Retentierecht in faillissement (art. 60 Fw.)

Inleiding retentierecht in faillissement

Retentierecht blijft in faillissement in beginsel overeind. De retentor kan zich ten opzichte van de curator in het faillissement van zijn schuldenaar op het retentierecht blijven beroepen (art. 60 lid 1 Fw.). Zie de pagina retentierecht voor de vraag, wat een retentierecht precies is en wie zich daarop kunnen beroepen.

Dat lijkt echter mooier dan het is. De curator kan de zaak namelijk ook opeisen, en verkopen. De retentor heeft dan een bijzonder voorrecht op de opbrengst, maar de kosten van de curator worden omgeslagen over die opbrengst en die zijn hoger in rang als zijnde executiekosten (art. 60 lid 2 Fw.). De retentor is beter af, als de 2e volzin van deze bepaling wordt toegepast: de vordering van de retentor wordt voldaan uit de boedel en de zaak wordt door de curator opgeeist. Dit zal slechts gebeuren als de vordering relatief laag is en de waarde van de zaak hoog (een kleine onderhoudsnota van de Jaguar van gefailleerde).

Voor een retentierecht op een registergoed geldt een speciale regeling. De retentor moet binnen veertien dagen zijn recht claimen. Zie ook de pagina retentierecht van de aannemer.

[MdV, 27-04-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.