Verificatie WSNP (Afd. 5, Titel 3 Fw.)

LawyrupFaillissementswetWettelijke schuldsanering (WSNP) (Titel 3 Fw.)Verificatie WSNP (Afd. 5, Titel 3 Fw.)

Verificatie WSNP (Afd. 5, Titel 3 Fw.)

Inleiding verificatie van vorderingen (WSNP)

In Afd. 5, Titel 3 Fw. zijn de bepalingen opgenomen over de verificatie van vorderingen, zodat de schuldenpositie van de schuldenaar correct en spoedig kan worden vastgesteld. Art. 328 Fw. en art. 328a Fw.. De regeling verwijst volledig naar de regels voor verificatie in faillissement. Zie ook de pagina Verificatie in faillissement.

Indiening vordering

De wijze waarop vorderingen dienen te worden ingediend bij de bewindvoerder staat opgenomen in de Faillissementswet. Art. 328 lid 1 Fw. maakt een verwijzing naar de artt. 110 tot en met 116 en 119 tot en met 127 Fw. De indiening van een vordering (inclusief schadevergoeding ex art. 7:907 lid 1 B.W.) geschiedt bij de bewindvoerder door het overleggen van een schriftelijke verklaring of een rekening, waaruit enerzijds kan worden opgemaakt wat de hoogte van de vordering is en anderzijds wat de aard van de vordering is. Bij deze schriftelijke verklaring of rekening, dient de schuldeiser bewijsstukken mee te sturen, waarbij eveneens een opgave kan worden gedaan of er sprake is van een voorrecht, pand-, hypotheek- of retentierecht (art. 328 lid 1 Fw. jo art. 110, lid 1 Fw.). Indien de schuldeiser dat wenst kan hij de bewindvoerder om een ontvangstbewijs vragen van zijn indiening (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 110 lid 2 en 3 Fw.). 

Toetsing ingediende vorderingen

De bewindvoerder toetst de ingediende vorderingen aan de hand van de administratie van de natuurlijk persoon. Indien de bewindvoerder van mening is dat hij tegen de toelating van een vordering bezwaar moet maken, zal hij met de betreffende schuldeiser in overleg treden. Tevens kan de bewindvoerder indien er onderliggende stukken ontbreken, de oorspronkelijke bewijsstukken opvragen bij de schuldeiser, dan wel inzage in diens administratie vorderen (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 111 Fw.).

Crediteurenlijst

Na de toetsing zal de bewindvoerder de goedgekeurde vorderingen op een lijst van voorlopig erkende schuldeisers plaatsen. Bij elke vordering wordt een omschrijving opgenomen en aangegeven of zij naar mening van de bewindvoerder een voorrecht hebben, of door een pand- of hypotheekrecht gedekt zijn, dan wel een retentierecht kan worden uitgeoefend (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 112 en 113 Fw.).

Indien er vorderingen zijn die de bewindvoerder betwist om welke reden dan ook, dan zullen deze op een aparte lijst worden opgenomen met daarbij de reden van betwisting. Indien de bewindvoerder alleen de voorrang, of het retentierecht betwist, dan wordt deze vordering opgenomen op de lijst van voorlopig erkende schuldeisers. Er zal een aantekening worden gemaakt van de betwisting en de gronden daarvan (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 112 en 113 Fw.).

Van de lijst van voorlopig erkende schuldeisers wordt door de bewindvoerder een afschrift hiervan bij de griffie van de rechtbank neergelegd, zodat deze kosteloos gedurende zeven dagen voorafgaand aan de verificatievergadering ingezien kan worden door eenieder. Dit betreft een kosteloze handeling (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 114 lid 1 en 2 Fw.). De schuldeisers dienen door de bewindvoerder op de hoogte te worden gebracht van vorenstaande, waarbij zij tevens een oproeping verkrijgen voor de verificatievergadering (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 115 Fw.).

Verificatievergadering

Nadat de bewindvoerder de lijst van voorlopig erkende schuldeisers heeft opgesteld, zal de verificatievergadering worden gehouden op de datum welke voorafgaand is vastgesteld. De natuurlijk persoon, die is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, woont de verificatievergadering in persoon bij, zodat hij indien de rechter-commissaris dat wenst de benodigde inlichtingen over de oorzaken van zijn schuldenproblematiek en de staat van de boedel kan geven. De schuldeisers kunnen tevens de rechter-commissaris de natuurlijk persoon verzoeken om inlichtingen te geven op eventuele vragen die zij hebben. De vragen aan de natuurlijk persoon, alsmede de door hem gegeven antwoorden worden opgenomen in het proces-verbaal (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 116 Fw.). 

Tijdens de verificatievergadering leest de rechter-commissaris de opgestelde lijst van voorlopig erkende schuldeisers en eventuele betwiste vordering voor. De schuldeisers welke opgenomen zijn op de lijst hebben het recht om de bewindvoerder vragen te stellen omtrent de vorderingen, of te verklaren dat zij zich bij de betwisting van de bewindvoerder aansluiten (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 119 lid 1 Fw.).

De bewindvoerder is bevoegd om een door hem voorlopige erkenning of betwisting te herzien, dan wel de schuldeiser inzake een betwiste vordering te vorderen zijn deugdelijkheid onder ede te bevestigen en tevens meent dat hij te goeder trouw gelooft dat de schuld bestaat en onvoldaan is. Indien de oorspronkelijk schuldeisers overleden is, kan diens rechthebbende deze verklaring afleggen. Deze eed wordt in persoon of door een daartoe (onderhands) bijzonder gevolmachtigde afgelegd bij de rechter-commissaris onmiddellijk tijdens de verificatievergadering, of op een later door de rechter-commissaris te bepalen dag (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 120 lid 1 Fw.). Indien de betreffende schuldeiser(s), die een eed moet afleggen niet aanwezig is op de verificatievergadering, dan wordt diegene per omgaande door de griffier hiervan in kennis gesteld en geïnformeerd over de dag waarop de eed dient te worden afgelegd. Van de betreffende eedsaflegging, ontvangt de schuldeiser een verklaring, tenzij de eed wordt afgelegd tijdens de verificatievergadering en de aflegging middels aantekening wordt opgenomen in het proces-verbaal (art. 328 lid 1 Fw. jo. 120 lid 2 en 3 Fw.). 

Betwiste vorderingen, die na de verificatievergadering niet meer worden betwist, zullen worden geplaatst op de lijst van erkende schuldeisers. De erkenning wordt door de bewindvoerder aan orde en aan toonder op papier aangetekend. De vorderingen ten aanzien waarvan de curator de beëindiging heeft gevorderd, worden voorwaardelijk toegelaten op de lijst van erkende schuldeisers, in afwachting van de definitieve beslissing aan de hand van de eedaflegging (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 121 lid 1 en 2 Fw.). 

Van hetgeen besproken is gedurende de verificatievergadering wordt een proces-verbaal opgemaakt, die wordt ondertekend door de rechter-commissaris en de griffier (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 121 lid 3 Fw.).

Indien er behoefte is om de verificatievergadering te verdagen, dan wordt de vergadering binnen acht dagen, op een door de rechter-commissaris aan te wijzen tijdstip, zonder dat nadere oproeping is vereist, voortgezet (art. 119 lid 3 Fw.).

Betwisting

De rechter-commissaris kan in het geval van betwisting ook de mogelijkheden van een schikking onderzoeken. Indien er geen vereniging van partijen ontstaat, zal de rechter-commissaris hen doorverwijzen naar een door hem te bepalen zitting van de rechtbank. Hiervoor is geen dagvaarding vereist. Er kunnen tijdens een dergelijke procedure advocaten optreden, die dit bij de oproeping van de voorgenomen zitting kenbaar dienen te maken.

Mocht een schuldeiser niet verschijnen op de zitting, of het griffierecht niet tijdig hebben voldaan, dan wordt hij geacht zijn betwisting te laten varen en erkent de rechter de vordering. Schuldeisers die tijdens de verificatievergadering geen betwisting kenbaar hebben gemaakt, kunnen in het geding zich niet voegen of tussenkomen (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 122 Fw. jo. art. 127a lid 3 en 4 Rv.).  

In het geval de betwisting wordt gedaan door de bewindvoerder, schorst dit van rechtswege het rechtsgeding door het in kracht van gewijzigde gaan van de homologatie van een akkoord in de schuldsaneringsregeling. Dit geldt niet indien de stukken van het geding reeds bij de rechter liggen ten behoeve van een beslissing. Indien de vordering wordt erkend, dan wordt geacht dat deze vordering ook in de schuldsaneringsregeling is erkend. Bij hervatting van het rechtsgeding, zal de andere partij middels exploot worden opgeroepen tegen de dag waarop de zaak op de rol voorkomt. Bij deze oproeping gelden de termijnen van een dagvaardingsprocedure en dienen partijen opnieuw een advocaat te stellen (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 122a lid 1 tot en met 3 Fw.).  Op het moment dat er een akkoord in de schuldsaneringsregeling is bereikt en de betwisting is gedaan door een mede-schuldeiser, dan kan het geding door partijen worden voortgezet om de rechter te laten beslissing inzake de proceskosten (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 122a lid 4 Fw.). 

De schuldeisers van wie de vordering wordt betwist is tot de definitieve beslissing hieromtrent, niet  gehouden om nader of meer bewijs aan te leveren, dan welke hij tegen de natuurlijk persoon zelf zou moeten leveren (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 123 Fw.). Overigens zal in het geval de schuldeiser, wiens vordering wordt betwist, niet aanwezig is op de verificatievergadering, per omgaande door de griffier hiervan in kennis gesteld worden. Voor deze schuldeiser is het niet mogelijk om zich in het geding op het ontbreken van zijn kennisgeving te beroepen (art. 328 lid 1 Fw.  jo. art. 124 lid 1 en 2 Fw.).

Tot heeft de rechter-commissaris de mogelijkheid om een betwiste vordering voorwaardelijk toe te laten tot een door hem te bepalen bedrag. Bij betwisting van een voorrang kan de rechter-commissaris deze eveneens voorwaardelijke erkennen (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 125 Fw.).

Verzet door de schuldenaar

De schuldenaar die is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, heeft de bevoegdheid om onder summiere opgave van zijn gronden, zich te verzetten tegen de toelating van een (gedeelte van of gehele) vordering, of beweerde voorrang. Indien dit zich voordoet zal hiervan een aantekening worden gemaakt in het proces-verbaal, zonder dat partijen worden verwezen naar de rechtbank en zonder dat daardoor de erkenning in de schuldsaneringsregeling wordt verhinderd (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 126 lid 1 Fw.). Indien de schuldenaar geen gronden opgeeft, of niet aangeeft welk deel wel of niet wordt erkend, dan wordt dit niet als betwisting aangemerkt (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 126 lid 2 Fw.).

Vorderingen die de laat worden ingediend

Vorderingen welke na afloop van de vastgestelde termijn ex. art. 289 lid 3 Fw., maar uiterlijk twee dagen voor de aanvang van de verificatievergadering bij de bewindvoerder worden ingediend, worden op een daartoe op de vergadering gedaan verzoek geverifieerd, mits de bewindvoerder of één van de aanwezige schuldeisers geen bezwaar maakt. Vorderingen die later worden ingediend, worden niet geverifieerd.

Voor het geval de schuldeiser buiten Europa woonachtig is en gelet hierop zich niet eerder kon melden geldt een uitzondering op deze regel. In een dergelijke situatie zal de rechter-commissaris bij bezwaar beslissen na de vergadering te hebben geraadpleegd (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 127 lid 1 tot en met 4 Fw.). NB de bepalingen inzake verificatie zijn aangescherpt: zie de pagina Verificatie in faillissement.

Ontbindende en opschortende voorwaarde

Indien er sprake is van een vordering onder een ontbindende voorwaarde, dan zal het gehele bedrag worden geverifieerd, onverminderd de werking van de ontbindende voorwaarde bij vervulling daarvan (art. 328 lid 1 Fw. jo.art. 129 Fw.). 

Bij een vordering onder een opschortende voorwaarde zal de vordering worden geverifieerd voor de waarde op het moment van toelating tot de schuldsaneringsregeling. Indien er tussen de bewindvoerder en de schuldeisers een conflict ontstaat over de wijze van verificatie, dan wordt de vordering voor het totale bedrag voorwaardelijk toegelaten (art. 328 lid 1 Fw. jo.art. 130 lid 1 en 2 Fw.). 

Als het tijdstip van de opeisbaarheid van een vordering onzeker is, of indien er sprake is van een recht op periodieke uitkeringen, dan zal de waarde van de vordering worden geverifieerd conform de waarde op de dag van toelating tot de schuldsaneringsregeling. Ten aanzien van een dergelijke schuldvordering bepaalt art. 131 lid 2 Fw. dat deze vervallen binnen één jaar na de dag waarop de toelating tot de schuldsaneringsregeling is uitgesproken en worden behandeld alsof zij op dat tijdstip opeisbaar waren. De vorderingen die na één jaar vervallen, worden geverifieerd voor de waarde, die zij na verloop van een jaar hebben, na aanvang van de schuldsaneringsregeling.

Bij deze berekening wordt o.g.v. (art. 328 lid 1 Fw. jo.art. 131 lid 1 tot en met 3 Fw.) alleen gelet op:

– het tijdstip,
– de wijze van aflossing
– het kansgenot
– de bedongen rentevoet indien de vordering rentedragend is

Vorderingen inzake pand-, hypotheek- of retentierecht

Ten aanzien van schuldeisers die een vordering inzake een pand-, hypotheek- of retentierecht hebben, of ten aanzien van een bepaald voorwerp bevoorrecht zijn en kunnen aantonen dat een deel van hun vordering vermoedelijk niet batig gerangschikt zal kunnen worden uit de opbrengst van de onderliggende goederen, bepaalt de wet dat deze schuldeisers kunnen verlangen dat hun resterende vordering mee gaat in de schuldsaneringsregeling als concurrente schuldeiser. Hierbij zullen zij hun recht van voorrang behouden. Het bedrag waarvoor deze schuldeisers batig gerangschikt kunnen worden, wordt vastgesteld conform art. 483e Rv.. Het tijdstip voor het opmaken van de staat valt in een dergelijke situatie op de dag dat de natuurlijk persoon is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 132 lid 1 en 2 Fw.). 

Vorderingen met onbepaalde waarde

Indien ten aanzien van vorderingen de waarde niet vastgesteld kan worden, onzeker is, of niet in (Nederlands) geld is uitgedrukt, dan worden dergelijke vorderingen geverifieerd middels schatting conform hun waarde in Nederlands geld (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 133 Fw.). Bij vorderingen aan toonder kunnen ten name van toonder geverifieerd worden. Hierbij geldt dat iedere ten name van toonder geverifieerde vordering wordt gezien als afzonderlijke schuldeiser (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 13 Fw.).

Rente 

Ten aanzien van rente stelt de wet dat deze pro memorie worden geverifieerd. Indien de renten op de opbrengst daarvan niet batig gerangschikt worden, dan kan de schuldeiser aan deze verificatie geen rechten ontlenen (art. 328 lid 2 Fw.).

Hoofdelijke aansprakelijkheid 

Indien de schuldenaar die toegelaten is tot de schuldsaneringsregeling samen met een andere schuldenaar hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van een vordering, dan kan de betreffende schuldeiser zowel bij de schuldenaar, die is toegelaten tot de schuldsaneringsregeling, als bij de medeschuldenaar 100% van de vordering verhalen, tot zijn vordering volledig is kwijtgescholden.

De medeschuldenaar die hoofdelijk aansprakelijk is kan volgens (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 136 lid 1 en 2 Fw.) worden toegelaten voor de bedragen waarvoor hij op de schuldenaar krachtens hun onderlinge rechtsverhouding als hoofdelijke medeschuldenaar, een vordering heeft verkregen of nog verwacht te zal krijgen mits:

– “voor zover de schuldeiser daarvoor niet zelf opkomt;
– voor het geval de schuldeiser gedurende de schuldsaneringsregeling geheel wordt voldaan;
– voor zover om een andere reden de toelating geen voor de concurrente schuldeisers nadelige invloed heeft op de aan hen uit te keren percenten”

Verslaglegging

Na de afwikkeling van de verificatie dient de bewindvoerder verslag uit te brengen over de stand van de boedel en geeft hij hierover alle door de schuldeisers verlangde inlichtingen. Het verslag wordt samen met het proces-verbaal van de verificatievergadering, na afloop van de vergadering bij de griffie neergelegd voor kosteloze inzake van eenieder. Indien uit stukken blijkt dat in het proces-verbaal onjuistheden staan opgenomen, dan kunnen zowel de bewindvoerder, de schuldeisers en de schuldenaar aan de rechtbank verzoeken om dit te corrigeren (art. 328 lid 1 Fw. jo. art. 137 lid 1 en 2 Fw.).

(Pro forma) verificatievergadering

De bewindvoerder kan vanuit de rechter-commissaris het verzoek krijgen om binnen acht dagen na dagtekening van het verzoek te melden of hij de verificatie van de vorderingen wenst voor te leggen aan de verificatievergadering. Indien dit het geval is, zal de rechter-commissaris de dag, uur en plaats vaststellen waarop de verificatievergadering zal worden gehouden. De bewindvoerder stelt de schuldeisers en de natuurlijk persoon hiervan onverwijld in kennis middels schriftelijke oproeping (art. 328a lid 1 Fw.).

Het is ook mogelijk dat de bewindvoerder geen verificatievergadering noodzakelijk acht. In dat geval kan de rechter-commissaris bepalen dat de verificatievergadering pro forma zal worden gehouden op een door hem te bepalen dag en plaats. De vorderingen zullen als geverifieerd gelden als door de bewindvoerder is aangegeven en een afschrift van de crediteurenlijst ligt gedurende acht dagen na dagtekening van de kennisgeving van de pro forma zitting, dan wel tot de dag van vergadering indien deze alsnog wordt gehouden, bij de griffie van de rechtbank (art. 328a lid 4 Fw.). Met ingang van de dag van de pro forma zitting, gelden de vorderingen als geverifieerd (art. 328a lid 5 Fw.).

Indien een schuldeiser binnen acht na de oproeping van de pro forma verificatievergadering kenbaar maakt dat hij gebruik wil maken van zijn bevoegdheid ex art. 116 Fw jo art. 119 lid 1 Fw. dan zal de bewindvoerder alsnog alle bekende schuldeisers en de natuurlijke persoon schriftelijk oproepen (art. 328a lid 2 Fw.).

Indien meerdere schuldeisers kenbaar maken dat zij gebruik willen maken van hun bevoegdheden ex art. 116 Fw. jo art. 119 lid 1 Fw., dan is de rechter-commissaris genoodzaakt een verificatievergadering in te plannen, waarbij de bewindvoerder alle bekende schuldeisers en de natuurlijk persoon zal oproepen (art. 328 a lid 3 Fw.).

Auteur & Last edit

[AB, 23-10-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.

Wat vond u van dit artikel ?

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.