Nietigheid en vernietiging (art. 3:40 B.W.)

Inleiding nietigheid en vernietiging

De wet kent twee grondslagen voor nietigheid van rechtshandelingen:

  1. strijd met de goede zeden of de openbare orde
  2. strijd met dwingende wetsbepalingen

Strijd met de goede zeden of de openbare orde

Een rechtshandeling, die in strijd is met de goede zeden of de openbare orde, is krachtens de wet nietig (art. 3:40 lid 1 B.W.). Als voorbeeld kan worden gegeven een overeenkomst met een crimineel oogmerk: bvb. een afspraak om te gaan inbreken, of de opdracht tot een huurmoord. Soms kan het ingewikkelder zijn om vast te stellen of een overeenkomst (of andere rechtshandeling) op grond van art. 3:40 B.W. nietig is. Bij voorbeeld als een overeenkomst in strijd is met vergunningsvoorschriften.

Strijd met dwingende wetsbepalingen

Ook wanneer een rechtshandeling strijdig is met een dwingende wetsbepaling, dan brengt dit in principe mee dat de rechtshandeling daardoor nietig is (art. 3:40 lid 2 B.W.).

Met wetsbepaling wordt hier gedoeld op formele wetten, dus niet wetten van lagere overheden of AmvB’s. En het woord “dwingendrechtelijk” impliceert dat strijd met bepalingen van regelend recht uiteraard niet tot nietigheid kan leiden. Anders zou het immers geen regelend recht meer zijn, als je er niet van kunt afwijken.

Wel bepaalt art. 3:40 lid 3 B.W., dat wanneer de betreffende wetsbepaling niet “de strekking” heeft daarmee strijdige rechtshandelingen aan te tasten (maar kennelijk een ander doel heeft), er dan geen sprake kan zijn van nietigheid.

Beperking nietigheden

De wetgever heeft bij de grondige herziening van het B.W. in 1992 tot uitdrukking gebracht, dat het de bedoeling is nietigheden in te perken. Dit is in het belang van de rechtszekerheid. Deze bedoeling komt ook tot uitdrukking in de volgende bepalingen.

In art. 3:41 B.W. is bepaald, dat wanneer de nietigheidsgrond slechts een deel van een rechtshandeling betreft, deze voor het overige in stand blijft. Dit voor zover de onderdelen niet onverbrekelijke samenhang hebben.

In art. 3:42 B.W. is bepaald, dat wanneer de strekking van een nietige rechtshandeling beantwoordt aan een wel geldige rechtshandeling, dan moet worden aangenomen dat de geldige rechtshandeling is verricht. Dit tenzij dit onredelijk zou zijn tegenover een belanghebbende, die geen partij was bij de rechtshandeling. Dit wordt ook wel “convalescentie” genoemd.

Nietige rechtshandelingen ambtsdragers

In art. 3:43 B.W. worden transacties die worden gesloten door ambtsdragers met betrekking tot goederen onder hun macht nietig zijn. Zie de details de wettelijke bepaling.

Bedreiging, bedrog en misbruik van omstandigheden

Ook rechtshandelingen, die tot stand zijn gekomen onder bedreiging, of als gevolg van bedrog of misbruik van omstandigheden, zijn nietig (art. 3:44 B.W.). Deze bepaling is mede gestoeld op jurisprudentie, waarin deze leerstukken zijn uitgewerkt.

Wijze inroepen vernietiging

De vernietiging wordt ingeroepen door een buitengerechtelijke verklaring en/of een vordering in rechte. In geval van een buitengerechtelijke verklaring moet dit worden opgevolgd door een procedure (art. 3:49 B.W.). Deze moet gericht worden tot alle (andere) partijen bij de rechtshandeling (art. 3:50 lid 1 B.W.).

De rechter vernietigt een rechtshandeling door het beroep daarop in de uitspraak aanvaardt. Dat betekent dus, dat de eisende partij wel duidelijk een beroep op de vernietiging moet doen (art. 3:51 lid 1 B.W.). Hij zal dus moeten aangeven welke rechtshandeling (of gedeelte) hij vernietigt en op welke gronden.

Ook in de procedure moeten alle partijen bij de rechtshandeling in rechte worden betrokken. Als verweer kan de nietigheid te allen tijde worden ingeroepen (lid 2). Let ook op art. 3:56 B.W. voor de definitie wie mede als “partij” hebben te gelden.

Verjaringstermijn

De eiser moet echter tijdig dagvaarden: de verjaringstermijn is drie jaar na bekend worden met de vernietigbaarheid (art. 3:52 B.W.).

De mogelijkheid tot vernietiging vervalt ook, wanneer de wanneer degene aan wie deze bevoegdheid toekomt, de rechtshandeling heeft bevestigd. Mits na aanvang van de verjaringstermijn ter zake van de rechtsvordering tot vernietiging op die grond (art. 3:55 lid 1 B.W.). Ook kan een onmiddellijk belanghebbende een redelijke termijn stellen tot inroepen van de vernietiging of bevestiging van de rechtshandeling (lid 2). Na verstrijken daarvan kan ook niet meer worden vernietigd.

Aanbod tot opheffen nadeel bij misbruik v.o.

De bevoegdheid vernietiging in te roepen kan in het geval van misbruik van omstandigheden ook worden weggenomen door het doen van een aanbod, dat het nadeel wegneemt (art. 3:54 lid 1 B.W.). Ook kan de rechter beslissen, dat de rechtshandeling wordt aangepast ter opheffing van het nadeel (lid 2). Dit alleen “op verlangen van één der partijen”.

Gevolg van vernietiging; omzetting in schadevergoeding

De vernietiging heeft terugwerkende kracht (art. 3:53 lid 1 B.W.).

Wanneer “de reeds ingetreden gevolgen van een rechtshandeling bezwaarlijk ongedaan gemaakt kunnen worden”, dan kan de rechter desgevraagd aan een vernietiging geheel of ten dele haar werking ontzeggen (art. 3:53 lid 2 B.W.).

Hij kan daarbij aan een partij die daardoor onbillijk wordt bevoordeeld, de verplichting opleggen tot een uitkering in geld aan de partij die benadeeld wordt. Het lijkt mij, dat de eiser dit dan ook – subsidiair – moet verzoeken.

Schakelbepaling

Zie verder de schakelbepaling van art. 3:59 B.W.

Andere relevante pagina’s

rechtshandelingen

Pauliana (buiten faillissement)

vernietiging van besluiten rechtspersoon

[MdV, 10-05-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.