden insgelijks door die echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner teruggenomen, mits de belegging of wederbelegging, in geval van geschil, door voldoende bescheiden, ten genoegen van de rechter, zij bewezen. Op de belegging of wederbelegging is artikel 95, eerste lid, eerste volzin, van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboekvan toepassing.

5. Indien de goederen aan de echtgenoot of geregistreerde partner van de gefailleerde toebehorende, door de gefailleerde zijn vervreemd, doch de koopprijs nog niet is betaald, of wel de kooppenningen nog onvermengd met de failliete boedel aanwezig zijn, kan de echtgenoot onderscheidenlijk geregistreerde partner zijn recht van terugneming op die koopprijs of op de voorhanden kooppenningen uitoefenen.

6. Voor zijn persoonlijke schuldvorderingen treedt de echtgenoot of geregistreerde partner van de gefailleerde als schuldeiser op.”

De wijziging van art. 61 Fw. heeft onmiddellijke werking vanaf 1-1-2018 in faillissementen die worden uitgesproken na het tijdstip van inwerkingtreding van de wet. Aldus de publicatie over deze wetswijziging in het Advocatenblad d.d. 26 april 2017.

Huwelijksgoederengemeenschap

Wanneer er sprake is van een huwelijksgoederengemeenschap, dan geldt het faillissement als een faillissement van die gemeenschap. De curator is dan bevoegd die te vereffenen (art. 63 Fw.).

De curator zal dat wel met inachtneming van de gelaagdheid van de afwikkeling van de twee boedels moeten doen, rekening houdend met de verschillende positie van schuldeisers van (alleen) de gefailleerde en schuldeisers van de gemeenschap.

Auteur & Last edit

[MdV, 27-04-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.

Wat vond u van dit artikel ?

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.