Wet bestuur en toezicht rechtspersonen

Per 1 juli 2021 is de Wet bestuur en toezicht rechtspersonen (WBTR) in werking getreden. Met deze wet wordt het wettelijke kader van toezicht en bestuur bij de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting verbeterd. De regels voor bestuur, tegenstrijdig belang en aansprakelijkheid, die al gelden voor de N.V. en de B.V., gelden nu ook voor de vereniging, stichting, coöperatie en de waarborgmaatschappij.

Parlementaire behandeling WBTR

Het oorspronkelijke wetsvoorstel uit 2015/2016 is tijdens de parlementaire behandeling aangepast in een gewijzigd wetsvoorstel. De Minister heeft het wetsvoorstel in de Memorie van Toelichting uit 2015/2016 toegelicht bij indiening. In de Memorie van Antwoord van 28 oktober 2020 is de Minister ingegaan op diverse vragen en opmerkingen van de leden van de Eerste Kamer.

Raad van Commissarissen bij alle rechtspersonen

Voor alle rechtspersonen als vermeld in art. 2:3 B.W. (zie de pagina Algemene bepalingen rechtspersonen) is een wettelijke grondslag ingevoerd voor de mogelijkheid tot instelling van een raad van commissarissen.

Monistisch bestuurssysteem bij alle rechtspersonen mogelijk

Ook wordt het voor alle rechtspersonen mogelijk om te kiezen voor een monistisch bestuurssysteem. Dat houdt in, dat het bestuur bestaat uit enerzijds uitvoerende bestuurders en anderzijds niet-uitvoerende bestuurders, die de rol vervullen van toezichthouder. Wanneer voor die vorm wordt gekozen, is een Raad van Commissarissen niet nodig (zie ook de pagina Bestuur besloten vennootschap).

Uitbreiding regeling vereniging, coöperatie en waarborgmaatschappij en stichting

De WTBR geeft ook een wettelijke invulling voor de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting van een aantal onderwerpen, die we bij de kapitaalvennootschappen al kenden.

(i) de uitgangspunten die bestuurders en commissarissen bij de vervulling van hun taak in acht moeten nemen;

(ii) de positie van bestuurders en commissarissen met een tegenstrijdig belang en

(iii) de regels over aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen nader ingevuld. Daarbij wordt ook verrekening wettelijk uitgesloten.

Ontslag van de bestuurder

Ten slotte wordt de regeling voor ontslag van een stichtingsbestuurder (en commissaris) door de rechter gemoderniseerd en verduidelijkt.

MdV, 13-07-2021

Wetsvoorstel Kwaliteit Incassodienstverlening

Uit onderzoek van de ACM zijn misstanden in de incassopraktijk gebleken. Er zijn incassobureaus die consumenten confronteren met onterechte of verjaarde vorderingen. Ook worden van schuldenaren onterechte of niet inzichtelijke kosten geëist. En er zijn incassobureaus die consumenten op ontoelaatbare wijze onder druk zetten om hun vorderingen te voldoen. Ondanks inspanningen van de markt tot zelfregulering achtte de regering wetgeving nodig. Op 16 februari 2021 is het wetsvoorstel de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening (dossier 35.773) ingediend bij de Tweede Kamer. De regering had het voornemen tot verbetering van de kwaliteit van incassodienstverlening te verbeteren al in 2017 opgenomen in het regeerakkoord. De wet introduceert een vergunning voor het voeren van een incassobureau, en introduceert kwaliteitseisen en een sanctiesysteem. De wet is afgestemd op de Dienstenrichtlijn en de Dienstenwet.

Doelstelling van de Wet Kwaliteit Incassodienstverlening

In het regeerakkoord “Vertrouwen in de toekomst” was het volgende opgenomen:

“Bij incasso worden misstanden effectiever bestreden. De maximale incassokosten die in rekening mogen worden gebracht, worden gehandhaafd en er wordt bezien of het minimumbedrag omlaag kan. Er komt een incassoregister waarin incassobureaus worden opgenomen, die voldoen aan eisen met betrekking tot oprichting, bedrijfsvoering en opleiding. Indien een incassobureau te vaak de fout ingaat, wordt het beboet en verliest het de registratie.”

Aanleiding voor het voorstel zijn de problemen in de incassopraktijk, zoals onterechte vorderingen, hoge incassokosten en onheuse en agressieve bejegening van mensen met schulden. De wet richt zich op incassobureau’s, gerechtsdeurwaarders die zich met de incassopraktijk bezig houden en advocaten met een incassopraktijk.

De Minister heeft in het kader van de voorbereiding van deze wet de volgende maatregelen aangekondigd.

– het opzetten en inrichten van een incassoregister;
– het opstellen van eisen waaraan incassobureaus en opkopers van vorderingen moeten voldoen, willen zij actief kunnen worden (en blijven) in de incassomarkt;
– het opzetten van een systeem van toezicht en handhaving bij het niet-naleven van de wettelijke vereisten;
– het tegengaan van negatieve aspecten van verkoop van vorderingen en
– het ongewenste verdienmodel bij de cumulatie van termijnvorderingen tegengaan.

Ook wordt een aanpassing van de huidige cumulatieregeling in artikel 6:96 B.W. voorgesteld. Hiermee wordt beoogd om ongewenste stapeling van buitengerechtelijke incassokosten bij termijnbetalingen tegen te gaan.

Voor het volgen van de behandeling in de Tweede Kamer zie deze link. En bij deze link voor de Memorie van Toelichting (90 blz.) en het wetsvoorstel zelf.

Reikwijdte van de wet (art. 2 Wet Kwaliteit Incassodienstverlening)

Deze wet heeft uitsluitend betrekking op buitengerechtelijke incassowerkzaamheden:

a. die worden verricht of aangeboden in de uitoefening van een daarop gericht of mede gericht beroep of bedrijf of op een wijze alsof zij daarop beroepsmatig of bedrijfsmatig gericht of mede gericht was;
b. voor een derde of na overdracht van de vordering; en
c. met betrekking tot voldoening door een natuurlijke persoon die zijn woonplaats in Nederland heeft.

Incassoregister

In art. 3 wordt een incassoregister geïntroduceerd. In art. 4 lid 1 wordt het uitoefenen van de incassopraktijk zonder registratie verboden. De registratieplicht geldt niet voor advocaten en gerechtsdeurwaarders (art. 4 lid 2 wetsvoorstel).

Positie advocaten en gerechtsdeurwaarders Wet Kwaliteit Incassodienstverlening

Omdat de wetgever een “level playing field” wil bieden binnen de incassopraktijk, moeten ook advocaten en deurwaarders voldoen aan de inhoudelijke eisen die worden gesteld aan het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden.

Gerechtsdeurwaarders en advocaten hoeven zich weliswaar niet te laten registeren in het incassoregister. Zij zullen bij het verrichten of aanbieden van buitengerechtelijke incassowerkzaamheden wel zijn gehouden aan de bij of krachtens dit wetsvoorstel gestelde materiële normen.

Het toezicht op de advocatuur – voor zover die zich bezig houdt met incassopraktijken gericht op particulieren – komt in handen van de Deken. Een soortgelijke constructie staat ook in artikel 24, tweede lid, Wwft, waarin de Deken exclusief is belast met het toezicht op de naleving door advocaten van de bij of die wet gestelde regels. Er kan een last onder dwangsom (art. 15 lid 2 wetsvoorstel) worden gegeven, of een bestuurlijke boete. Ook kunnen er tuchtrechtelijke maatregelen tegen een advocaat worden genomen, zoals schorsing of royement.

Voor de deurwaarders ligt het toezicht in handen van het Bureau Financieel Toezicht (BFT). In art. 19 van de wet wordt afstemming tussen de diverse toezichthouders geregeld.

Registratie: aanvraagprocedure incassoregister

In Hoofdstuk 2 van de wet (art. 3 tot en met 10) wordt de registratie geregeld. Het beschrijft de procedure van de aanvraag.

In art. 9 en art. 10 worden schorsing en royement van geregistreerde incassobureau’s geregeld.

Kwaliteitseisen Wet Kwaliteit Incassodienstverlening

De kern van de wet vormen de bepalingen inzake de materiële kwaliteitseisen in Hoofdstuk 3 van het wetsvoorstel (art. 11 tot en met 13).

Art. 11 gaat over de naamsvermelding en de wijze waarop naar buiten wordt getreden. In art. 12 worden regels gegeven met betrekking tot het personeel van het incassobureau. Personen belast met de incassowerkzaamheden moeten een verklaring omtrent het gedrag overleggen aan het incassobureau. Leidinggevenden moeten met volledige naam in het register vermeld staan.

In art. 13 worden eisen gesteld aan vakbekwaamheid en permanente opleiding. Het incassobureau moet inzicht geven in de opbouw van de vordering tot betaling van een geldsom en specificeert daarbij zo goed mogelijk waar de vordering, of onderdelen daarvan, op gebaseerd is. Hij neemt hierbij alle voor buitengerechtelijke incassowerkzaamheden geldende wettelijke voorschriften in acht.

Ook moet het incassobureau toezien op een correcte omgang met schuldenaren en schuldeisers. Daarbij moet afdoende informatie worden gegeven.

De organisatie van het incassobureau moet voldoen aan de daaraan te stellen eisen van deugdelijke inrichting en administratie. Er moet schriftelijk worden bijgehouden hoe aan de kwaliteitseisen wordt voldaan.

Het incassobureau moet ook een klachtenregeling hebben. Een en ander wordt verder uitgewerkt in een AMvB.

Civielrechtelijke gevolgen incassoregister

In art. 18 wordt nog ingegaan op de civielrechtelijke gevolgen. Art. 18 lid 1 bepaalt, dat een schuldenaar niet gehouden is een vordering tot betaling van een geldsom te voldoen jegens een incassobureau dat niet is geregistreerd of wiens registratie is geschorst. Ook zijn de incassokosten aan zo’n bureau niet verschuldigd (art. 18 lid 2).

MdV, 6 juli 2021

Verwarring over het verwarringsgevaar bij handelsnamen

In het arrest HR 19 februari 2021 (DOC Dairy Partners/Dairy Partners Limited) heeft de Hoge Raad prejudiciële vragen van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden beantwoord over het criterium verwarringsgevaar in art. 5 Hnw. Over dit criterium was namelijk verwarring ontstaan door een overweging van de Hoge Raad in het arrest HR 11 december 2015 (Artiestenverloningen B.V./Prae Artiestenverloning B.V.) . De indruk (en misschien wel de hoop) was gerezen, dat naast het verwarringsgevaar ook “bijkomende omstandigheden” nodig zouden zijn om het voeren van een gelijkende – en dus mogelijk bij het publiek tot verwarring leidende – handelsnaam te verbieden op grond van art. 5 Hnw, en dan met name wanneer de betreffende aanduiding beschrijvend van aard is. In dit blog wordt ingegaan op dit arrest tegen de achtergrond van het criterium van verwarringsgevaar in het algemeen, en op de beantwoording van de vragen van het Hof.

Verwarringsgevaar als criterium in het IE-recht

Voor bedrijven en IE-rechthebbenden is het van groot belang om zich met hun product, het ontwerp daarvan, of hun merk of handelsnaam te onderscheiden van de producten etc. van concurrenten. Het gaat daarbij om de “indruk bij het publiek”. Kunnen zij de verschillende merken of handelsnamen van elkaar onderscheiden, of bestaat het gevaar dat er verwarring ontstaat wie nu wie is en wat nu wat? Het begrip verwarringsgevaar speelt dus een centrale rol in het IE-recht en de rechtspraak over onrechtmatig handelen inzake oneerlijke concurrentie en misleiding van het publiek.

Verwarringsgevaar in het merkenrecht

In het merkenrecht moet als eerste worden vastgesteld, of er sprake is van gelijkenis. Is er sprake van twee “overeenstemmende tekens”? Als dat het geval is, dan komt de vraag naar het bestaan van verwarringsgevaar aan de orde. Maar een louter beschrijvend merk kan niet als merk worden ingeschreven en kan dus geen merkenrechtelijke bescherming genieten (vgl. Benelux Verdrag inzake intellectuele eigendom van merken en tekeningen of modellen art. 2:23 BVIE). Deze bepaling vult dit wel aan met de tekst: “één en ander voor zover het gebruik door de derde plaatsvindt volgens de eerlijke gebruiken in nijverheid en handel”.

In Gerecht EU 10 november 2021 AC Milan/Milan trekt AC Milan aan het kortste eind bij de aanvraag van de registratie van haar beeldmerk voor o.a. het gebruik op supportersartikelen zoals kantoorartikelen etc.. Het Duitse kantoorartikelenbedrijfje ‘Milan’ stak daar een stokje voor. De gelijkenis tussen beide merken wordt gewogen naar de diverse elementen daarvan (waarbij het woordmerk zwaar weegt bij de beoordeling van het verwarringsgevaar). Het Duitse Milan had voldoende aangetoond, dat zij dit merk daadwerkelijk gebruikte, ook al was dat maar kleinschalig. De grote bekendheid van het merk AC Milan legde geen gewicht in de schaal. Een ouder gebruikt recht – ook als is dat qua gebruik veel kleiner – houdt stand.

Slaafse nabootsing van een productontwerp

Reeds in het arrest HR 26 juni 1953 (Hyster Karry Krane) – (nog) niet online gepubliceerd heeft de Hoge Raad beslist, dat verwarringsgevaar op zichzelf onvoldoende is om te oordelen, dat er sprake is van onrechtmatige nabootsing van een ontwerp. Alleen als de nabootsing nodeloos is, dan is deze onrechtmatig. Een concurrent mag dus een product – mits hiermee geen inbreuk wordt gemaakt op een auteursrecht of een octrooirecht – slaafs nabootsen, indien dit technisch wenselijk is of wanneer het ontwerp bepaalde voordelen biedt die door de ander zijn bedacht. Alleen wanneer de vormgeving van de ander exact wordt nagebootst zonder dat hier enige noodzaak toe is – en een andere uitvoering ook mogelijk zou zijn geweest – dan is slaafse nabootsing onrechtmatig. Daarvoor zijn dus zogezegd “bijkomende omstandigheden” vereist.

Zie voor een uitvoeriger bespreking van dit standaardarrest de website Slaafse Nabootsingen, Hyster Krane-arrest. In de conclusie van de P-G d.d. 29 maart 2019 (Capri Sun/Riha Wesergold Getränke) staat een waslijst aan jurisprudentie over dit thema (nr. 2.55, voetnoot 60).

Stijlnabootsing in het auteursrecht

Ook stijlnabootsing is niet onrechtmatig omdat dit bij het publiek tot verwarring zou kunnen leiden, besliste de Hoge Raad in HR 29 maart 2013 (Broeren/Duijsens). De Hoge Raad overwoog:

“Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad brengt het gebruik van hetzelfde materiaal, het bewerken daarvan volgens dezelfde, een bepaald artistiek effect opleverende methode, of het volgen van dezelfde stijl, nog niet mee dat sprake is van nabootsing van een werk als bedoeld in art. 13 Aw (HR 28 juni 1946, NJ 1946/712, vgl. voorts HR 29 december 1995, LJN ZC1942, NJ 1996/546). De Auteurswet geeft geen exclusief recht aan degene die volgens een – hem kenmerkende – stijl werkt. Aan deze rechtspraak ligt de gedachte ten grondslag dat de auteursrechtelijke bescherming van abstracties als stijlkenmerken een ontoelaatbare beperking van de vrijheid van creatie van de maker zou meebrengen, en aldus een rem op culturele ontwikkelingen zou vormen.

Tegen deze achtergrond dient te worden geoordeeld dat het recht geen ruimte laat voor aanvullende bescherming van de maker van een werk op grond van art. 6:162 BW tegen zogenoemde slaafse nabootsing van een stijl of van stijlkenmerken. Een ander oordeel zou meebrengen dat langs die weg alsnog het resultaat zou worden bereikt dat de hiervoor vermelde rechtspraak beoogt te voorkomen.

Het vorenstaande sluit niet uit dat slaafse nabootsing van een stijl of van stijlkenmerken onder bijkomende omstandigheden onrechtmatig kan zijn, maar daartoe is niet toereikend dat die nabootsing nodeloos is en bij het publiek verwarring wekt.”

Het auteursrecht beschermt alleen datgene wat uitgedrukt is (de expressie) in een werk. Het biedt geen bescherming van de achterliggende gedachten, concepten, ideeën of stijlen. Het enkele slaafse nabootsen is niet verboden, daarvoor zijn – daar is die weer – “bijkomende omstandigheden” vereist.

Het recht op domeinnamen is niet wettelijk geregeld

De Hoge Raad overweegt in het arrest HR 11 december 2015 (Artiestenverloningen B.V./Prae Artiestenverloning B.V.), dat de domeinnaam niet wettelijk geregeld is. De Handelsnaamwet biedt alleen bescherming wanneer de ene handelsnaam strijdig is met de andere. Gelijkenis tussen een handelsnaam en een domeinnaam kan niet op basis van art. 5 Hnw worden bestreden, aldus de Hoge Raad (r.o. 3.4.2):

“De handelsnaam is geregeld in de Handelsnaamwet. Voor zover deze wet de gebruiker van een handelsnaam geen bescherming geeft, met name doordat deze hem slechts beschermt tegen het gebruik van dezelfde of van een overeenstemmende naam als handelsnaam (art. 5 Hnw), biedt art. 6:162 BW aanvullende bescherming tegen het latere gebruik van dezelfde of een overeenstemmende naam dat verwarring wekt, bijvoorbeeld in een domeinnaam (vgl. onder meer HR 20 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BJ9431, NJ 2009/583 (Euro-Tyre)).”

Onrechtmatig gebruik van domeinnamen moet dus worden beoordeeld aan de hand van de algemene criteria van de onrechtmatige daad. De Hoge Raad overwoog (r.o. 3.4.3):

“Het recht op een domeinnaam is niet wettelijk geregeld. De rechthebbende wordt tegen later gebruik door een ander van dezelfde of een overeenstemmende domeinnaam beschermd als dat gebruik jegens hem onrechtmatig is of als voor die bescherming een contractuele grond bestaat. Ook ten aanzien van het gebruik van een naam die overeenstemt met een domeinnaam kan van onrechtmatigheid sprake zijn als dat gebruik verwarring wekt.”

Bij domeinnamen kan verwarringsgevaar dus reden zijn om tot onrechtmatigheid te concluderen. Maar als het om louter beschrijvende domeinnamen gaat, dan zijn “bijkomende omstandigheden” nodig (r.o. 3.4.4):

“…de aanduiding ‘artiestenverloning’ louter beschrijvend voor de diensten die Artiestenverloningen en Prae Artiestenverloning leveren. Nu het in beginsel voor een ieder mogelijk moet zijn zich van een aanduiding te bedienen die beschrijvend is voor zijn diensten of producten, ook in een domeinnaam (vgl. met betrekking tot art. 5 Hnw HR 8 mei 1987, NJ 1988/36 (Bouwcentrum), rov. 3.6), is in een geval als het onderhavige het gebruik van een dergelijke aanduiding, ook indien verwarringwekkend, alleen onrechtmatig indien bijkomende omstandigheden dat meebrengen.”

Zijn bij louter beschrijvende handelsnamen naast ‘verwarringsgevaar’ ook ‘bijkomende omstandigheden’ vereist?

Met name de verwijzing van de Hoge Raad naar het arrest Bouwcentrum – dat ging over art. 5 Hnw – bracht eenieder in verwarring. Het Gerechtshof Den Haag zag hierin aanleiding die bijkomende omstandigheden ook als voorwaarde te stellen bij louter beschrijvende handelsnamen. Zie GHDHA 19 september 2017 (Ans Trading B.V./Parfumswinkel VOF). De lagere rechtspraak volgde enthousiast.

Met de beantwoording van prejudiciële vragen van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Hoge Raad in HR 19 februari 2021 (DOC Dairy Partners B.V/Dairy Partners Limited) heeft de Hoge Raad weer licht in de duisternis geschapen. De duiding over de toepassing van art. 5 Hnw op grond van de verwijzing in het arrest Artiestenverloningen, dat naast het wettelijke criterium van verwarringsgevaar bij louter beschrijvende handelsnamen ‘bijkomende omstandigheden’ vereist zouden zijn om een handelsnaam onrechtmatig te laten zijn, is door de Hoge Raad naar het Rijk der Fabelen verwezen. Voor een nadere bespreking van dit arrest zie de pagina Handelsnaamwet.

De Handelsnaamwet – uitgevaardigd op 5 juli 1921 – staat na 100 jaar dus nog fier overeind. Aan de wettekst van deze ‘Grand Old Lady’ wordt niet gemorreld.

MdV, 3 juli 2021; update 9-12-2021

Dit blog is geïnspireerd op het artikel van prof. mr. D.J.G. Visser over het arrest DOC Dairy Partners/Dairy Partners in Ars Aequi, mei 2o21

Zoekfunctie Lawyrup verbeterd

Snel je antwoord vinden op een praktijkvraag is vanaf het begin één van de “unique selling points” (oftewel USP’s) van Lawyrup geweest. De kerngedachte van Lawyrup is het aanbieden van gestructureerde content: de indeling van het menu is één op één de indeling van de wet. En de wet wordt – net als in bvb. de Asser-serie of Tekst & Commentaar – artikelsgewijs behandeld. Dit heeft een nadeel, want de wet is qua indeling niet altijd de meest eenvoudige sleutel voor ontsluiting van de inhoud ervan. De zoektool op de website is nu verbeterd, zodat je nog sneller en to the point op het antwoord op je vraag kunt komen. Continue reading “Zoekfunctie Lawyrup verbeterd”

Avondklok in kort geding verboden; verbod geschorst en geschrapt

De Voorzieningenrechter in de rechtbank Den Haag heeft vandaag in een vonnis in kort geding de vordering van Viruswaarheid tot onmiddellijke opheffing van de avondklok toegewezen. Zie het vonnis van Vrz. Rb. Den Haag 16 februari 2021 (Viruswaarheid/Staat).

De reden voor het bevel tot opheffing is vooral hierop gebaseerd, dat de wettelijke grondslag op basis waarvan de Staat inbreuk maakt op fundamentele rechten zoals de bewegingsvrijheid zoals beschermd door artikel 2 EVRM en de persoonlijke levenssfeer (beschermd door artikel 8 EVRM en Grondwet artikel 10) niet toereikend is. De avondklok is gebaseerd op een Noodverordening op grond van de Wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag (verder: Wbbbg). Die wet – die de uitvoerende macht de bevoegdheid geeft verregaande maatregelen te treffen – is echter alleen bedoeld voor acute noodsituaties. De rechtbank noemt in dit kader als voorbeeld een dijkdoorbraak.

Hoewel de Voorzieningenrechter – enigszins minzaam – afstand neemt van de zienswijze van Viruswaarheid, oordeelt hij wel dat er van een acute noodtoestand die tot onmiddellijk ingrijpen noopt geen sprake is. De onderbouwing van de regering is veeleer dat men een noodtoestand wil voorkómen. Dat impliceert dat er (nog) geen acute noodtoestand is, en het gebruik van deze wettelijke grondslag dus onrechtmatig is. De regering had gewoon – desnoods in een spoedwetgevingsproces – de normale gang langs de Tweede en Eerste Kamer moeten doorlopen. De rechtbank gelast de onmiddellijke opheffing van de avondklok.

De Voorzieningenrechter is verder van oordeel, dat de Staat de subsidiariteit en proportionaliteit niet in acht heeft genomen. Er hadden wellicht andere maatregelen genomen kunnen worden die minder verstrekkend waren om hetzelfde resultaat te bereiken.

Dit vonnis betekent overigens niet, dat de Staat niet alsnog in de rebound de avondklok kan instellen op een (verbeterde) wettelijke basis. En uiteraard is ook nog hoger beroep mogelijk, en cassatie. Hierover zal het laatste woord nog niet gezegd zijn.

Zie op het punt van het verbieden van besluiten of handelingen van de overheid ook de pagina Onrechtmatige daad en dan met name de onrechtmatige overheidsdaad.

Opschorting verbod avondklok in hoger beroep

In het hoger beroep in het kort geding van Viruswaarheid tegen de Staat over de avondklok was ook als eerste de opschorting van de uitvoerbaarheid bij voorraad ex art. 351 Rv. aan de orde. Zie de pagina Rechtspleging in hoger beroep over deze bepaling.

De Voorzieningenrechter had de Staat bevolen de avondklok met onmiddellijke ingang in te trekken (de rechter had dus niet – en kon dat in kort geding ook niet – de avondklok opgeheven, wat veel mensen dachten). Normaal wordt aan een dergelijke vordering een dwangsom (zie de pagina Dwangsom) verbonden, maar de Staat wordt geacht een dergelijk bevel na te leven zodat dwangsommen niet gevraagd plegen te worden. Daarom had de Staat – naast de politieke redenen om het signaal dat de avondklok van tafel was tegen te gaan – in het spoedappèl allereerst de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad gevraagd als incidentele vordering. Weliswaar verbeurde de Staat geen dwangsommen, maar anders had zij de avondklok onmiddellijk moeten opheffen – want de Staat voldoet aan rechterlijke bevelen – en dat wilde men niet.

Overigens is deze uitspraak Hof Den Haag 16 februari 2021 (Viruswaarheid/Staat) in het incident ook een voorbeeld van een mondelinge uitspraak, waarvan de schriftelijke motivering op een later moment op schrift gesteld wordt. Zie ook de pagina Algemene voorschriften procedures, waar de mondelinge uitspraak wordt behandeld.

In het hoger beroep heeft Hof in de inhoudelijke uitspraak van 16 februari 2021 de beslissing van de Voorzieningenrechter vernietigd.

MdV, 16-02-2021; update 3-03-2021

Nieuwe aanval op het glazen plafond

In 2013 is er vanuit de Tweede Kamer een initiatiefwet ingediend, waarmee beoogd werd de deelname van vrouwen aan de top van het bedrijfsleven te bevorderen. De Wet Bestuur en toezicht was 1 januari 2013 tot 1 januari 2020 van kracht. Voor de NV en de BV werd een streefcijfer van 30% participatie van mannen en vrouwen in Raden van Bestuur en Raden van Toezicht wettelijk voorgeschreven. Een sanctie was er niet. Het kabinet heeft de SER in 2019 gevraagd verslag te doen van het effect van deze maatregel. In het SER-advies “Diversiteit in de top: tijd voor versnelling“ werd geconcludeerd, dat de verbetering van de evenredige deelname van vrouwen achterbleef. De SER adviseerde meer druk achter dit streven te zetten. Op basis daarvan ligt er een wetsvoorstel voor een nieuwe, meer dwingende regeling.

Voorstel voor een Richtlijn van Europese Unie

In 2012 is een EU-richtlijnvoorstel gepubliceerd ter verbetering van de man-vrouw verhouding bij niet-uitvoerende bestuurders van grote beursvennootschappen. Bij de selectie van niet-uitvoerende bestuursleden moet een voorkeursbeleid worden gevoerd tot de doelstelling van 40% voor leden van het ondervertegenwoordigde geslacht of van 33 1/3% voor uitvoerende en niet-uitvoerende bestuurders gezamenlijk, is behaald. Deze doelstelling moest uiterlijk 1 januari 2020 zijn bereikt. Nederland heeft zich op het standpunt gesteld dat dit op nationaal niveau geregeld moet worden. Er ligt nog geen EU Richtlijn.

Het MvT bij wetsvoorstel beschrijft wel, dat de gelijke behandeling van mannen en vrouwen sterk verankerd is in het Europese recht. Het oprichtingsverdrag EEG in 1957 bevatte al een verdragsbepaling over gelijke beloning tussen mannen en vrouwen. In 1976 wordt Richtlijn 76/207/EEG aangenomen over het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen ten aanzien van de toegang tot het arbeidsproces, de beroepsopleiding, de promotiekansen en de arbeidsvoorwaarden.

Artikel 23 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie bepaalt, dat de gelijkheid van vrouwen en mannen moet worden gewaarborgd op alle gebieden. Ook het HvJEU heeft zich herhaaldelijk conform deze beginselen uitgesproken.

Corporate governance code

Voor beursvennootschappen gelden de bepalingen uit de Nederlandse Corporate governance code. Er is een commissie die op de naleving daarvan toezicht houdt. De realisering van het streefcijfer blijft ondanks de volgens de wet wel gedane verslaglegging over dit streven achter.

Wetsvoorstel 35 628

In het wetsvoorstel 35 628 van 9 november 2020 wordt de voorgeschiedenis van deze maatregelen uiteengezet. Het wetsvoorstel uit 2013 wees op de noodzaak om in de raden van bestuur en de raden van toezicht c.q. raden van commissarissen tot een evenwichtiger verdeling van de zetels te komen, opdat er meer vrouwen aan de top zouden deelnemen.

Uit onderzoek was gebleken, dat een eenzijdige samenstelling van raden van bestuur en raden van commissarissen leidt tot slechtere financiële resultaten en ook uit overwegingen van arbeidsmarktbeleid problematisch is. Dus niet alleen vanuit emancipatoir oogpunt, maar ook om sociaal-economische redenen is er alle aanleiding te streven naar een meer evenwichtige samenstelling van raden van commissarissen en raden van bestuur van grote vennootschappen. Het kabinet onderschrijft deze bevindingen en wil het streven naar een gelijkwaardiger verdeling dan ook meer kracht bij zetten.

Ingroeiquotum

Het wetsvoorstel bevat in artikel 2:142b B.W. een ingroeiquotum voor raden van commissarissen van beursvennootschappen. Dat betekent, dat geen personen tot commissaris kunnen worden benoemd die niet bijdragen aan een evenwichtige samenstelling in de raad van commissarissen. Een benoeming van een persoon die niet bijdraagt aan een evenwichtiger verhouding tussen mannen en vrouwen in de raad van commissarissen, is in strijd met de wet en daarmee nietig (art. 2:14 B.W.).

Art. 2:166 B.W. bevat de verplichtingen voor grote NV’s om streefcijfers vast te stellen en plannen te maken hoe deze te realiseren. Voor grote BV’s bepaalt art. 2:276 B.W. letterlijk hetzelfde als art. 2:166 B.W..

De maatregel is beperkt tot raden van commissarissen van beursvennootschappen vanuit de gedachte, in lijn met de visie van de SER, dat deze vennootschappen in staat mogen worden geacht werk te maken van een evenwichtiger samenstelling van hun rvc en het een goed af te bakenen groep bedrijven betreft. Het ingroeiquotum gaat gelden voor beursvennootschappen, ongeacht of zij een zogenoemde “structuurvennootschap” zijn.

Het ingroeiquotum gaat gelden voor nieuwe benoemingen van commissarissen. Een commissaris die voor herbenoeming in aanmerking komt, kan nog wel worden herbenoemd. Ter bescherming van de rechtszekerheid wordt de besluitvorming van de RvC niet aangetast door de nietigheid.

Passende ambitieuze streefcijfers

Het wetsvoorstel bevat in artikel 166 (voor NV’s) en artikel 276 (voor BV’s) een verplichting voor grote vennootschappen om passende en ambitieuze doelen in de vorm van een streefcijfer vast te stellen om de verhouding tussen het aantal mannen en vrouwen in het bestuur en de raad van commissarissen evenwichtiger te maken, evenals de verhouding in de door de vennootschap te bepalen subtop.

Handhaving van ingroeiquotum en streefgetal

De handhaving wordt aan de vennootschappen zelf overgelaten. Eenieder kan wijzen op de nietigheid van de benoeming. Daarnaast komt er een door de SER op te zetten infrastructuur. Deze biedt zowel ondersteuning bij het opzetten en uitwerken van de plannen als een adequaat monitoringssysteem waarmee de vennootschappen zich kunnen spiegelen aan anderen. De SER zal gaan monitoren of vennootschappen zich aan hun transparantieverplichtingen houden.

Horizonbepaling: only time will tell…

Ook deze regeling krijgt – vanwege het ingrijpende karakter van de wet – weer een horizonbepaling mee: het wetsvoorstel wordt na vijf jaar geëvalueerd en kent een horizonbepaling: acht jaar na inwerkingtreding vervallen het ingroeiquotum en de streefcijferregeling.

Het is afwachten of nieuwe generaties commissarissen en bestuurders tot meer diversiteit in de top van het bedrijfsleven zullen komen.

MdV, 11-01-2021

Waar gaat Lawyrup in 2021 naar toe?

Adverteerders Lawyrup

Het was me het jaartje wel. Vol goede voornemens om Lawyrup ook zakelijk tot een succes te maken in 2020 begonnen we het jaar. In april mochten we de eerste adverteerder, juridisch vertaalbureau JMS Textservice, op de vernieuwde website verwelkomen. Met de inspanningen van marketeer Bas van Dijk mochten we in het laatste kwartaal ook Cicero Lawpack als adverteerder verwelkomen.

En om de feestdagen toch wat kleur te geven hebben we ook de wijnproeverij van De Kasteelhoeve in het zonnetje gezet. Trouwens, die wijnproeverijen verzorgt De Kasteelhoeve niet alleen rond de feestdagen, maar het hele jaar door. En zeer aan te raden, kan ik uit eigen ervaring zeggen. Geen slemperij, maar een gezellige proeverij op kantoor of aan huis, waarna je voor relaties – of voor je eigen wijnkelder – de wijn die in de smaak valt tegen alleszins redelijke prijzen kunt bestellen.

Gratis kennisbank voor juristen met kwalitatieve knowhow zonder inlog

Lawyrup is helemaal gratis en je hoeft voor het gebruik van de website zelfs niet in te loggen. Iets wat ik zelf erg op prijs stel, in deze tijd waarin je in een klemmend digitaal keurslijf geperst wordt met alle platforms en digitale omgevingen waar je je moet aanmelden en waarvan je gebruikersnaam en wachtwoord moet zien te onthouden.

Wat ik zelf als prettig ervaar – zo luidt mijn adagium – is ook prettig voor de bezoekers van Lawyrup. Dat heb ik overigens ooit opgestoken van Fons van Westerloo, die bij een voordracht vertelde dat hij ‘s avonds in de buurt ging wandelen en de huiskamers binnen keek om te zien hoe mensen TV keken. Zijn filosofie was, dat wat hij daar steekproefsgewijs vaststelde ook had te gelden voor het gros van de mensheid. En ik denk dat het ook zo is.

Verdienmodel

Los van de vele uren die in het schrijven van de content gaan zitten kost de website natuurlijk ook geld. Bouw van de vernieuwde website in 2019, onderhoud, promotie en aanpassingen ter verbetering. Als er meer middelen komen, kunnen we ook auteurs aantrekken die tegen betaling meewerken aan het uitbreiden en bijhouden van de content. Dat alles moet ook betaald worden, dus neem ons niet kwalijk dat in ruil voor al die mooie gratis content ook wat commerciële uitingen vertoond worden. De advertenties zijn echter wel specifiek gericht op de doelgroep en ze worden niet vertoond op basis van een ondoorgrondelijk algoritme van een groot Amerikaans internetbedrijf, dat advertenties aanbiedt voor artikelen die je net hebt aangeschaft.

Hoewel Lawyrup als digitale dienst niet veel last had van de overheidsmaatregelen die ons dit jaar troffen, had het denk ik wel impact op het budget van adverteerders. Er was aarzeling in de markt voelbaar. We hebben een goed begin gemaakt, maar het had wat meer mogen zijn. Voor 2021 hopen we dat er bij bedrijven voor wie de doelgroep van Lawyrup interessant is weer meer bereidheid is om te adverteren.

Als je geïnteresseerd bent om op onze website te adverteren, of als je een fan van Lawyrup bent en een geschikte adverteerder weet, dan houden we ons warm aanbevolen.

Auteurs en Content Partners van Lawyrup

Naast adverteerders zoekt Lawyrup ook Content Partners. De oorspronkelijke gedachte waaruit Lawyrup in 2015 is geboren, was een gratis kennisbank te maken voor en door advocaten. Als een groot aantal advocaten net als ik hun kennis niet in memo’s, maar in een online portal zouden zetten, dan ontstaat er een grote collectieve kennisbank waar iedereen zijn voordeel mee kan doen, zo was de gedachte. Als verdienmodel dacht ik aan abonnementen. Een soort besloten Wikipedia voor advocaten.

De kennisbank kan een hoop kosten besparen, en is vooral voor de kleinere kantoren – meer dan de helft van de advocaten in Nederland – daarom interessant. Mijn online media adviseurs zeiden echter: de doelgroep is te klein, je kunt de website beter vrij toegankelijk maken.

Auteurs

Het vinden van auteurs blijkt moeilijk. Het is binnen kantoren lastig om advocaten te porren voor het schrijven van artikelen. Nu is het schrijven voor Lawyrup iets anders dan bloggen. Lawyrup is meer vergelijkbaar met de Asser serie, waarin de wet artikelsgewijs wordt behandeld, met diepgang naar Parlementaire geschiedenis en rechtspraak. Een blog is net als een tijdschriftartikel vluchtig. De kennisbank van Lawyrup biedt een “rustig bezit” van het civiele recht, dat met wijzigingen mee geupdate wordt.

Voor 2021 hopen we dan ook meer auteurs te vinden – dit hoeven niet per se advocaten te zijn.

Content Partners

Maar we zoeken ook Content Partners, dat wil zeggen advocatenkantoren die Lawyrup willen ondersteunen met een jaarlijks abonnement (van slechts 495 euro), maar die vooral ook bijdragen aan de content. Daarmee kan een kantoor zich profileren als kennispartner, niet alleen bij andere advocaten, maar ook bij andere praktijkjuristen die de website gebruiken. Zoals bedrijfsjuristen, die het toch raadzaam achten een advocaat in de arm te nemen.

Een Content Partner mag juridische blogs schrijven, maar liefst ook bijdragen aan het onderhoud van de artikelsgewijze behandeling van de wet. Dus als je je hebt verdiept in de prejudiciële vragen van de Hoge Raad inzake het slapend dienstverband, om maar wat te noemen, dan kun je met die kennis (i) een leesbaar blog in Jip & Janneke taal voor je kantoorwebsite schrijven, (ii) een juridisch blog schrijven voor Lawyrup en (iii) ook de pagina “Einde arbeidsovereenkomst” aanvullen. Je slaat dan drie vliegen in één klap op basis van die verworven kennis. Een blog voor Lawyrup kost meestal een uurtje of twee. Met één bijdrage per maand zouden we al heel blij zijn.

De Content Partner krijgt een eigen profiel op de website, en sinds kort worden blogs van Content Partners ook op de Home getoond. En we geven met alle plezier extra aandacht aan je blogs via onze social media kanalen. Dus aarzel niet en meld je nu meteen aan, het liefst met een mailtje aan het info-adres!

Vele handen maken licht werk, en zo kan de coöperatieve gedachte achter Lawyrup in 2021 verder vorm krijgen. Tot voordeel van allen, inclusief de Content Partners zelf.

Wat is er verder nieuw op Lawyrup?

Homepagina Lawyrup gewijzigd

De oplettende lezers zullen nog meer veranderingen hebben opgemerkt. Op de Home zijn nu 9 meest recente blogs te zien, in drie categorieën. De bovenste 3 zijn de vertrouwde blogs van Lawyrup zelf. Die bevatten enerzijds juridisch nieuws – vooral wetswijzigingen, waarin de wetswijziging of nieuwe wet in detail wordt behandeld, zodat je steeds op de hoogte blijft van wat er in ons vakgebied speelt. Zoals de ontwikkelingen rond het WHOA-akkoord, dat per 1 januari 2021 in werking getreden is. En daarnaast nieuws over Lawyrup, zoals dit blog.

Daaronder worden de laatste 3 blogs van Content Partners getoond. Aangezien mijn eigen kantoor tot nu toe de enige partner is, zijn dat dus 3 blogs van mijn hand. Ik hoop dat hier in 2021 verandering in komt! De zichtbaarheid is verbeterd, om het voor Content Partners aantrekkelijker te maken.

Het onderste rijtje 3 meest recente blogs onder de noemer Praktijkvoering zijn blogs van of over onze adverteerders. Je zou kunnen zeggen dat zijn advertorials, maar onze adverteerders hebben de bezoekers van de website daadwerkelijk nuttige diensten te bieden, die in die blogs worden belicht. Adverteerders hebben ook een eigen profielpagina gekregen, waarop je kunt lezen wat zij te bieden hebben.

Op de achterliggende pagina waar alle blogs vertoond worden, kun je selecteren naar categorie blog. Zie ook de link “Blog” in het menu bovenin.

Cursussen Lawyrup

Lawyrup gaat ook cursussen aanbieden. Dat is niet een speerpunt van het verdienmodel van Lawyrup. Het ligt meer in het verlengde van de belangrijkste doelstelling van Lawyrup: het delen van kennis over het civiele (proces)recht.

De 1e cursus was gepland op 21 januari – over de nieuwe Wet Franchise – maar bij gebrek aan belangstelling hebben we die moeten uitstellen. Het is in cursusland natuurlijk door de overheidsmaatregelen kommer en kwel. Lawyrup laat zich echter niet uit het veld slaan: er komen meer cursussen en ook naar webinars wordt gekeken. Houd het in de gaten, de cursussen zijn zeer gunstig geprijsd als je die afzet tegen de PO-punten en niet te vergeten de waardevolle kennis die je ervoor krijgt.

Samenwerkingen Lawyrup

Lawyrup is voor de cursussen een samenwerking aangegaan met Lambert Juridische Cursussen, die als partner ook een eigen profiel heeft gekregen op de website. We zijn ook een samenwerking aangegaan met Integrand, een organisatie van studenten, die het contact tussen studenten en bedrijfsleven bevordert, onder meer door het bemiddelen van stageplaatsen. Dus als je kantoor een student-stagiaire zoekt, kijk dan op het profiel van Integrand op de website en uiteraard op hun eigen website. Een mooie samenwerking, waarvan we veel synergie verwachten.

Vacatures

Lawyrup biedt sinds kort ook de mogelijkheid om vacatures op de website te zetten. Check de pagina Vacatures. Ook het plaatsen van vacatures is prijstechnisch (nog) zeer interessant. In vergelijking met andere vacaturesites kun je tegen een veel lager tarief je juridische vacature plaatsen op Lawyrup. Wil je extra promotie? Dat kan: Lawyrup kan een online campagne opzetten om de vacature extra in de spotlights te zetten.

Nieuwsbrieven Lawyrup

De Nieuwsbrief van Lawyrup verschijnt nu regelmatiger, en wel eens per maand. Dus als je op de hoogte wilt blijven van relevante ontwikkelingen binnen je vakgebied, schrijf je snel in. Je wordt niet plat gespamd.

Verbeterde zoekpagina en ontsluiting van de content

Een belangrijk “unique selling point” van Lawyrup is een makkelijke ontsluiting van de informatie op de website. Via het menu kun je alle content goed vinden, maar dan moet je wel weten waar in de wet je wilt zoeken. Binnen de pagina’s wordt veelal wel verwezen naar andere pagina’s, die ook relevant zijn voor het onderwerp.

Naast het menu is er ook een zoekveld. Bij de lancering van de vernieuwde website in maart 2019 heb ik er telkens op aangedrongen, dat er een goede zoektool moet komen. Dat leek destijds (te?) moeilijk, maar omdat dit zo essentieel is voor Lawyrup wordt hier alsnog aan gewerkt. Anders dan andere kennisbanken, waar je 40.000 hits krijgt op een zoekwoord en dan vervolgens op tig linkjes moet gaan klikken om te kijken of je antwoord in die editie uit éen van de tijdschriften in een bepaald jaar te vinden is – wat je uren kost die je niet kunt doorbelasten aan je cliënt – moet de zoektool van Lawyrup je zo snel mogelijk naar het antwoord op je vraag brengen.

Het zoekveld op de website is een – wat ik noem – Google-chaostheorie zoekveld. Het doet me denken aan de keer in de tijd dat je nog op CD’s zocht, dat ik zocht naar rechtspraak over de “WIR” (de Wet Investeringsregeling). Wie had verwacht, dat de domme computer ook met een hele reeks Duitse zaken aan kwam zetten, waarin brieven geciteerd werden die begonnen met “Wir”.

Dat willen we op Lawyrup niet. Als eerste stap is in ieder geval het zoekresultaat verbeterd: de lijst is ontdaan van nietszeggende foto’s, zodat er een meer compacte lijst van links naar de pagina’s op Lawyrup getoond wordt.

Binnenkort zal er echter een zoekfunctie komen, die “uitgebreid zoeken” mogelijk maakt, waarbij aan de hand van “tags” sneller tot de kern van het antwoord op de gestelde vraag gekomen wordt. Een beetje zoals het ouderwetse trefwoordenregister.

Als extra tool voor betere ontsluiting van de content op de pagina’s is er een inhoudsopgave toegevoegd.

Last not but least: de bezoekersaantallen

Nam het aantal bezoekers in het laatste kwartaal van 2019 ineens al flink toe tot zo’n 4.000 bezoekers per maand, in 2021 is dat fors doorgegroeid. Eerst naar zo’n 5.000 en – opnieuw in het laatste kwartaal – naar 8.000 tot 9.000 unieke bezoekers per maand. In totaal hebben in 2020 zo’n 65.500 unieke gebruikers de website bezocht, die met elkaar goed waren voor bijna 112.000 pageviews. Dat is resp. 144% en 150% van het aantal bezoekers en pageviews in 2019. Dat zijn meer mensen dan in de Amsterdam Arena passen.

Alles bij elkaar was 2020 dus een prima jaar. Lawyrup bouwt bovendien dagelijks verder aan de content. Als je de social media posts elke dag volgt, weet je precies waar de kennisbank nu weer is aangevuld of verdiept. Als één van de meest actieve auteurs mag hier – naast ondergetekende – Kai Gorissen zeker niet onvermeld blijven. Hij heeft heel veel bijgedragen aan de content van Boek 2 B.W., en gaat daar onverdroten mee door. Daar kunnen we er meer van hebben!

Ik wens alle gebruikers van Lawyrup een gezond, succesvol en gelukkig 2021 toe, waarin het weer wat gezelliger en menselijker gaat worden. Als het gaat om het zakelijke succes zal Lawyrup in ieder geval alle bouwstenen blijven aanreiken!

Maarten de Vries, hoofdredacteur en uitgever
6 januari 2021