Financiele zekerheidsovereenkomst (Titel 2, Boek 7 B.W.)

Inleiding financiele zekerheidsovereenkomst

Deze speciale overeenkomst tot zekerheidstelling is geïntroduceerd in 2004 (Titel 2, Boek 7 B.W.). Ook dit is weer een implementatie van een EU-richtlijn (Richtlijn nr. 2002/47/EG). De regeling is een aanvulling op de bestaande regeling van het pandrecht, en dan met name het pandrecht op vorderingen. De rechtsfiguur sluit aan bij de Angelsaksische “floating charge”. Het Nederlandse pandrecht geeft anders dan de Angelsaksische figuur wel een floating charge op vaste materiële activa (voorraad en inventaris), maar niet op vorderingen.

De regeling omvat slechts 6 bepalingen.

Het wetsvoorstel strekt ter uitvoering van de richtlijn betreffende financiële zekerheidsovereenkomsten. Het wetsvoorstel vervangt het gewijzigd voorstel van wet dat op 24 april 2004 is aangeboden aan de Eerste Kamer (Kamerstukken I, 28 874, A), aldus de MvT bij het (herziene) wetsvoorstel.

Het desbetreffende wetsvoorstel strekte eveneens ter uitvoering van de Richtlijn, maar is op 8 maart 2005 door de Eerste Kamer verworpen. Dat voorstel was eerder met algemene stemmen aanvaard door de Tweede Kamer. Door de verwerping bestaat de noodzaak een nieuw wetsvoorstel in te dienen.

De Eerste Kamer wees de reikwijdte van artikel 7:52 BW in wetsvoorstel 28 874 af voor zover deze betrekking had op financiëlezekerheidsovereenkomsten tussen ondernemingen die beide geen band hebben met de financiële markt. Het thans voorgestelde artikel 7:52 kent een meer beperkte reikwijdte.

[MdV, 02-01-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.