Eigendom roerende zaken (Titel 2, Boek 5 B.W.)

Inleiding eigendom roerende zaken

In Titel 2, Boek 5 B.W. wordt nader ingegaan op het eigendomsrecht, waarbij de eigendom van roerende zaken verder wordt uitgediept. De Titel omvat 16 artikelen.

Ook hier is de Afdeling Begripsbepalingen uit Boek 3 B.W. weer van belang, met name art. 3:3 B.W. (definitie van “zaken”) en art. 3:5 B.W. (definitie van “onroerend” en “roerend”). Zie de pagina Begripsbepalingen.

Vestiging van eigendom

Eigendom van een roerende zaak kan worden gevestigd door een aan niemand in eigendom toebehorende zaak in bezit te nemen (art. 5:4 B.W.). Men kan zich een zaak toe-eigenen, die nog van niemand is (zoals het vangen van een vis in het wild). Dat is een zgn. “res nullius”. Of men kan zich een zaak toe-eigenen waarvan de eigenaar de eigendom heeft prijsgegeven. Dit noemt men een “res derelicta”. Bij voorbeeld voorwerpen die bij grof vuil gezet zijn.

Andere relevante pagina’s

Begripsbepalingen (Afd. 1, Titel 1, Boek 3 B.W.)

Zakenrecht (Boek 5 B.W.)

Eigendom in het algemeen (Titel 1, Boek 5 B.W.)

Eigendom van onroerende zaken (Titel 3, Boek 5 B.W.)

Bevoegdheden en verplichtingen eigenaars naburige erven (burenrecht) (Titel 4, Boek 5 B.W.)

Mandeligheid (Titel 5, Boek 5 B.W.)

Erfdienstbaarheden (Titel 6, Boek 5 B.W.)

Erfpacht (Titel 7, Boek 5 B.W.)

Opstalrecht (Titel 8, Boek 5 B.W.)

Appartementsrechten (Titel 9, Boek 5 B.W.)

[MdV, 9-08-2018]

 

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.