Ontslag uit de voogdij (Par. 5, Afd. 6, Titel 14, Boek 1 B.W.)

Inleiding ontslag uit voogdij

In Par. 5, Afd. 6, Titel 14 van Boek 1 B.W. geeft de wet een regeling voor het ontslag uit voogdij over minderjarigen. De paragraaf omvat slechts 2 artikelen (art. 1:322 B.W. en art. 1:323 B.W.). Art. 1:320 B.W. en art. 1:321 B.W. zijn vervallen per 1 januari 1985.

Gronden voor ontslag uit de voogdij

Tijdens de voogdij kan er altijd iets gebeuren waardoor de voogd niet langer de voogdij kan of wil uitoefenen. Er zijn daarom drie omstandigheden geformuleerd in welke een voogd bij de rechter kan vragen hem als voogd te ontslaan (art. 1:322 lid 1 B.W.):

– als de voogd aantoont dat hij ten gevolge van een geestelijk of lichamelijk gebrek niet meer in staat is de voogdij waar te nemen indien dit gebrek na de aanvang van de voogdij is ontstaan of zich daarvoor al voordeed maar pas na het beginnen van de voogdij heeft geleid tot onbekwaamheid om de voogdij uit te oefenen (art. 1:322 lid 1 sub a B.W.).

– als de voogd de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt (art. 1:322 lid 1 sub b B.W.). De pensioengerechtigde leeftijd stijgt ieder jaar en zal daarom van jaar tot jaar verschillen (art. 7a lid 1 AOW). De voogd kan ook dan nog een beroep doen op deze bepaling als hij bij de aanvang van de voogdij al de pensioengerechtigde leeftijd had bereikt.

– als een daartoe bevoegd persoon zich schriftelijk bereid heeft verklaard de voogdij over te nemen en de rechtbank vindt dat deze overneming in het belang van het kind is (art. 1:322 lid 1 sub c B.W.).

Daarbij is het wenselijk de omstandigheden ruim uit te leggen, voor het kind is het namelijk belangrijk om een voogd te hebben die de voogdij kan en wil uitoefenen.

Ontslag bij gezamenlijke voogdij

Indien twee voogden gezamenlijk de voogdij uitoefenen zijn bovenstaande omstandigheden alleen van toepassing als beide voogden als voogd ontslagen willen worden (art. 1:322 lid 2 B.W.). Het is daarvoor niet nodig dat ze allebei aan een omstandigheid voldoen.

Bevoegde rechter ontslag uit de voogdij

Welke rechter relatief competent is om kennis te nemen van het verzoek tot onbevoegdverklaring van een voogd is afhankelijk van de woonplaats van het kind in Nederland of de plaats waar het kind feitelijk verblijft (art. 265 Rv). Zie de pagina Relatieve bevoegdheid verzoekschriftprocedures.

Op het moment dat de voogd de voogdij uitoefent, neemt het kind de woonplaats van de voogd aan (art. 1:12 lid 1 B.W.). Zie ook de pagina Woonplaats.

Beëindiging gezamenlijke voogdij

Als twee voogden samen de voogdij uitoefenen en zij de gezamenlijke voogdij willen beëindigen, kan hiertoe een verzoek bij de rechter worden ingediend (art. 1:323 B.W.). Dit verzoek kan door beide voogden gezamenlijk ingediend worden, maar ook door een van hen. Het is dan aan de rechter om te bepalen wie van hen het gezag over het kind krijgt.

Auteur & Last edit

[MdV, 1-04-2022; laatste bewerking KvdV 12-05-2022]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.