LawyrupBurgerlijk wetboekPersonen en familierecht (Boek 1 B.W.)Gezag over minderjarige kinderen (Titel 14, Boek 1 B.W.)Algemene bepalingen gezag over minderjarige kinderen (Afd. 1, Titel 14, Boek 1 B.W.)

Uitoefening gezag over minderjarige kinderen

Volgens art. 1:245 lid 1 B.W. behoren alle minderjarigen, behoudens uitzonderingen, onder gezag te staan. Als dit niet het geval is, moet in het gezag worden voorzien. Dit kan zijn het ouderlijk gezag of voogdij (art. 1:245 lid 2 B.W.).

Ouderlijk gezag over minderjarige kinderen

Het ouderlijk gezag wordt door de ouders samen of door één van hen uitgeoefend.

Voogdij over minderjarige kinderen

Voogdij wordt uitgeoefend door een ander dan een ouder (art. 1:245 lid 3 B.W.). Dit hoeft geen persoon te zijn, maar kan ook een instelling zijn.

Gezag over minderjarige kinderen van één ouder met een niet-ouder

Indien het gezag krachtens een rechterlijke beslissing door een ouder en een niet-ouder wordt uitgeoefend, wordt dit ook gezien als gelijkwaardig gezamenlijk gezag (art. 1:245 lid 5 B.W.).

Wat omvat het gezag over minderjarige kinderen?

Art. 1:245 lid 4 B.W. noemt drie aspecten waarop het gezag betrekking heeft:

– De persoon van de minderjarige. Hiermee wordt zijn opvoeding en verzorging bedoeld, en alles wat hiermee te maken heeft;

– Het bewind over zijn vermogen. Afdeling 2, paragraaf 3 geeft hierover nadere regels;

– Vertegenwoordiging in burgerlijke handelingen. Zelf is de minderjarige, behoudens uitzonderingen, onbekwaam om in rechte op te treden.

Onbevoegdheid tot gezag over minderjarige kinderen

Een aantal personen zijn krachtens art. 1:246 B.W. uitgesloten van gezag over minderjarige kinderen:

– Minderjarigen ex art. 1:233 B.W.. Hierop kan een uitzondering worden gemaakt voor meisjes van zestien jaar of ouder: zij kunnen zich meerderjarig laten verklaren ex art. 1:253ha B.W.;

– Onder curatele gestelden ex art. 1:378 B.W. Hierbij maakt het niet uit of dit op grond van zijn lichamelijke of geestelijke toestand is gebeurd, of door drank- of drugsmisbruik;

– Geestelijk gestoorden, die niet in staat zijn het gezag uit te oefenen, tenzij dit slechts tijdelijk is.

Wat houdt het gezag over minderjarige kinderen in?

Indien ouders het ouderlijk gezag hebben over een minderjarig kind, dan hebben zij niet alleen het recht om dat kind op te voeden en te verzorgen, maar ook de verplichting daartoe (art. 1:247 lid 1 B.W.). Dat betekent concreet dat zij de zorg en verantwoordelijkheid hebben over diens geestelijke en lichamelijke welzijn en de veiligheid en dat zij de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid bevorderen (art. 1:247 lid 2 B.W.).

Daarnaast dienen zij zich te weerhouden van geestelijk of lichamelijk geweld en andere vernederende behandelingen jegens het kind. Dit geldt ook voor voogden en personen die een minderjarige opvoeden zonder daarover het gezag te hebben (art. 1:248 B.W.).

Verzorging en opvoeding minderjarige kinderen door beide ouders

Het ouderlijk gezag brengt met zich dat de ene ouder de ontwikkeling van de band tussen het kind en de andere ouder bevordert (art. 1:247 lid 3 B.W.). Het kind heeft ook recht op een gelijkwaardige verzorging en opvoeding door beide ouders, ook al is het huwelijk of het geregistreerd partnerschap ontbonden, tenzij door de dood, scheiding van tafel en bed of beëindiging van de samenleving (art. 1:247 lid 4 B.W.).

Wordt een huwelijk of geregistreerd partnerschap ontbonden terwijl beide ouders het gezag hebben, dan kan dit leiden praktische belemmeringen in de opvoeding. Om deze belemmeringen voor zolang noodzakelijk op te lossen kunnen (moeten) afspraken worden gemaakt in een overeenkomst of ouderschapsplan (art. 1:247 lid 5 B.W.).

Ouderschapsplan bij gezamenlijk gezag minderjarige kinderen na scheiding

Als ouders gaan scheiden of het geregistreerd partnerschap ontbinden zijn zij verplicht een ouderschapsplan, overeenkomstig art. 815 lid 2 en 3 Rv op te stellen (art. 1:247a B.W.).

Ook als zij niet getrouwd of geregistreerd partners zijn en de samenleving beëindigen, maar nog wel ex art. 1:252 lid 1 B.W. gezamenlijk het gezag over het kind uitoefenen.

Verplichtingen minderjarige inzake gezag

Blijkens art. 1:249 B.W. heeft de minderjarige inzake het gezag over hem ook verplichtingen: hij moet de bevoegdheden van diens ouders of voogd die zij uitoefenen ter uitoefening van het gezag respecteren.

Ook de belangen van zijn overige gezinsleden moet hij respecteren.

Bijzondere curator minderjarige kinderen

Als de ouders of de voogd van een kind zijn belangen niet kunnen behartigen, kan een bijzondere curator worden benoemd om hem in en buiten rechte te vertegenwoordigen (art. 1:250 lid 1 B.W.). Betreft het de verzorging en opvoeding, dan is de rechtbank tot benoeming bevoegd. Gaat het om het vermogen van de minderjarige, dan is de kantonrechter bevoegd, tenzij de zaak al aanhangig is bij de rechtbank. Wel zal de rechter alleen een bijzondere curator benoemen indien hij dit noodzakelijk acht in het belang van de minderjarige.

Is er sprake van partnerdoding ex art. 1:242a B.W. en verzoekt de Raad voor de Kinderbescherming om een bijzondere curator, dan geschiedt de benoeming door de kinderrechter (art. 1:250 lid 2 B.W.).

Procesrecht gezag over minderjarige kinderen

Het wetboek van Burgerlijke rechtsvordering kent in Titel 6, Boek III Rv. de procesregels voor procedures met betrekking tot familierecht, waaronder procedures met betrekking tot het gezag over kinderen, zowel in een (echt)scheidingsprocedure als daarbuiten. Zie de pagina Procedures personen- en familierecht.

Auteur & Last edit

[AvB, 22-09-2021]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.