LawyrupBurgerlijk wetboekVerkeersmiddelen en vervoer (Boek 8 B.W.)Zeerecht (Hoofdstuk II, Boek 8 B.W.)Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen (Titel 7, Hoofdstuk II, Boek 8 B.W.)

Beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen (Titel 7, Hoofdstuk II, Boek 8 B.W.)

Inleiding beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen

Titel 7, Hoofdstuk II, Boek 8 B.W. geeft een regeling voor de beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen. De Titel is niet heel omvangrijk en omvat 10 bepalingen (art. 8:750 B.W. tot en met art. 8:759 B.W.). Wat niet wegneemt dat de regeling ingewikkeld is, mede door de vele verwijzingen naar andere bepalingen en de inbedding in internationaal recht.

Het principe van schadebeperking in het zeerecht

Het principe van de beperking van aansprakelijkheid in het zeerecht heeft een lange geschiedenis en is ontstaan na de val van het Romeinse Rijk. De regeling is ingebed in internationale verdragen, waaronder het Londens Limitatieverdrag van 1976.

In 1996 is hier een aanvullend protocol op gekomen. Ook is er een verdrag tot stand gekomen met betrekking tot milieurampen met olie als gevolg van scheepsongelukken met olietankers (het HNS Verdrag).

De ratio voor de beperking van aansprakelijkheid voor schades, die kunnen ontstaan bij ongelukken met schepen, is dat deze schades zeer omvangrijk kunnen zijn en de risico’s lastig te beheersen. De gedachte was dat de partijen die belangen hebben in vervoer per zeeschip geen risico zouden moeten lopen tot een groter bedrag dan hun financiële belang. Een principe dat we bij de aandeelhouder in de naamloze en de besloten vennootschap ‘met beperkte aansprakelijkheid’ nog steeds terugzien. Deze rechtspersonen zijn dan ook ontsproten aan het gedachtengoed van de handelsmissies van de VOC.

In de huidige tijd is er wel kritiek op het principe van de aansprakelijkheidsbeperking in het zeerecht. De risico’s zijn veel beter te beheersen dan in vroeger tijden. Niettemin maakt dit nog steeds deel uit van het zeerecht.

Internationaal karakter

Uit de aard der zaak hebben aansprakelijkheidsvraagstukken in het zeerecht al gauw een internationaal karakter: een zeeschip begeeft zich immers in beginsel buiten de landsgrenzen, en komt daar – ook bij een ongeluk – in aanraking met schepen uit alle windstreken, vaart langs vreemde kusten en begeeft zich in buitenlandse havens, waar van alles mis kan gaan.

Vandaar ook dat veel landen belang hebben bij internationale verdragen inzake de beperking van aansprakelijkheid in het zeerecht. Er zijn verschillende (ook inmiddels niet meer van kracht zijnde) verdragen te noemen:

– het Brussels Beperkingsverdrag van 1924;
– het Brussels Beperkingsverdrag van 1957;
– het Londens Limitatieverdrag van 1976;
– het Protocol van 1996 bij het Londens Limitatieverdrag;
– het HNS verdrag inzake aansprakelijkheid voor schade door ongelukken met olietankers.

Zie voor meer achtergronden over een aantal van deze verdragen in een publicatie op de website van de RUG.

Opzegging Londens Limitatieverdrag

Bij de toetreding tot het Protocol bij het Londens Limitatieverdrag is besloten om het verdrag uit 1976 op te zeggen. De reden hiervoor wordt toegelicht in het wetsvoorstel tot goedkeuring van het Protocol (zie MvT bij wetsvoorstel 31872). Die reden is een juridisch-strategische.

In het Protocol zijn hogere limieten bepaald dan in het verdrag uit 1976. Op grond van het Weense Verdragen-verdrag geldt, dat indien de relatie tussen twee samenlopende verdragen niet in de verdragen zelf is vastgelegd, de verhouding tussen beide wordt bepaald aan de hand van de regels neergelegd in artikel 30, derde en vierde lid, van het op 23 mei 1969 te Wenen tot stand gekomen Verdrag inzake het verdragenrecht (Trb. 1972, 51). Tussen staten die bij beide verdragen partij zijn, gaat het jongste verdrag voor.

Wanneer er zich een schadegeval zou voordoen tussen partijen, waarvan het land van de wederpartij niet is aangesloten bij het Protocol, maar wel bij het verdrag van 1976, dan zou daardoor de lagere limiet van het verdrag uit 1976 gelden. Om dat te voorkomen heeft Nederland (het enige landsdeel waarvoor het Londense Verdrag van 1976 gold) het verdrag van 1976 opgezegd. Zie de toelichting op art. 4 van het wetsvoorstel tot goedkeuring van het verdrag (onderdeel C van de MvT).

Invoeging van Titel 7 in Boek 8 B.W.

Per 1 januari 1997 is Titel 7 van Boek 8 B.W. gewijzigd. De regeling van de beperking van aansprakelijkheid voor het zeerecht en voor het binnenvaartrecht waren bij de invoering van Boek 8 B.W. nog onderdeel van het Wetboek van Koophandel (Titel 11A e, Titel 13, Afd. 10A WvK oud). Deze zijn in Boek 8 B.W. ingevoegd (in Titel 7 en Titel 12) met de wet van 31 oktober 1996 (Stb. 1996, 548).

Zie voor informatie over deze wetswijziging de Parlementaire geschiedenis met betrekking tot wetsvoorstel 24061. Hierbij zijn de wet inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen (Wet van 14 juni 1989, Stb. 241) en de wet regeling beperking van aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen (Wet van 14 juni 1989, Stb. 239) ingevoegd in Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Zie de pagina Beperking van de aansprakelijkheid van eigenaren van binnenschepen.

Bij deze titel is niet een geheel nieuwe memorie van toelichting ontworpen. De wet van 14 juni 1989, Stb. 241 is namelijk, behoudens enkele in de MvT bij Titel 7, Boek 8 B.W. afzonderlijk toe te lichten wijzigingen, ongewijzigd overgenomen, zodat volstaan kan worden met verwijzing naar de bij deze wet behorende Kamerstukken II, 1986/87, 19 768, nr. 3.

Besluit tot vaststelling van de limieten van maritieme aansprakelijkheid

Tegelijkertijd is op 29 november 1996 een (nieuw) besluit genomen ter uitvoering van art. 8:755 B.W. waarin de limieten voor schadebeperkingsfondsen voor maritieme aansprakelijkheid zijn vastgesteld (Stb. 1996, 586).

In dit besluit wordt één enkele limiet vastgesteld, namelijk:

“Het bedrag waartoe de aansprakelijkheid uit hoofde van titel 7 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek voor de in het eerste lid van artikel 755, aanhef en onder b, bedoelde vorderingen kan worden beperkt, bedraagt voor schepen, die blijkens hun constructie uitsluitend of in hoofdzaak zijn bestemd tot het vervoer van personen en waarvan de tonnage niet groter is dan 300, 100.000 rekeneenheden.”

Het besluit is blijkens de wijzigingsgeschiedenis bij Besluit ter uitvoering art. 8:755 lid 2 B.W. nadien niet meer gewijzigd.

Auteur & Last edit

[MdV, 14-01-2022]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.