Cessie (overdracht vordering) (art. 3:94 B.W.)

Inleiding cessie

Cessie is de levering van (vorderings)rechten. Dit in tegenstelling tot de levering van tastbare (stoffelijke) zaken. De juridische term die de wet gebruikt voor levering is “overdracht”. Cessie is dus officieel gezegd: “de overdracht van goederenrechtelijke rechten”. De cessie is geregeld in art. 3:94 B.W..

Cessie komt er op neer, dat iemand (A) zijn vorderingsrecht op een ander (B) overdraagt aan een derde (C). Na die overdracht – mits gebaseerd op een geldige titel en op juiste wijze uitgevoerd – is C eigenaar geworden van de vordering op B. Zie ook de pagina geldige titel (art. 3:84 B.W.).

Overdracht recht aan toonder of aan order

Uitgezonderd hiervan zijn de overdracht van “rechten aan toonder” en “rechten aan order”. De overdracht daarvan is geregeld in art. 3:93 B.W.. Een recht aan toonder wordt belichaamd door het toonderpapier, en is als zodanig vergelijkbaar met een roerende zaak. Overdracht vindt dus plaats door overhandiging. Bij een recht aan order is daarnaast “endossement” vereist: een krabbel met handtekening op de achterkant van het orderbewijs (vandaar “en dos”, oftewel op de rug).

Terminologie cessie

Degene die de eigenaar is van de vordering, die wordt overgedragen, heet de “cedent” (de vervreemder, oftewel A in bovenstaand voorbeeld). Degeen die de vordering verkrijgt heet de “cessionaris” (de verkrijger, oftewel C in bovenstaand voorbeeld). De schuldenaar van de overgedragen cessie (die dus een betalingsverplichting heeft aan de cedent) heet “debitor-cessus” (oftewel B in bovenstaand voorbeeld).

Wijze van levering van vermogensrechten

(1) onderhandse akte + mededeling

Rechten “jegens een of meer bepaalde personen” worden blijkens dit artikel geleverd door een daartoe bestemde (onderhandse) akte, EN mededeling daarvan aan die personen. De mededeling kan hetzij worden gedaan door de vervreemder hetzij door de verkrijger.

Voor de overdracht is geen tweezijdige akte vereist. Als alleen de cedent een akte opstelt en ondertekent, waaruit de levering blijkt, dan is dat voldoende. De akte hoeft ook niet de titel te vermelden. Wel moet daaruit voldoende duidelijk blijken, dat het de bedoeling is de vordering(en) over te dragen.

De vorderingen hoeven niet volledig gespecificeerd te worden in de akte. Voorwaarde is slechts, dat aan de hand van de akte kan worden vastgesteld, welke vorderingen zijn overgedragen. Uit de administratie van de cedent kan vervolgens worden afgeleid, welke vorderingen (met naam en toenaam, en aard en hoogte) het betreft.

Overdracht ten titel van zekerheid is geen geldige titel meer. Bij de wijzing van het Burgerlijk Wetboek in 1992 is de fiduciaire cessie afgeschaft. Daarvoor is het stil pandrecht in de plaats gekomen. Zie in dit verband ook de pagina geldige titel met name art. 3:84 lid 3 B.W. (fiduciaverbod).

(2) (i) authentieke of (ii) geregistreerde onderhandse akte, zonder mededeling

De levering kan ook plaatsvinden door middel van een authentieke akte (oftewel een notariële akte). Of door een onderhandse akte, die “geregistreerd” wordt. Aldus (art. 3:94 lid 3 B.W.). Er is dan voor de geldigheid van de cessie geen mededeling vereist. We spreken dan van een “stille cessie”.

De registratie kan op eenvoudige wijze plaatsvinden, door (een exemplaar van) de getekende onderhandse akte per brief aan te bieden aan de Belastingdienst Afdeling Registratie.Deze registreert de akte door er een waarmerk op te zetten, tegen betaling van een paar Euro. Een notariële akte is uiteraard iets duurder, maar ook niet per se zeer kostbaar.

Zie voor meer informatie over de registratie de link naar de website van de Belastingdienst Cluster Registratie.

NB de registratie wordt bij onderhandse akten vaak vergeten, waardoor de levering niet rechtsgeldig heeft plaatsgevonden.

Voor de definitie van het begrippen akte, onderhandse akte en authentieke akte zie de pagina over akten.

Stil pandrecht en registratie

Hetzelfde geldt voor verpanding van vorderingen. De methode van een onderhandse akte van verpanding + registratie (of vastlegging in een authentieke akte) zonder mededeling wordt “stille verpanding” genoemd en leidt tot een zgn. “stil pandrecht”. Zie ook de pagina pandrecht.

Wanneer een onderhandse akte wordt opgemaakt, en de verpanding niet wordt meegedeeld (methode 1 wordt dus niet gevolgd) en de registratie wordt vergeten, dan heeft de pandhouder geen geldig pandrecht.

Dat kan bijzonder pijnlijk zijn wanneer de schuldenaar (de pandgever, oftewel A, die zijn vorderingen op een of meer derden, oftewel B, tot zekerheid van zijn betalingsverplichtingen aan C verpand heeft), failliet verklaard wordt. De vorderingen op debiteuren vallen dan gewoon in het faillissement. C heeft dan een ongedekte vordering en kan achteraan aansluiten in de rij der crediteuren van A. Wanneer een juridisch adviseur de akte heeft opgesteld en de registratie heeft verzuimd (of niet op de noodzaak heeft gewezen) dan is dit een beroepsfout en is hij/zij voor de schade aansprakelijk te houden.

Mededeling

De mededeling van de overdracht van de vordering is in alle gevallen vereist om tot inning te komen. Wanneer dit bij de eerste methode wordt vergeten, dan is er geen geldige overdracht.

Maar ook wanneer er een stille cessie heeft plaatsgevonden, moet voor het inroepen van de cessie tegenover de debitor-cessus aan hem mededeling gedaan worden. Ook voor het inroepen van de cessie jegens derden (bvb. crediteuren van A, die zich willen verhalen op gecedeerde vorderingen van A op derden) is mededeling vereist (art. 3:94 lid 3, 2e volzin).

De debitor-cessus (of een andere partij, tegen wie de cessie wordt ingeroepen) kan bovendien volgens art. 3:94 lid 4 B.W. eisen dat hem een gewaarmerkt uittreksel wordt verstrekt van de cessie-akte èn van de titel waarop de levering (de cessie) berust. Niet voor deze partij van belang zijnde bedingen in de akte of de titel kunnen worden weggelaten. Als de titel niet schriftelijk is vastgelegd, moet de inhoud van de titel voor zover van belang op schrift worden gezet en aan de betrokken derde worden overhandigd.

[MdV, 29-11-2016; bijgewerkt 25-04-2018]

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.