Pagina inhoud

    HR 9 februari 2007 (instructie gebruik valbescherming)

    In het arrest HR 9 februari 2007 (instructie gebruik valbescherming) bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof, dat de werkgever aansprakelijk is voor het door een werknemer overkomen blijvend letsel, doordat die geen gebruik had gemaakt van maatregelen ter valbescherming.

    Feiten arrest instructie gebruik valbescherming

    De werknemer was bij werk op een dak erdoorheen gezakt en op een betonnen vloer beland. De werkgever had de werknemers de expliciete instructie moeten geven van de valbeschermende voorzieningen gebruik te maken, ook als de werknemer zelf meende dat dit niet nodig was.

    Werkgever verantwoordelijk voor valbescherming ook als werknemer het niet nodig vindt

    De Hoge Raad overwoog met betrekking tot de beslissing van het Hof (r.o. 3.5.2):

    “Die overwegingen komen erop neer dat werkgeefster verantwoordelijk was voor de beslissing om bij de uit te voeren werkzaamheden geen gebruik te maken van een schaarlift, een vangnet of een veiligheidslijn, en dat, als komt vast te staan dat niet alle golfplaten van binnenuit via de rolsteiger konden worden verwijderd, de noodzaak bestond één of meer rijen platen van buitenaf te verwijderen, in welk geval, naar werkgeefster wist, valbeschermingsmaatregelen dienden te worden getroffen.

    Het hof oordeelde vervolgens dat werkgeefster, ook als zou komen vast te staan dat haar werknemer X, wiens expertise vooral lag op het gebied van de verwijdering van asbest en in mindere mate op het gebied van het slopen, valbeschermingsmaatregelen niet noodzakelijk vond, uitdrukkelijk opdracht had moeten geven die maatregelen wel te treffen. Een en ander geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de voor de werkgever uit art. 7:658 BW voortvloeiende verplichtingen.”

    Werkgever moet expliciet opdracht geven valbescherming te gebruiken

    De enkele aanwezigheid van deze voorzieningen was onvoldoende:

    “Verder heeft het hof kunnen oordelen dat de enkele aanwezigheid van valbeschermingsmiddelen niet kon afdoen aan de verplichting een uitdrukkelijke opdracht tot het gebruik daarvan te geven.”

    Zie ook de pagina Bijzondere verplichtingen van de werkgever.

    [MdV, 3-04-2023]

    Uitspraak

    ECLI:NL:HR:2007:AZ6526

    Hoge Raad

    09-02-2007

    Cicero Law Pack software advocaten juridische activiteiten online

    Pagina inhoud

      HR 9 februari 2007 (instructie gebruik valbescherming)

      In het arrest HR 9 februari 2007 (instructie gebruik valbescherming) bevestigt de Hoge Raad het oordeel van het Hof, dat de werkgever aansprakelijk is voor het door een werknemer overkomen blijvend letsel, doordat die geen gebruik had gemaakt van maatregelen ter valbescherming.

      Feiten arrest instructie gebruik valbescherming

      De werknemer was bij werk op een dak erdoorheen gezakt en op een betonnen vloer beland. De werkgever had de werknemers de expliciete instructie moeten geven van de valbeschermende voorzieningen gebruik te maken, ook als de werknemer zelf meende dat dit niet nodig was.

      Werkgever verantwoordelijk voor valbescherming ook als werknemer het niet nodig vindt

      De Hoge Raad overwoog met betrekking tot de beslissing van het Hof (r.o. 3.5.2):

      “Die overwegingen komen erop neer dat werkgeefster verantwoordelijk was voor de beslissing om bij de uit te voeren werkzaamheden geen gebruik te maken van een schaarlift, een vangnet of een veiligheidslijn, en dat, als komt vast te staan dat niet alle golfplaten van binnenuit via de rolsteiger konden worden verwijderd, de noodzaak bestond één of meer rijen platen van buitenaf te verwijderen, in welk geval, naar werkgeefster wist, valbeschermingsmaatregelen dienden te worden getroffen.

      Het hof oordeelde vervolgens dat werkgeefster, ook als zou komen vast te staan dat haar werknemer X, wiens expertise vooral lag op het gebied van de verwijdering van asbest en in mindere mate op het gebied van het slopen, valbeschermingsmaatregelen niet noodzakelijk vond, uitdrukkelijk opdracht had moeten geven die maatregelen wel te treffen. Een en ander geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting omtrent de voor de werkgever uit art. 7:658 BW voortvloeiende verplichtingen.”

      Werkgever moet expliciet opdracht geven valbescherming te gebruiken

      De enkele aanwezigheid van deze voorzieningen was onvoldoende:

      “Verder heeft het hof kunnen oordelen dat de enkele aanwezigheid van valbeschermingsmiddelen niet kon afdoen aan de verplichting een uitdrukkelijke opdracht tot het gebruik daarvan te geven.”

      Zie ook de pagina Bijzondere verplichtingen van de werkgever.

      [MdV, 3-04-2023]

      Uitspraak

      ECLI:NL:HR:2007:AZ6526

      Cicero Law Pack software advocaten juridische activiteiten online

      Zoeken binnen de kennisbank

      Lawyrup, jouw gratis kennisbank over burgerlijk (proces)recht!