Positie van de crediteuren

Inleiding positie van de crediteuren

Als gevolg van het faillissement kunnen afzonderlijke crediteuren hun vorderingen niet meer individueel incasseren of bvb. beslag leggen. Art. 26 Fw. bepaalt dat rechtsvorderingen die de voldoening van een verbintenis uit de boedel ten doel hebben, alleen langs de weg van art. 110 Fw. ingesteld kunnen worden. Dat betekent dat de crediteuren hun vordering alleen nog door indiening “ter verificatie” bij de curator geldend kunnen maken.

Het faillissement is immers een procedure die is bedoeld op de tegeldemaking van het vermogen van de gefailleerde ten behoeve van alle crediteuren gezamenlijk. Dit proces is in handen van de curator. Alle individuele invorderingen moeten daarom gestaakt worden. Individuele beslagen vervallen en gaan op in het algemeen faillissementsbeslag (art. 33 lid 2 Fw.).

Crediteuren moeten wel het initiatief nemen om hun vordering aan te melden. De curator zal hen daar doorgaans wel op attenderen, maar hij mag niet automatisch crediteuren op de crediteurenlijst zetten. Hij beoordeelt alleen aan de hand van de administratie van de failliet of de ingediende vordering klopt. Zie ook de opmerking hieronder over evt. preferentie of bijzondere aanspraken zoals zekerheidsrechten.

Procedures tegen de gefailleerde

Procedures tegen de gefailleerde kunnen dus niet meer gestart worden, en als ze al lopen moeten ze gestaakt worden. Behalve procedures die niet gaan over het verkrijgen van voldoening uit de boedel. Voor meer informatie over procedures tegen de gefailleerde en al lopende procedures (ook waarbij de gefailleerde juist de eisende partij is) zie de betreffende subpagina.

De crediteurenlijst

De curator plaatst de vorderingen op een lijst. Doorgaans is deze taak gedelegeerd aan faillissementsmedewerker. Tegenwoordig maken curatoren voor de indiening van vorderingen door crediteuren dikwijls gebruik van online applicaties zoals www.crediteurenlijst.nl waardoor de curator weinig omkijken heeft naar de ingediende vorderingen. De curator zal de lijst in beginsel pas nader onderzoeken wanneer er zicht lijkt te zijn op een uitkering aan de concurrente (gewone) crediteuren en er een verificatievergadering gehouden zal gaan worden.

Zijn aandacht richt zich primair op de inventarisatie van de boedel en het zeker stellen en verkopen van de activa (en de administratie), omdat het vereffenen van het actief immers voorwaarde is om tot enige uitkering aan de crediteuren te komen.

Wanneer het gerealiseerd actief dusdanig is, dat de curator niet alleen de boedelschulden en -kosten en de preferente vorderingen kan voldoen, maar ook in ieder geval een deeluitkering aan de concurrente crediteuren verwacht te kunnen betalen, dan zal hij de rechter-commissaris vragen om een verificatievergadering te bepalen op de voet van art. 108 Fw..

De procedure rond de verificatievergadering – die bedoeld is om vast te stellen of de ingediende vorderingen terecht zijn en of het bedrag juist is – is geregeld in de art. 108 t/m 137 Fw. (Titel I, Afd. 5). De regeling voorziet er onder meer in, dat wanneer een vordering door de gefailleerde (of door een andere crediteur) betwist wordt, de beslechting van dat geschil naar de rechtbank wordt verwezen ter beslechting tussen de partij die de vordering betwist en de crediteur wiens vordering het betreft. Dit is de zgn. “renvooiprocedure”, overigens een gewone dagvaardingsprocedure. Ook de op grond van art. 29 Fw. geschorste procedures (zie de pagina: procederen tegen de gefailleerde), over vorderingen tot voldoening uit de boedel, kunnen dan worden voortgezet, tenzij de vordering alsnog ter vergadering wordt erkend.

Bijzondere vorderingen en bijzondere crediteuren

De curator zal wel aandacht moeten schenken aan bijzondere crediteuren. Crediteuren die een zekerheidsrecht hebben of bvb. een eigendomsvoorbehoud hebben een uitzonderingspositie. Zij zullen zich bij de curator kunnen melden en hun eigendomsrecht of zekerheidsrecht geldend kunnen maken. Zij kunnen de activa waarop die “zakelijke” rechten zien opeisen uit de boedel.

Verder zal de curator aandacht moeten schenken aan de rang van crediteuren. Art. 3:277 B.W. bepaalt namelijk dat alle crediteuren gelijk zijn, tenzij zij een wettelijke preferentie (of voorrang) hebben. De curator zal dan ook rekening moeten houden met die preferentie. Belangrijk is wel, dat de crediteur zelf de voorrang moet claimen. De curator mag die niet automatisch toekennen.

Verder zal de curator aandacht moeten schenken aan vorderingen die verband houden met nog lopende overeenkomsten (art. 37 Fw.) en met boedelschulden (dit zijn bepaalde schulden die vanaf datum faillissement kunnen ontstaan en kunnen oplopen: met name huren en lonen). Zie de betreffende subpagina over boedelschulden.

[MdV, 7-12-2015]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.