Voogdij in het algemeen (Par. 1, Afd. 6, Titel 14, Boek 1 B.W.)

Inleiding voogdij in het algemeen

In Par. 1, Afd. 6, Titel 14 van Boek 1 B.W. geeft de wet allereerst enkele algemene regels voor de voogdij over minderjarigen. De paragraaf omvat 6 artikelen (art. 1:280 B.W. tot en met art. 1:283 B.W.). Art. 1:279 B.W. en art. 1:284 B.W. tot en met art. 291a B.W. zijn vervallen.

Begin voogdij

De wet geeft twee mogelijkheden voor het beginnen van voogdij, benoeming door de ouders, of benoeming door een rechter. Niemand is verplicht voogdij te accepteren. Op het moment dat een individu ervoor kiest de voogdij niet te accepteren, is het aan de rechter om een voogd te benoemen.

Benoeming voogd door de ouders

Als de ouders een voogd voor hun kinderen benoemen zal de voogdij beginnen na het overlijden van de ouder en nadat de voogd zich bereid heeft verklaard de voogdij te aanvaarden (art. 1:280 sub a B.W.).  Deze verklaring moet in persoon of bij bijzondere gevolmachtigde worden afgelegd bij de griffie van de rechtbank die de relatieve bevoegd is in zaken betreffende minderjarigen volgens Afd. 2, Titel 3, Boek 1 Rv. (art. 1:280 sub a B.W.). Zie de pagina Relatieve bevoegdheid verzoekschriftprocedures.

Wie de relatief competente rechter is, is afhankelijk van de woonplaats van het kind in Nederland of de plaats waar het kind feitelijk verblijft (art. 265 Rv). Op het moment dat de voogd de voogdij uitoefent, neemt het kind de woonplaats van de voogd aan (art. 1:12 lid 1 B.W.).

Termijn aanvaarding voogdij

Aan deze verklaring van de voogd zit een termijn van 14 dagen verbonden waarbinnen de verklaring moet zijn afgelegd (art. 1:280 sub a B.W.).  Uitzondering op deze termijn geldt voor personen die zich buiten Nederland bevinden, dan moet de verklaring binnen twee maanden na betekening van de benoeming zijn afgelegd (art. 1:280 sub a B.W.). De opdracht voor deze betekening kan iedere belanghebbende of de raad voor de kinderbescherming geven (art. 1:280 sub a B.W.). Indien het individu uitgekozen als voogd niet binnen de termijn de voogdij heeft aanvaard, dan is het aan de rechter om een voogd te benoemen, dit zal de rechter mogelijk ambtshalve doen (art. 1:299 B.W.). Zie de pagina Voogdij door de rechter opgedragen.

Bij uiterste wilsbeschikking kan niet een rechtspersoon als voogd worden aangewezen

Het is niet mogelijk om bij uiterste wilsbeschikking een rechtspersoon als voogd aan te wijzen (art. 1:292 lid 2 B.W.). Zie de pagina Voogdij door één der ouders opgedragen.

Gezag minderjarige kinderen bij overlijden één ouder

Op het moment dat twee ouders samen het gezag over kinderen hadden, krijgt de nog levende ouder na het overlijden van de andere ouder het gezag over de kinderen (art. 1:253f B.W.). Had slechts één van de ouders het gezag over de kinderen, dan kan de andere ouder na het overlijden van de ouder met het gezag aan de rechter vragen om het gezag over de kinderen (art. 1:253h B.W.). Zie de pagina Ouderlijk gezag over minderjarige kinderen (gezag na overlijden ouder).

Benoeming voogd door de rechter

Als een voogd door de rechter benoemd wordt, dient de voogd zich eerst bereid te verklaren om de voogdij te aanvaarden (art. 1:280 sub b B.W.). De verklaring om de voogdij te aanvaarden kan een voogd schriftelijk of mondeling ten overstaan van een rechter doen. Daarna zal de voogdij beginnen op de dag waarop de beslissing die de benoeming inhoudt, in kracht van gewijsde is gegaan (art. 1:280 sub b B.W.).  Of als de beslissing uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zal de voogdij beginnen op de dag nadat de beslissing die de benoeming inhoudt is genomen, is verstrekt of is verzonden, de beschikking hoeft de voogd nog niet bereikt te hebben (art. 1:280 sub b B.W.).

Beëindiging van de voogdij

Het eindigen van de voogdij door een beslissing van de rechter kan in drie gevallen gebeuren, indien:

– De voogd is ontslagen of de voogdij is beëindigd (art. 1:281 lid 1 sub a B.W.);

– Het gezag over de onder voogdij staande minderjarige aan één of beide ouders is overgedragen (art. 1:281 lid 1 sub b B.W.);

– De voogdij aan een andere voogd is overgedragen (art. 1:299a B.W.) (art. 1:281 lid 1 sub c B.W.).

Het gaat hierbij niet om eindigen van de voogdij doordat bijvoorbeeld het kind meerderjarig is geworden.

Als de beschikking uitvoerbaar bij voorraad is dan zal de voogdij eindigen op de dag nadat de griffier de beschikking aan de voogd heeft verstrekt of verzonden (art. 1:281 lid 2 B.W.).

Gezamenlijke voogdij

Van gezamenlijke voogdij wordt gesproken indien twee individuen die niet de ouders van het kind zijn samen de voogdij uitoefenen. Een voogd kan samen met een ander die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind aan de rechter vragen om gezamenlijke voogdij (art. 1:182 lid 1 B.W.). De gezamenlijke voogdij kan ook worden uitgeoefend door twee individuen van hetzelfde geslacht of door individuen met verschillende woonplaatsen. De voogden die gezamenlijk de voogdij uitoefenen, hebben de plicht en het recht om het kind te verzorgen en op te voeden (art. 1:282 lid 6 B.W.).

Het is mogelijk om het verzoek af te wijzen, dit zal de rechter doen in het geval er gegronde vrees bestaat dat bij het inwilligen van het verzoek de belangen van het kind worden verwaarloosd (art. 1:282 lid 3 B.W.).

Tijdelijke voogd

Soms is het nodig om eerst een tijdelijke voogd te benoemen. Het is dan niet mogelijk om te vragen om gezamenlijke uitoefening van de tijdelijke voogdij (art. 1:282 lid 4 B.W.).

Geschil tussen voogden

Mocht er tussen de voogden een conflict ontstaan dan kan de rechter hiernaar kijken (art. 1:282 lid 5 B.W.), artikel 1:253a B.W. wordt in dit geval analoog toegepast.

Wijziging geslachtsnaam kind in geslachtsnaam voogd

Het is mogelijk om bij een verzoek tot gezamenlijke voogdij ook een verzoek tot wijziging van de geslachtsnaam van het kind te doen. De geslachtsnaam wordt dan veranderd in de geslachtsnaam van één van de voogden.

De rechter zal dit verzoek afwijzen indien (art. 1:282 lid 7 B.W.):

– Het kind twaalf jaar of ouder is en tijdens zijn verhoor niet instemt met het verzoek;

– Het verzoek tot gezamenlijke voogdij wordt afgewezen;

– Het belang van het kind zich tegen toewijzing verzet

Einde gezamenlijke voogdij

Er zijn drie gronden waarop de gezamenlijke voogdij kan eindigen (art. 1:282a B.W.):

– Door een beschikking waarbij de gezamenlijke uitoefening van de voogdij is beëindigd. Dit verzoek kunnen de voogden samen doen maar het kan ook door één van het gedaan worden.

– Indien de rechter de voogdij beëindigd (art. 1:281 B.W.).

– Na het overlijden van één van de voogden.

Overlijden voogd

Bij het overlijden van een voogd die samen met een ander de voogdij uitoefende, oefent de andere voogd na het overlijden alleen de voogdij over de kinderen uit (art. 1:282b B.W.).

Kosteloze behandeling verzoek voogdij

Zowel de gecertificeerde instelling bedoeld in artikel 1.1. Jeugdwet, als de rechtspersoon bedoeld in artikel 1:302 lid 2 B.W. kan een verzoek gericht tot de rechter in verband met de uitoefening van de voogdij zonder tussenkomst van een advocaat indienen en dit verzoek wordt vervolgens kosteloos behandeld (art. 1:283 B.W.). Zie ook de pagina Voogdij van rechtspersonen.

Mochten voor dit doel grossen, afschriften of uittreksels aangevraagd worden, dan krijgen zij deze door de griffiers kosteloos uitgereikt (art. 1:283 B.W.).

Auteur & Last edit

[MdV, 1-04-2022; laatste bewerking KvdV 28-04-2022]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.