LawyrupBurgerlijk wetboekRechtspersonen (Boek 2 B.W.)Jaarrekening en bestuursverslag (Titel 9, Boek 2 B.W.)Voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening (Afd. 4, Titel 9, Boek 2 B.W.)

Voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening (Afd. 4, Titel 9, Boek 2 B.W.)

Inleiding voorschriften omtrent de winst- en verliesrekening

Afd. 4, Titel 9, Boek 2 B.W. geeft wettelijke regels voor het opstellen en de inhoud van de winst- en verliesrekening (WVR) van een onderneming, en de toelichting daarop. Deze afdeling bevat slechts één artikel: art. 2:377 B.W.). Ook hierover zijn nadere regels te vinden in het Besluit modellen jaarrekening.

Voorschriften inzake de gegevens in de winst- en verliesrekening

Art. 2:377 lid 1 B.W. geeft de verschillende posten op de winst- en verliesrekening. In de winst- en verliesrekening moeten afzonderlijk worden opgenomen:

– de baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening, de belastingen over deze baten en lasten en het resultaat uit gewone bedrijfsuitoefening na de geheven belastingen (art. 2:377 lid 1 sub a B.W.);
– de overige belastingen (art. 2:377 lid 1 sub b B.W.);
– het resultaat na belastingen (art. 2:377 lid 1 sub c B.W.).

De baten en lasten uit de gewone bedrijfsuitoefening worden overeenkomstig art. 2:377 lid 3 B.W. of art. 2:377 lid 4 B.W. gesplitst. Bij het opstellen van de WVR mag worden gekozen voor het ene of het andere systeem. Hiermee kan een – passend bij de behoefte van de onderneming – beter beeld worden gegeven van de verhouding tussen verschillende kostengroepen.

De splitsing van art. 2:377 lid 3 B.W. is een categorische splitsing. De kosten worden gesplitst naar soort. De splitsing van art. 2:377 lid 4 B.W. is een meer functionele kostensplitsing, waarbij wordt gekeken naar de rentelasten in verband met de werkzaamheden waarvoor deze kosten gemaakt worden. Deze deze opdeling volgt uit art. 2:377 lid 2 B.W..

Volgens art. 2:377 lid 3 B.W. worden afzonderlijk opgenomen op de winst- en verliesrekening:

– de netto-omzet (art. 2:377 lid 3 sub a B.W.);
de toe- of afname van de voorraad gereed product en onderhanden werk ten opzichte van de voorafgaande balansdatum (art. 2:377 lid 3 sub b B.W.);
– de geactiveerde productie ten behoeve van het eigen bedrijf (art. 2:377 lid 3 sub c B.W.);
– de overige bedrijfsopbrengsten (art. 2:377 lid 3 sub d B.W.);
– de lonen (art. 2:377 lid 3 sub e B.W.);
– de sociale lasten met afzonderlijke vermelding van de pensioenlasten (art. 2:377 lid 3 sub f B.W.);
– de kosten van grond- en hulpstoffen en de overige externe kosten (art. 2:377 lid 3 sub g B.W.);
– de afschrijvingen en de waardeverminderingen ten laste van de immateriële en de materiële vaste activa, gesplitst naar die groepen activa (art. 2:377 lid 3 sub h B.W.);
– waardeverminderingen van vlottende activa, voor zover zij de bij de rechtspersoon gebruikelijke waardeverminderingen overtreffen (art. 2:377 lid 3 sub 1 B.W.);
– de overige bedrijfskosten (art. 2:377 lid 3 sub j B.W.);
– het resultaat uit deelnemingen (art. 2:377 lid 3 sub k B.W.);
– de opbrengsten van andere effecten en vorderingen, die tot de vaste activa behoren (art. 2:377 lid 3 sub l B.W.);
– de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten (art. 2:377 lid 3 sub m B.W.);
– de wijzigingen in de waarde van de financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren (art. 2:377 lid 3 sub n B.W.);
– de rentelasten en soortgelijke kosten (art. 2:377 lid 3 sub o B.W.).

Art. 2:377 lid 4 bepaalt dat afzonderlijk op de winst- en verliesrekening moet worden opgenomen:

– de netto-omzet (art. 2:377 lid 4 sub a B.W.);
de kostprijs van de omzet, met uitzondering van de daarin opgenomen rentelasten, doch met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen (art. 2:377 lid 4 sub b B.W.);
– het bruto-omzetresultaat als saldo van de posten a en b (art. 2:377 lid 4 sub c B.W.);
– de verkoopkosten, met inbegrip van de afschrijvingen en buitengewone waardeverminderingen (art. 2:377 lid 4 sub d B.W.);
– de algemene beheerskosten, met inbegrip van de afschrijvingen en waardeverminderingen (art. 2:377 lid 4 sub e B.W.);
– de overige bedrijfsopbrengsten (art. 2:377 lid 4 sub f B.W.);
– het resultaat uit deelnemingen (art. 2:377 lid 4 sub g B.W.);
– opbrengsten uit andere effecten en vorderingen die tot de vaste activa behoren (art. 2:377 lid 4 sub h B.W.);
– de overige rentebaten en soortgelijke opbrengsten (art. 2:377 lid 4 sub i B.W.);
– de wijzigingen in de waarde van financiële vaste activa en van de effecten die tot de vlottende activa behoren (art. 2:377 lid 4 sub j B.W.);
– de rentelasten en soortgelijke kosten (art. 2:377 lid 4 sub k B.W.),

Van art. 2:377 lid 3 B.W. worden de posten k) tot en met o) die in verhouding staan tot groepsmaatschappijen afzonderlijk vermeld wat betreft de baten en lasten. Van art. 2:377 lid 4 B.W. worden de posten g) tot en met k) die in verhouding staan tot groepsmaatschappijen afzonderlijk vermeld wat betreft de baten en lasten. Deze twee bepalingen vloeien voort uit art. 2:377 lid 5 B.W..

De netto-omzet wordt opgenomen op de winst- en verliesrekening en bestaat uit de opbrengst uit levering van goederen en diensten uit het bedrijf van de rechtspersoon (art. 2:377 lid 6 B.W.). Van deze netto-omzet dient afgetrokken te worden de kortingen en dergelijke en van over de omzet geheven belastingen.

Indien er baten en lasten aan een ander boekjaar dienen te worden toegerekend, worden deze naar aard en omvang toegelicht bij de winst- en verliesrekening (art. 2:377 lid 7 B.W).

Wanneer op de winst- en verliesrekening bedragen worden vermeld die van uitzonderlijke omvang zijn of in uitzonderlijke mate voorkomen, dan dient dit bedrag en de aard van dit bedrag vermeld te worden volgens art. 2:377 lid 8 B.W..

Auteur & Last edit

[MdV, 15-03-2022; laatste bewerking OP 25-05-2022]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.