Eigendomsvoorbehoud (art. 3:92 B.W.)

Inleiding eigendomsvoorbehoud

Bij het sluiten van een overeenkomst die (in beginsel) tot doel heeft dat de ander de eigendom van een zaak zal verkrijgen, kan worden afgesproken dat de overdracht wordt opgeschort tot de nakoming van een nog te leveren prestatie. Een dergelijke levering wordt ook wel genoemd “levering onder eigendomsvoorbehoud” (afgekort “EVB”).

Art. 3:92 B.W. voorziet hierin. De wetgever heeft daar bepaald, dat dit een overdracht onder opschortende voorwaarde is. De levering krijgt pas gevolg, wanneer aan de voorwaarde is voldaan. De voorwaarde is het nakomen van een “prestatie”. In de meeste gevallen betreft het de betaling van de koopsom, of bij koop op afbetaling, van alle afgesproken (maand)termijnen. Financial lease is in feite levering onder eigendomsvoorbehoud, waarbij de termijnen gerelateerd zijn aan de economische levensduur van het geleasede object. Het object kan doorgaans na einde van de totale lease-termijn worden verkregen tegen betaling van een eindtermijn (de restwaarde).

Het eigendomsvoorbehoud is overigens een species van de meer algemene bepaling van art. 3:91 B.W., die meer in het algemeen de overdracht onder opschortende voorwaarde regelt. Art. 3:92 B.W. beoogt het eigendomsvoorbehoud specifiek als zekerheidsrecht uit te werken.

Uitgebreid en beperkt eigendomsvoorbehoud

Partijen kunnen contractueel de omvang van het eigendomsvoorbehoud bepalen. In de praktijk wordt onderscheiden tussen het “beperkte” en het “uitgebreide” eigendomsvoorbehoud. Het eigendomsvoorbehoud wordt vaak ook vastgelegd in algemene voorwaarden.

Het beperkte eigendomsvoorbehoud ziet alleen op de niet-betaalde onder EVB geleverde goederen. Een uitgebreid eigendomsvoorbehoud kan ook betrekking hebben op reeds betaalde (dus op alle geleverde) zaken. Dit is vooral zinvol omdat bepaalde goederen al doorgeleverd kunnen zijn (maar nog niet betaald), en omdat bij verhaal van de openstaande vordering de opbrengst van de onder EVB geleverde zaken mager uit kan vallen, waardoor zelfs niet de inkoopprijs gedekt wordt (executiewaarde).

Identificeerbaar

Naast de contractuele invulling van het eigendomsvoorbehoud is ook van belang, dat de geleverde zaken ook identificeerbaar zijn. Tegenwoordig is dit vaak goed mogelijk doordat geleverde goederen zijn voorzien van streepjescodes en andere merktekens waardoor duidelijk is welke zaak het betreft.

Wanneer er echter vermenging optreedt, gaat het EVB daardoor teniet, tenzij duidelijk is dat uitsluitend vermengd is met andere zaken van dezelfde leverancier en er een uitgebreid eigendomsvoorbehoud geldt. Met name bij generieke zaken (zoals zand, vloeistoffen e.d.) kan dit een risico van tenietgaan meebrengen. Eenzelfde probleem treedt op wanneer er een beperkt eigendomsvoorbehoud bedongen is en de leverancier niet kan aanwijzen, welke de onbetaald gebleven zaken zijn, als die vermengd zijn met wel betaalde zaken waarvoor het beperkte EVB niet geldt.

Geen verlengd EVB

In het Duitse recht kent men ook het “verlengde eigendomsvoorbehoud”: dat wil zeggen dat zaken, waarop EVB rust, die aan derden worden doorgeleverd, nog steeds het EVB rust. De leverancier kan die zaken dan ook bij de derde opeisen. Naar Nederlands recht bestaat dit niet; wanneer wordt doorgeleverd gaat de eigendom van de EVB-gerechtigde teniet (uiteraard tenzij de derde met het EVB bekend was).

[MdV, 29-11-2016; bijgewerkt 9-02-2018]

Affiliate link: Boek over eigendomsvoorbehoud in Nederland en Duitsland kopen? Kijk eens naar Eigendomsvoorbehoud tussen pandrecht en eigendomsrecht van Stephanie Broekaart.

 

[Totaal: 1    Gemiddelde: 1/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.