Afkoelingsperiode (art. 63a t/m 63e Fw.)

Inleiding afkoelingsperiode

De rechter-commissaris in het faillissement kan op verzoek van iedere belanghebbende, de curator of ambtshalve een afkoelingsperiode gelasten (art. 63a Fw.). De surseance kent een soortgelijke bepaling: art. 241a Fw. (zie ook de pagina surseance).

Pandhouder

Art. 63b Fw. geeft een regeling voor de positie van de pandhouder bij een afkoelingsperiode.

Bodembeslag Ontvanger

Art. 63c Fw. geeft een regeling voor bodembeslag door de Ontvanger.

Financiele zekerheidsovereenkomst

Voor goederen die verpand zijn via een financiele zekerheidsovereenkomst (zie de betreffende pagina voor deze vorm van zekerheid) geeft art. 63d Fw. een uitzondering op de afkoelingsperiode. Zie ook art. 63e Fw..

Hoger beroep

Van de beschikking inzake de afkoelingsperiode kan gelet op art. 67 Fw. hoger beroep worden aangetekend. NB de beroepstermijn is zeer kort: vijf dagen. Dit geldt zowel de verlening (of verlenging) als de afwijzing of intrekking.

Jurisprudentie

Pres. Rb. Amsterdam d.d. 25 juni 1993. Onder “opeising van goederen” in de zin van art. 63a Fw. wordt ook verstaan het ten uitvoer leggen van een ontruimingsvonnis door de verhuurder.

Rb. Amsterdam d.d. 5 augustus 1993, NJ 1994, 41 Hoger beroep van de beschikking inzake de afkoelingsperiode in surseance is eveneens mogelijk, hoewel de wet dit vergeten is op te nemen.

[MdV, 27-04-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.