LawyrupBurgerlijk wetboekBijzondere overeenkomsten (Boek 7A B.W.)Bruikleen (Titel 13, Boek 7A B.W.)Algemene bepalingen bruikleen (Afd. 1, Titel 13, Boek 7A B.W.)

Algemene bepalingen bruikleen (Afd. 1, Titel 13, Boek 7A B.W.)

Inleiding algemene bepalingen bruikleen

In Afd. 1, Titel 13, Boek 7A B.W. zijn enkele algemene bepalingen inzake bruikleen opgenomen. De wet geeft hier de definitie van bruikleen en de kernelementen van bruikleen. De Afdeling omvat drie artikelen; art. 1779 ontbreekt (is vervallen).

Definitie bruikleen

Bruikleen is de overeenkomst waarbij de ene partij een zaak aan een ander om niet in gebruik geeft, onder voorwaarde dat de lener de zaak teruggeeft nadat hij daarvan gebruik heeft gemaakt, of nadat de tijd die hij had om de zaak te gebruiken is verstreken (art. 7A:1777 B.W.).

Geen tegenprestatie

Belangrijk om te zien is dat bij bruikleen geen tegenprestatie voor het uitlenen kan worden verlangd. Zodra er een vergoeding wordt betaald door degene die een zaak leent, is er geen sprake meer van bruikleen maar van huur of pacht. Bruikleen kenmerkt zich dus door het feit dat het om niet (gratis) geschiedt.

De uitlener blijft eigenaar gedurende de tijd dat de zaak is uitgeleend (art. 7A:1778 B.W.). Het eigendom wordt niet overgedragen aan degene die de zaak leent. Goederenrechtelijk is de lener slechts houder van de zaak.

Geen einde bruikleen bij overlijden

De overeenkomst van bruikleen eindigt niet van rechtswege als degene die de zaak uitleent dan wel degene die de zaak leent komt te overlijden (art. 7A:1780 B.W.). De rechten en verplichtingen die uit de bruikleenovereenkomst volgen, gaan over op de erfgenamen.

In de overeenkomst kan door de partijen wél zelf worden afgesproken dat de bruikleenovereenkomst eindigt als een der partijen komt te overlijden.

Art. 7A:1780 lid 2 B.W. maakt hierop een uitzondering. Het is mogelijk dat degene die het goed te leen geeft, de bruikleengever, de overeenkomst met de bruiklener is aangegaan vanwege de persoonlijke band. Als dit het geval is dan kan de bruikleengever het goed terug opeisen en eerst zelf beoordelen of de overeenkomst wordt doorgezet of niet.

De uitlener blijft eigenaar gedurende de tijd dat de zaak is uitgeleend (art. 7A:1778 B.W.). Het eigendom wordt niet overgedragen aan degene die de zaak leent. Goederenrechtelijk is de lener slechts houder van de zaak.

Rechtspraak

Rb. Rotterdam 23 augustus 2017 (Erven/Boymans van Beuningen)– Erven kunnen bruikleen niet bewijzen, ander eigenaar geworden na einde bruikleen;

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 24 februari 2015 (voor de fok uitgeleende Flatcoated Retriever) – eiser in kort geding (bruiklener) kan onvoldoende aantonen dat de bruikleen langer zou duren;

Auteur & Last edit

[SK, 29-10-2018]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.