Pagina inhoud

    Personen- en familierecht (Boek 1 B.W.)

    Inleiding personen- en familierecht

    Boek 1 Burgerlijk Wetboek behandelt het personen- en familierecht. Zoals het recht op je naam, de definitie van woonplaats en de rechten en verplichtingen die familiebanden volgens de wet met zich meebrengen. Boek 1 omvat 462 artikelen (art. 1:1 B.W. tot en met art. 1:462 B.W.), verdeeld over 21 Titels.

    Vermogensrechten en burgerlijke rechten

    Art. 1:1 lid 1 B.W. bepaalt: “Allen die zich in Nederland bevinden, zijn vrij en bevoegd tot het genot van de burgerlijke rechten.”

    Het is de uitdrukking van de individuele persoonlijke vrijheid en burgerlijke rechten van iedereen die zich in Nederland bevindt. Deze bepaling grijpt terug op de grondwet en de internationale verdragen inzake de (burgerlijke) rechten van de mens, het EVRM en het IVBPR. Deze verdragen zijn op hun beurt gebaseerd op de Universele verklaring voor de rechten van de mens. En voor Europa het Europees Handvest.

    De burgerlijke rechten omvatten naast het vermogensrecht – zoals het recht op eigendom – ook persoonsgebonden burgerlijke rechten, zoals het recht op naam, het recht op het aangaan van een huwelijk en het stichten van een gezin en andere persoonlijke rechten. Daarmee is Boek 1 B.W. voor Lawyrup deels een excursie buiten het vermogensrecht en burgerlijk procesrecht. Hoewel ook voor het burgerlijk procesrecht wordt teruggegrepen op in Boek 1 B.W. geregelde kwesties, zoals domicilie van een (rechts)persoon waar een officiële mededelingen zoals een dagvaarding aan gericht moeten worden. En in het faillissementsrecht speelt ook het huwelijksvermogensrecht een rol (vgl. art. 63 Fw.).

    Inhoud van Boek 1 B.W.

    Boek 1 B.W. bevat de volgende Titels:

    1.   Algemene bepalingen personen- en familierecht;
    2.   Het recht op de naam;
    3.   Woonplaats;
    4.   Burgerlijke stand;
    5.   Het huwelijk (art. 1:30 lid 1 B.W. tot en met art. 1:80 B.W.);
    5A. Het geregistreerd partnerschap;
    6.   Rechten en verplichtingen van echtgenoten;
    7.   De wettelijke gemeenschap van goederen (art. 1:93 B.W. tot en met art. 1:113 B.W.);
    8.   Huwelijkse voorwaarden (art. 1:114 B.W. tot en met art. 143 B.W.);
    9.   Ontbinding van het huwelijk (art. 1:149 B.W. tot en met art. 167 B.W.);
    10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed;
    11. Afstamming (art. 1:197 B.W. tot en met art. 1:212 B.W.);
    12. Adoptie;
    13. Minderjarigheid;
    14. Het gezag over minderjarige kinderen (art. 1:245 B.W. tot en met art. 1:377 B.W.);
    15. Omgang en informatie (art. 1:377a B.W. tot en met art. 1:377h B.W);
    16. Curatele over meerderjarigen;
    17. Levensonderhoud;
    18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen;
    19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen;
    20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen.

    Wetsgeschiedenis personen- en familierecht

    Met de Wet tot wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (Stb. 2011, 205) – wetsvoorstel 28 867, dat uiteindelijk wet is geworden op 18 april 2011 (i.w.tr. 1-01-2012, Stb. 2011, 335) – is het huwelijksvermogensrecht op de schop gegaan. Het Nederlandse systeem van de wettelijke huwelijksgoederengemeenschap, die uitging van gezamenlijkheid van bezittingen en schulden gedurende het huwelijk, maar ook het samensmelten van de vermogens van de echtelieden bij het aangaan van het huwelijk, is daarbij gewijzigd in een systeem dat uitgaat van meer zelfstandigheid. Het Nederlandse systeem sluit daarmee ook meer aan bij dat van omringende landen, waar algehele gemeenschap meer de uitzondering is dan de regel.

    Met het Besluit van 20 juni 2011 inzake de inwerkingtreding werd ook het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 aangepast.

    Auteur & Last edit

    [MdV, 1-02-2020; laatste bewerking 1-03-2022]

    Pagina inhoud

      Personen- en familierecht (Boek 1 B.W.)

      Inleiding personen- en familierecht

      Boek 1 Burgerlijk Wetboek behandelt het personen- en familierecht. Zoals het recht op je naam, de definitie van woonplaats en de rechten en verplichtingen die familiebanden volgens de wet met zich meebrengen. Boek 1 omvat 462 artikelen (art. 1:1 B.W. tot en met art. 1:462 B.W.), verdeeld over 21 Titels.

      Vermogensrechten en burgerlijke rechten

      Art. 1:1 lid 1 B.W. bepaalt: “Allen die zich in Nederland bevinden, zijn vrij en bevoegd tot het genot van de burgerlijke rechten.”

      Het is de uitdrukking van de individuele persoonlijke vrijheid en burgerlijke rechten van iedereen die zich in Nederland bevindt. Deze bepaling grijpt terug op de grondwet en de internationale verdragen inzake de (burgerlijke) rechten van de mens, het EVRM en het IVBPR. Deze verdragen zijn op hun beurt gebaseerd op de Universele verklaring voor de rechten van de mens. En voor Europa het Europees Handvest.

      De burgerlijke rechten omvatten naast het vermogensrecht – zoals het recht op eigendom – ook persoonsgebonden burgerlijke rechten, zoals het recht op naam, het recht op het aangaan van een huwelijk en het stichten van een gezin en andere persoonlijke rechten. Daarmee is Boek 1 B.W. voor Lawyrup deels een excursie buiten het vermogensrecht en burgerlijk procesrecht. Hoewel ook voor het burgerlijk procesrecht wordt teruggegrepen op in Boek 1 B.W. geregelde kwesties, zoals domicilie van een (rechts)persoon waar een officiële mededelingen zoals een dagvaarding aan gericht moeten worden. En in het faillissementsrecht speelt ook het huwelijksvermogensrecht een rol (vgl. art. 63 Fw.).

      Inhoud van Boek 1 B.W.

      Boek 1 B.W. bevat de volgende Titels:

      1.   Algemene bepalingen personen- en familierecht;
      2.   Het recht op de naam;
      3.   Woonplaats;
      4.   Burgerlijke stand;
      5.   Het huwelijk (art. 1:30 lid 1 B.W. tot en met art. 1:80 B.W.);
      5A. Het geregistreerd partnerschap;
      6.   Rechten en verplichtingen van echtgenoten;
      7.   De wettelijke gemeenschap van goederen (art. 1:93 B.W. tot en met art. 1:113 B.W.);
      8.   Huwelijkse voorwaarden (art. 1:114 B.W. tot en met art. 143 B.W.);
      9.   Ontbinding van het huwelijk (art. 1:149 B.W. tot en met art. 167 B.W.);
      10. Scheiding van tafel en bed en ontbinding van het huwelijk na scheiding van tafel en bed;
      11. Afstamming (art. 1:197 B.W. tot en met art. 1:212 B.W.);
      12. Adoptie;
      13. Minderjarigheid;
      14. Het gezag over minderjarige kinderen (art. 1:245 B.W. tot en met art. 1:377 B.W.);
      15. Omgang en informatie (art. 1:377a B.W. tot en met art. 1:377h B.W);
      16. Curatele over meerderjarigen;
      17. Levensonderhoud;
      18. Afwezigheid, vermissing en vaststelling van overlijden in bepaalde gevallen;
      19. Onderbewindstelling ter bescherming van meerderjarigen;
      20. Mentorschap ten behoeve van meerderjarigen.

      Wetsgeschiedenis personen- en familierecht

      Met de Wet tot wijziging van de titels 6, 7 en 8 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (Stb. 2011, 205) – wetsvoorstel 28 867, dat uiteindelijk wet is geworden op 18 april 2011 (i.w.tr. 1-01-2012, Stb. 2011, 335) – is het huwelijksvermogensrecht op de schop gegaan. Het Nederlandse systeem van de wettelijke huwelijksgoederengemeenschap, die uitging van gezamenlijkheid van bezittingen en schulden gedurende het huwelijk, maar ook het samensmelten van de vermogens van de echtelieden bij het aangaan van het huwelijk, is daarbij gewijzigd in een systeem dat uitgaat van meer zelfstandigheid. Het Nederlandse systeem sluit daarmee ook meer aan bij dat van omringende landen, waar algehele gemeenschap meer de uitzondering is dan de regel.

      Met het Besluit van 20 juni 2011 inzake de inwerkingtreding werd ook het Besluit Huwelijksgoederenregister 1969 aangepast.

      Auteur & Last edit

      [MdV, 1-02-2020; laatste bewerking 1-03-2022]

      Personen- en familierecht (Boek 1 B.W.)

      Zoeken binnen de kennisbank

      Lawyrup, jouw gratis kennisbank over burgerlijk (proces)recht!