Verplichtingen van de huurder (Afd. 3, Titel 4, Boek 7 B.W.)

Inleiding verplichtingen van de huurder

Tegenover de verplichtingen van de verhuurder staan uiteraard de verplichtingen van de huurder. De huurovereenkomst is immers een wederkerige overeenkomst. Deze zijn geregeld in Afd. 3, Titel 4 Boek 7 B.W. (art. 7:212 t/m 7:225 B.W.).

Huurtermijnen tijdig betalen

Allereerst moet de huurder natuurlijk de overeengekomen huurvergoeding betalen, en wel tijdig. En op de wijze zoals overeengekomen (art. 7:212 B.W.).

Zorgplicht en overeengekomen gebruik

De huurder moet het gehuurde zorgvuldig beheren (art. 7:213 B.W.). Of zoals dat vroeger in de wet stond: “als een goed huisvader”.

De huurder moet het gehuurde verder gebruiken voor het doel waartoe het gehuurd is (art. 2:214 B.W.). En overeenkomstig de aard van het gehuurde.

Aanbrengen van wijzigingen

Hoofdregel is, dat de huurder geen wijzigingen aan het gehuurde mag aanbrengen (art. 7:215 B.W.). De wet voorziet echter in een regeling om wel veranderingen aan te brengen, maar de verhuurder moet daarmee instemmen.

De huurder kan aangebrachte wijzigingen voor de ontruiming van het gehuurde ongedaan maken, mits het gehuurde in redelijke staat wordt hersteld (art. 7:216 B.W.). Wijzigingen die met toestemming zijn aangebracht, hoeven niet te worden verwijderd.

Klein onderhoud

De huurder moet zelf het klein onderhoud verzorgen (art. 7:217 B.W.).

Schade aan het gehuurde

De huurder moet schade die door hem – of anderen die met zijn toestemming het gehuurde gebruiken – aan de verhuurder vergoeden (art. 7:218 en art. 7:219 B.W.).

Medewerking aan onderhoud; renovatie

De huurder moet ook medewerking verlenen aan noodzakelijk onderhoud aan het gehuurde (art. 7:220 B.W.). De wet kent een nadere regeling voor renovatie, wanneer de huur daarna wordt voortgezet.

Ingebruikgeving aan anderen; onderhuur

In beginsel is de huurder bevoegd het gehuurde aan een ander in gebruik te geven, tenzij anders overeengekomen (art. 7:221 B.W.).

Tijdig melden van gebreken

De huurder moet – als logisch onderdeel van zijn zorgplicht – gebreken tijdig melden aan de verhuurder. Doet hij dat niet en daardoor ontstaat (meer) schade, dan is de huurder voor die schade aansprakelijk (art. 7:222 B.W.).

Aanplakkingen en bezichtiging

De huurder moet aanplakkingen etc. dulden bij einde van de huur, als de verhuurder wil verkopen of opnieuw wil verhuren (art. 7:223 B.W.).

Oplevering bij einde huur

Uiteraard moet de huurder na het einde van de huur het gehuurde weer opleveren aan de verhuurder. Is er een beschrijving gemaakt bij aangaan van de huur, dan moet in dezelfde staat worden opgeleverd (art. 7:224 lid 2 B.W.). Uiteraard met inachtneming van normale slijtage. Wijzigingen die met instemming van de verhuurder zijn aangebracht mogen blijven.

Het risico voor het niet opnemen van de staat van het gehuurde bij aanvang rust op de verhuurder: als die ontbreekt, dan wordt het gehuurde geacht in de staat bij oplevering te zijn verhuurd, behoudens tegenbewijs van de verhuurder.

Schadevergoeding voor in bezit houden na einde huur

Wanneer de huurder na einde van de huur niet ontruimd of opgeleverd heeft, dan is hij een schadevergoeding aan de verhuurder verschuldigd gelijk aan de huursom (art. 7:225 B.W.). Als echter de schade die de verhuurder door het niet afgeven lijdt hoger is, dan kan hij het meerdere ook nog vorderen.

Andere relevante pagina’s

Overeenkomsten algemeen (Titel 5, Boek 6 B.W.)

Benoemde overeenkomsten (Boek 7 B.W.)

Benoemde overeenkomsten (Boek 7A B.W.)

Huurovereenkomst (hoofdpagina) (Titel 4, Boek 7 B.W.)

Algemene bepalingen huur (Afd. 1, Titel 4, Boek 7 B.W.)

Verplichtingen van de verhuurder (Afd. 2, Titel 4, Boek 7 B.W.)

Einde en overgang van de huur (Afd. 4, Titel 4, Boek 7 B.W.)

Huur van woonruimte (Afd. 5, Titel 4, Boek 7 B.W.)

Huur van bedrijfsruimte (Afd. 6, Titel 4, Boek 7 B.W.)

[MdV, 29-05-2018]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.