Geldige titel voor overdracht (art. 3:84 B.W.)

Inleiding geldige titel

De overdracht van een vermogensrecht vereist (art. 3:84 lid 1 B.W.):

  1. een geldige titel;
  2. Ook moet degene die overdraagt beschikkingsbevoegd zijn.

Wat is een “titel”?

Zie voor het begrip “titel” de pagina overdracht.

Voor de overdracht van beperkte rechten (die zijn afgeleid van het volle eigendomsrecht) gelden logischerwijs dezelfde voorwaarden (art. 3:98 B.W.).

Wanneer aan één van deze voorwaarden niet is voldaan, dan vindt er geen overdracht plaats: het goed blijft in het vermogen van de oorspronkelijke rechthebbende (de eigenaar, of bij beperkte zakelijke rechten de beperkt gerechtigde). De overdracht is dan nietig (zie ook de pagina rechtshandelingen en de pagina nietigheid en vernietiging).

Wanneer aan één van de voorwaarden pas later wordt voldaan, dan is het op grond van art. 3:58 B.W. wel mogelijk de overdracht achteraf te bekrachtigen: dit heet convalescentie.

Goederenrechtelijke overeenkomst

De overdracht is een zelfstandige rechtshandeling, die los staat van de rechtshandeling waardoor de titel is ontstaan. De overdracht omvat enerzijds de “goederenrechtelijke overeenkomst”, dat is de verklaring van de overdragende partij, die meedeelt het goed te willen overdragen (en onder welke voorwaarden), en de verklaring van de verkrijger dat hij instemt met deze overdracht. Op die overeenkomst is het overeenkomstenrecht net als op de voorafgaande overeenkomst (de titel) van toepassing.

Bij de verkoop van onroerend goed is dit in de praktijk goed zichtbaar: er wordt eerst een koopovereenkomst gesloten (de titel). Dit is dus anders dan het spraakgebruik doet vermoeden zeker niet een “voorlopige” overeenkomst. Het is een definitieve en in rechte afdwingbare koopovereenkomst.

Vervolgens vindt – als aan de voorwaarden daarvan is voldaan, zoals bvb. een financieringsvoorbehoud is niet ingeroepen – de overdracht plaats bij de notaris (omdat de wet aan de overdracht van onroerend goed het vereiste van een notariële akte stelt).

Als sluitstuk van de overdracht vindt dan nog de feitelijke levering (de terhandstelling) plaats: de sleutels en alles wat bij het verkochte goed hoort worden overhandigd. Zie ook overdracht van onroerend goed

Fiduciaverbod

Een overdracht die strekt tot zekerheid is geen geldige titel (art. 3:84 lid 3 B.W.). Hiermee is de tot de voor 1992 onder oud B.W. gebruikelijke “fiduciaire cessie” afgeschaft. In plaats daarvan is gekomen het stille pandrecht (zie de pagina pandrecht).

De tweede volzin van lid 3 bepaalt, dat ook de rechtshandeling “die de strekking mist het goed na de overdracht in het vermogen van de verkrijger te doen vallen” een gebrekkige titel vormt. Dit heeft aanleiding gegeven tot uitgebreide discussie in de literatuur, met name over de vraag of cessie van vorderingen aan een factormaatschappij in het licht van deze bepaling nog wel geldig is. In de praktijk wordt er van uit gegaan, dat dit wel het geval is. Het hangt wel af van de wijze waarop de cessie in de factorovereenkomst is geformuleerd.

Voorwaardelijke verbintenis (lid 4)

Wordt geleverd ter uitvoering van een voorwaardelijke verbintenis, dan geldt de levering onder dezelfde voorwaarde. Zie ook art. 35 lid 2 Fw.: als de voorwaarde bij faillietverklaring nog niet vervuld is, dan komt de levering niet tot stand. Zie pagina gevolgen faillissement.

Andere relevante pagina’s

verkrijging en verlies van goederen

pagina algemene bepalingen overdracht

overdraagbaarheid

revindicatie van gestolen goed

overdracht van onroerend goed

overdracht van roerende zaken

eigendomsvoorbehoud

cessie (overdracht van vorderingen)

[MdV, 29-11-2016; bijgewerkt 24-04-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.