Causaliteit en art. 6:98 en 6:99 B.W.

Inleiding causaliteit

De rechtsactie uit “onrechtmatige daad” kent als één van de vereisten, dat de schade moet zijn veroorzaakt door het onrechtmatig handelen of nalaten van de veroorzaker (de “laedens”) van de schade. Er moet dus sprake zijn van een causaal verband.

De juridische causaliteit is niet steeds dezelfde als de natuurkundige causaliteit. Er is in zekere mate sprake van “toerekening”: het recht kijkt achteraf naar wat er gebeurd is en probeert aan de hand van de gebeurtenissen “rechtsfeiten” te vinden, waaruit een (juridisch) oorzakelijk verband kan worden afgeleid.

Het is dogmatisch soms verwarrend, doordat hiermee ook het element “schuld” (of verwijtbaarheid) met het criterium van “causaal verband” vermengd kan raken.

Ook kan het oordeel over de hoogte van de aansprakelijkheid in twee fasen aan de orde komen: zowel bij de causaliteitsvraag alsook bij de vaststelling van de hoogte van de schade (de rechter kan die bij voorbeeld matigen).

Verschillende soorten causaliteit

Uitgangspunt van het causaliteitsvereiste is, dat er een “conditio sine qua non” verband bestaat tussen de gebeurtenissen en de schade: zou de schade ook zijn ontstaan als een bepaalde gebeurtenis (een handeling of nalaten van de aansprakelijk gestelde partij) niet had plaatsgevonden? Bovendien moet van elk onderdeel van de geclaimde schade vaststaan, dat die in verband staat met de oorzaak waarop de aansprakelijkheid wordt gestoeld (art. 6:98 B.W.).

Er worden verschillende soorten causaliteit onderscheiden:

Alternatieve causaliteit

Van alternatieve causaliteit is sprake, wanneer er meerdere gebeurtenissen zijn, die de schade ieder voor zich hebben kunnen veroorzaken. Voor die situatie bepaalt art. 6:99 B.W., dat ieder van de veroorzakers aansprakelijk is voor de gehele schade, tenzij hij kan bewijzen dat een deel van de schade al voordien bestond.

Dit deed zich voor in het arrest HR X/AMEV d.d. 31 januari 2003. De verzekeraars zocht regres op de daders van een brandstichting voor de schade aan een gebouw. Dezelfde nacht was in dat gebouw door anderen ook brand gesticht. De Hoge Raad bekrachtigde het oordeel van het Hof, dat de gehele schade voor rekening van de aanstichters van de tweede brand kwam, omdat aannemelijk was dat de schade voornamelijk door hen was veroorzaakt.

Proportionele causaliteit

Wanneer niet met zekerheid kan worden vastgesteld, door welke oorzaken een schade is veroorzaakt, dan kan dit reden zijn om de aansprakelijkheid toe te rekenen op basis van een inschatting van de mate waarin een bepaalde oorzaak aan de schade heeft bijgedragen. Deze redenering is toegepast in het arrest Nefalit/Erven Karamus d.d. 31 maart 2006. In die zaak was de werknemer Karamus overleden aan de gevolgen van jarenlange blootstelling aan asbest. Op de werkgever Nefalit rustte de bijzondere zorgplicht om werknemers niet aan een dergelijk risico bloot te stellen. Omdat Karamus echter ook stevig rookte, werd de oorzaak (en daarmee de schade) verdeeld over deze twee oorzaken van zijn overlijden.

De Hoge Raad overwoog daarbij wel, dat deze regel met terughoudendheid moet worden toegepast.

In het arrest Fortis/Bourgonje d.d. 24-12-2010 overwoog de Hoge Raad dat de regel van Nefalit/Erven Karamus zorgvuldig getoetst moet worden aan de feiten. In die casus ging het om de bijzondere zorgplicht van de bank jegens een client van de bank die verlies leed bij beleggingen. Het verweer van de bank was, dat dit een zeer ervaren belegger was, die bovendien blijkens diens instructies aan de bank zeer eigenzinnig was. Ook wanneer de bank nog eens extra had gewaarschuwd, dan zou deze belegger zich daar vermoedelijk niets van hebben aangetrokken. De Hoge Raad vond dat dit verweer nader onderzocht moest worden, voordat geconcludeerd mocht worden tot proportionele causaliteit en dus verdeling van de schade over de bank en de eigenzinnige belegger.

[MdV, 21-10-2017]

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.