Inlichtingenplicht versus geheimhouding advocaat

Inleiding inlichtingenplicht

De gefailleerde heeft op grond van art. 105 Fw. de verplichting de curator alle gevraagde informatie te verstrekken. Dit geldt ook voor de bestuurder van een failliete vennootschap (art. 106 Fw). Ook de administratie (fysiek en digitaal) moet worden overhandigd. Maar hoe zit het met de correspondentie met de eigen advocaat?

In een artikel van G. van Daal (TvI 2007, 26) wordt de jurisprudentie van het Hof van discipline op dit punt behandeld.

Hof van Discipline d.d. 12 februari 2007

Naar aanleiding van een verzoek van de curator van een gefailleerde vennootschap verschafte de advocaat van die vennootschap een specificatie van de door hem in het kader van de advisering van de vennootschap voorafgaand aan de faillietverklaring verrichte diensten. Dit deed hij pas, nadat na aanvankelijke weigering de Deken hem had geïnstrueerd deze informatie te verstrekken. Hij had de bestuurders van de vennootschap vooraf meegedeeld dat hij voornemens was deze informatie te verstrekken.

Een van de (middellijk) bestuurders werd – mede op grond van deze informatie – jegens de boedel veroordeeld wegens onrechtmatig handelen jegens de crediteuren van de vennootschap. De bestuurder(s) dienden een klacht in tegen de advocaat wegens schending van zijn geheimhoudingsplicht (art. 6, leden 1 en 4 Gedragsregels).

De advocaat verweerde zich, dat de verstrekte informatie weliswaar onder de geheimhoudingsplicht viel, maar dat zijn geheimhoudingsverplichting gold jegens zijn cliënte, de vennootschap, en niet jegens de klagers (de middellijk bestuurders).

Het Hof van Discipline maakte hier – in navolging van de Raad – korte metten mee. Het overwoog:

“De verplichting tot geheimhouding geldt als een fundamenteel beginsel voor de advocaat in de uitoefening van zijn beroep, dat slechts in zeer zeldzame gevallen uitzondering lijdt. Een dergelijke uitzondering doet zich hier niet voor. Klagers hebben zich tot verweerder gewend om hen te adviseren hoe als bestuurders te handelen in het licht van het naderende faillissement van de (thans failliete) vennootschap. Bij deze advisering moeten ook de persoonlijke belangen van de bestuurders, gelet op de dreiging van persoonlijke aansprakelijkheid, tegenover andere – vaak tegenstrijdige – belangen worden afgewogen. In de advisering zijn deze belangen – terecht – aan de orde geweest. In zoverre zijn klagers als cliënten van verweerder aan te merken en mochten zij rekenen op een juiste behartiging van (ook) hun belangen, met respectering van de vertrouwelijkheid van de (mede) op hen betrekking hebbende adviezen”.

Hof van Discipline d.d. 29 juni 1987

In een uitspraak van het Hof van Discipline uit 1987 (d.d. 29 juni 1987, Adv. blad 1988, pag. 404-405) kwam reeds eerder aan de orde, dat de advocaat gevraagd om een specificatie van zijn declaraties alleen die informatie mocht verstrekken, waarmee de belangen van zijn cliënten bij geheimhouding niet geschaad zouden worden.

Hierbij overweegt het Hof, dat de curator niet zonder meer kan worden vereenzelvigd met de cliënt van de advocaat, ook niet als die cliënt de latere gefailleerde is. Deze overweging keert ook terug in de uitspraak van rechtbank Amsterdam d.d. 27 juli 2011 (Dingemans q.q./Banning Advocaten) (JOR 2012/24 en NJF 2011/372).

De advocaat mag zelf schonen en kan volstaan slechts summiere feitelijke informatie aan de curator te geven waarmee hij de belangen van zijn cliënt niet in gevaar brengt.

Hof van Discipline d.d. 7 november 2003

In een uitspraak van het Hof van Discipline uit 2003 (d.d. 7 november 2003, nr. 3772 Advocatenblad 2005, pag. 44-45) hield het Hof deze strenge norm ook overeind. In dat geval vroeg de curator wie de declaraties van de advocaat had betaald. Dit betrof dus de financiële relatie tussen de (later gefailleerde) cliënt en de advocaat en niet zozeer de inhoud van de advisering. Dit neemt niet weg dat de advocaat ook dit niet hoeft prijs te geven aan de curator.

Conclusie

Het Hof van Discipline handhaaft een zeer stringente norm als het gaat om de handhaving van het beroepsgeheim door de advocaat. Wanneer dit belang botst met de belangen van de curator om onderzoek te kunnen doen in het kader van het rechtmatigheidsonderzoek, dan moet er een belangenafweging plaatsvinden. De geheimhoudingsplicht blijft daarbij overeind staan.

[MdV, 8-09-2016]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.