Aansprakelijkheid voor personen en zaken (afd. 2, titel 3 Boek 6 B.W.)

Inleiding aansprakelijkheid voor personen en zaken

Aansprakelijkheid voor personen en zaken betreft zgn. “risico-aansprakelijkheid”. Risico-aansprakelijkheid houdt in, dat iemand aansprakelijk is zonder dat hem zelf blaam treft voor het veroorzaken van schade aan anderen. De aansprakelijke heeft niet zelf iets gedaan (of nagelaten) dat hem kan worden verweten.De risico-aansprakelijkheid staat tegenover de “schuld-aansprakelijkheid”: waarbij de aansprakelijkheid is gebaseerd op de toerekening aan iemands handelen of nalaten (oftewel als de schade iemands schuld is).

Deze vorm van aansprakelijkheid is geregeld in Afd. 2, titel 3 Boek 6 B.W. (art. 6:169 e.v. B.W.).

aansprakelijkheid ouders voor kinderen (art. 6:169 B.W.)

aansprakelijkheid werkgever voor ondergeschikten (art. 6:170 B.W.)

aansprakelijkheid opdrachtgever voor opdrachtnemer (art. 6:171 B.W.)

aansprakelijkheid voor fouten vertegenwoordiger (art. 6:172 B.W.)

aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken (art. 6:173 B.W.)

Aansprakelijkheid voor opstallen

Art. 6:174 lid 1 B.W. bepaalt:

“De bezitter van een opstal die niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor gevaar voor personen of zaken oplevert, is, wanneer dit gevaar zich verwezenlijkt, aansprakelijk, tenzij aansprakelijkheid op grond van de vorige afdeling zou hebben ontbroken indien hij dit gevaar op het tijdstip van het ontstaan ervan zou hebben gekend.”

In lid 2 wordt onder meer de aansprakelijkheid van de wegbeheerder geregeld: bij openbare wegen en waterstaatswerken rust deze op het overheidslichaam dat moet zorgen dat de weg of het waterstaatswerk in goede staat verkeert.

De “eisen die men mag stellen” houden onder meer in, dat als de wegbeheerder de nodige zorg in acht neemt (mede aan te tonen door een onderhoudsplan dat ook is opgevolgd).

Daarnaast wordt bepaald dat de kabelbeheerder aansprakelijk is voor kabels en leidingen (niet zijnde leidingen kabels in een gebouw). Vandaar dat de gemeente voor schade ontstaan door opwippende stoeptegels aansprakelijk is, en Rijkswaterstaat, provincie of gemeente voor gebrekkig onderhoud of gevaarzetting op wegen. Behoudens de tenzij-regel.

Onder opstal in dit artikel worden verstaan gebouwen en werken, die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken (lid 4). Onder openbare weg is mede te verstaan het weglichaam, alsmede de weguitrusting (lid 6).

Aansprakelijkheid voor opstallen o.g.v. de Woningwet

In art. 1a lid 1 Woningwet is voorts bepaald:

“De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit anderen hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.”

Verder bepaalt art. 1a lid 2 Woningwet, dat degeen die een bouwwerk bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, er zorg voor moet dragen, dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt. Dat brengt dus een speciale zorgplicht (en aansprakelijkheidsrisico) mee voor aannemers en anderen die bouwen en slopen etc..

Het criterium voor toepassing van art. 6:174 lid 1 B.W. kwamen reeds voordat deze bepaling werd ingevoerd aan de orde in het arrest van de Hoge Raad van 5 november 1965 (NJ 1966, 136, zgn. Kelderluik-arrest). Dit is als volgt te verwoorden:

Wanneer is iemand verplicht veiligheidsmaatregelen te nemen, als deze een situatie in het leven roept of laat voortbestaan, die voor anderen bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk is? Daarbij moet volgens de Hoge Raad worden gelet op de mate van waarschijnlijkheid waarmee niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid kan worden verwacht. Ook speelt mee hoe groot de kans is, dat daaruit ongevallen ontstaan, en de ernst die de gevolgen daarvan kunnen hebben en tot slot ook in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is. Met dit laatste zullen aspecten als technische mogelijkheden, die situatie en de redelijkerwijs te maken kosten ook meewegen.

De Rb. Noord-Nederland paste deze criteria recent toe op een vordering van de ouders van een peuter, die gehandicapt was geraakt doordat deze in een vijver was gevallen (Rb. Noord-Nederland 9 januari 2019 (ouders peuter/De Huismeesters). De rechtbank kwam tot de conclusie, dat de eigenaar van het perceel met de vijver niet aansprakelijk gehouden kon worden.

aansprakelijkheid voor gevaarlijke stoffen (art. 6:175 B.W.)

aansprakelijkheid voor dieren (art. 6:179 B.W.)

Art. 6:182 t/m 6:184 B.W. bevatten enkele nadere bepalingen die deze vormen van aansprakelijkheid nader regelen. Verder is er de specifieke risico-aansprakelijkheid voor stortplaatsen (art. 6:176 B.W.) en mijnbouw (art. 6:177 B.W.). Daarmee hebben uiteraard alleen exploitanten van dergelijke ondernemingen als mogelijk aansprakelijke partij te maken. De nadere uitwerking van deze specifieke vormen van aansprakelijk volgt in de subpagina’s per onderwerp.

Om zich tegen deze aansprakelijkheidsrisico’s in te dekken, worden vaak verzekeringen afgesloten, zoals de opstalverzekering en de WA-verzekering (wettelijke aansprakelijkheid). In de contractuele relaties tussen opdrachtgevers en opdrachtnemers wordt vaak in de overeenkomst of in algemene voorwaarden getracht de aansprakelijkheid in te perken (zgn. exoneratie-clausules), of worden afspraken opgenomen over de risico-verdeling of dat een van beide partijen zich moet indekken met een verzekering (zoals de CAR-verzekering in de bouw).

Andere relevante pagina’s

Aansprakelijkheid buiten contract (Titel 3, Boek 6 B.W.)

Algemene bepalingen aansprakelijkheid onrechtmatige daad (Afd. 1, Titel 3, Boek 6 B.W.)

Produktenaansprakelijkheid (Afd. 3, Titel 3, Boek 6 B.W.)

Oneerlijke handelspraktijken (Afd. 3A, Titel 3, Boek 6 B.W.)

Schending van mededingingsrecht (Afd. 3B, Titel 3, Boek 6 B.W.)

Misleidende en vergelijkende reclame (Afd. 4, Titel 3, Boek 6 B.W.)

Aansprakelijkheid bij elektronisch rechtsverkeer (Afd. 4A, Titel 3, Boek 6 B.W.)

Tijdelijke regeling verhaalsrechten (Afd. 5, Titel 3, Boek 6 B.W.)

[MdV, 21-09-2017; bijgewerkt 16-01-2019]

 

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.