Faillissement (Titel I Fw.)

Inleiding faillissement

Faillissement is een procedure die gericht is op het liquideren van het vermogen van een schuldenaar, die niet meer in staat is zijn verplichtingen te voldoen. Het verschil met executoriaal beslag door één of meer individuele schuldeisers (crediteuren) is, dat het faillissement een procedure is die bedoeld is ten behoeve van alle crediteuren gezamenlijk. Het faillissement is gegrond op het verhaalsrecht en executierecht.

Het is één van de drie “insolventieprocedures” die zijn opgenomen in de Faillissementswet (afgekort als “Fw.”). De andere twee zijn de surseance en de wettelijke schuldsanering voor natuurlijke personen (WSNP). Voor meer informatie over die procedures zie de betreffende pagina’s.

De Europese Insolventieverordening regelt de bevoegdheid en erkenning in faillissementsprocedures waarbij de schuldenaar elders binnen de EU gevestigd is. Deze regelt ook de effecten in Nederland van een insolventieprocedure uitgesproken in een andere EU-lidstaat. Voor niet-EU landen zie Afd. 10, Titel I Fw..

Karakter van het faillissement

Het faillissement is een algeheel beslag op het volledige vermogen van de schuldenaar. Het vermogen wordt geliquideerd door een door de rechtbank aangewezen curator. Deze vervult  uit hoofde van de bepalingen van de Faillissementswet de rol die bij een individuele executie wordt uitgeoefend door de gerechtsdeurwaarder. Hij vervult derhalve op basis van wettelijk gegeven bevoegdheden een onafhankelijke rol als executeur van het vermogen van de gefailleerde (rechts)persoon (“de boedel”).

In Nederland is het gebruikelijk dat een in insolventierecht gespecialiseerde advocaat tot curator benoemd wordt. De rechtbank bepaalt, wie op de lijst van benoembare advocaten mag staan. In zijn hoedanigheid van curator treedt hij (of zij) echter niet op als advocaat, zodat op hem (of haar) handelen als curator de Gedragsregels voor de advocatuur niet van toepassing zijn. Wel is de curator onderworpen aan toezicht door een rechter-commissaris. De rechtbanken hebben voor de afwikkeling van faillissementen en surseances een richtlijn uitgevaardigd, de Recofa-richtlijnen. Deze worden van tijd tot tijd gemoderniseerd.

Afwikkelingsfasen faillissement

De Faillissementswet stamt uit 1893. Bij het opstellen van de wet werd sterk uitgegaan van de natuurlijke persoon als failliet. In die tijd werd veel minder dan nu met rechtspersonen aan het economisch verkeer deelgenomen. Sindsdien is de wet natuurlijk wel gemoderniseerd. Het systeem past echter niet helemaal meer.

Het systeem van de wet gaat naar analogie van het verhaals- en beslagrecht uit van twee fasen: de conservatoire fase, waarin de curator inventariseert en bewarende maatregelen neemt, en de liquidatiefase, waarin hij de bezittingen te gelde maakt.

In de praktijk verloopt dit doorgaans anders. Grofweg verloopt de afwikkeling in de praktijk als volgt, hoewel de hierna geschetste fasen enigszins door elkaar kunnen lopen.

  1. Na een korte inventarisatie van maximaal twee weken richt de curator zich meteen vooral op de liquidatie. Hij (of zij) verkoopt de (on)roerende zaken z.s.m. en bij bedrijven probeert hij snel een zgn. doorstart te realiseren (inventarisatiefase).
  2. Ondertussen neemt hij de nodige bewarende maatregelen en wikkelt rechten van derden af, zoals crediteuren met een eigendomsvoorbehoud. Ook zegt hij lopende overeenkomsten (huur, werknemers) waar mogelijk op (operationele fase).
  3. Daarna richt hij zich op het zgn. “rechtmatigheidsonderzoek“. Waaronder het onderzoek naar evt. aansprakelijkheid van de bij (de oorzaak van) het faillissement betrokken personen (o.a. de bestuurdersaansprakelijkheid).
  4. Als dit is afgerond, kijkt hij of  er iets te verdelen is en deelt het gerealiseerd actief uit volgens de wettelijke regels (uitdeling en opheffing).

Uiteraard zal de curator al in de beginfase, waarin de onderneming nog operationeel is, ook al kijken of er onregelmatigheden lijken te zijn. In dat kader zal hij ook de boekhouding veilig stellen voor later onderzoek. Zie ook de pagina onderzoek curator, inlichtingenplicht en data.

Wettelijke bepalingen faillissement

De faillissementsprocedure is geregeld in Titel I van de Faillissementswet. De Titel bestaat uit 11 Afdelingen (met enkele subafdelingen, afd. 9 ontbreekt).

Andere relevante pagina’s

Faillietverklaring (en rechtsmiddelen) (Afd. 1, Titel I Fw.)

Gevolgen van de faillietverklaring (Afd. 2, Titel I Fw.)

Bestuur van de failliete boedel (Afd. 3, Titel I Fw.)

Beheer door de curator en voorzieningen na faillietverklaring (Afd. 4, Titel I Fw.)

Verificatie schuldvorderingen (Afd. 5, Titel I Fw.)

Vereenvoudigde afwikkeling  (Afd. 5A, Titel I Fw.)

Akkoord in faillissement  (Afd. 6, Titel I Fw.)

Vereffening van de boedel  (Afd. 7, Titel I Fw.)

Rechtstoestand schuldenaar na einde faillissement (Afd. 8, Titel I Fw.)

Bepalingen van internationaal recht (Afd. 10, Titel I Fw.)

Rehabilitatie (Afd. 11, Titel I Fw.)

Van het definitieve karakter van de afwikkeling van betalingen en effectentransacties in betalings- en afwikkelingssystemen (Afd. 11A, Titel I Fw.)

Faillissement van een bank (Afd. 11AA, Titel I Fw.)

Van het faillissement van een beleggingsonderneming in de zin van de verordening kapitaalvereisten (Afd. 11AB, Titel I Fw.)

Faillissement van een verzekeraar (Afd. 11B, Titel I Fw.)

[MdV, 14-04-2018]

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.