Verhuisovereenkomst (Afd. 4, Titel 13, Hoofdstuk IV, Boek 8 B.W.)

Inleiding verhuisovereenkomst

Afd. 4, Titel 13, Hoofdstuk IV, Boek 8 B.W. regelt de verhuisovereenkomst met betrekking tot verhuizingen over de weg. Deze afdeling omvat 32 bepalingen (art. 8:1170 B.W. tot en met art. 8:1201 B.W.).

Definitie verhuisovereenkomst

De verhuisovereenkomst is de overeenkomst van goederenvervoer, waarbij de vervoerder (de verhuizer) zich tegenover de afzender (de opdrachtgever) verbindt verhuisgoederen te vervoeren, hetzij uitsluitend in een gebouw of woning, hetzij ten dele in een gebouw of woning en ten dele over de weg, hetzij uitsluitend over de weg (art. 8:1170 lid 1 B.W.).

Vervoer over spoorwegen wordt niet als vervoer over de weg beschouwd.

Definitie verhuisgoederen

Verhuisgoederen in de zin van deze titel zijn zaken die zich in een overdekte ruimte bevinden en die tot de stoffering, meubilering of inrichting van die ruimte bestemd zijn en als zodanig reeds zijn gebruikt met uitzondering van die zaken die volgens verkeersopvatting niet tot de gebruikelijke inhoud van die ruimte behoren (art. 8:1170 lid 2 B.W.).

Toepassing regels inzake overeenkomst van goederenvervoer over de weg

Indien partijen overeenkomen, dat het geheel van het vervoer over de weg zal worden beheerst door het geheel van de rechtsregelen, die het zouden beheersen, wanneer het andere zaken dan verhuisgoederen zou betreffen, wordt deze overeenkomst niet als verhuisovereenkomst aangemerkt (art. 8:1170 lid 3 B.W.). Hiermee biedt de wet dus een opt-out van de specifieke regeling van de verhuisovereenkomst.

Aansprakelijkheid van de verhuizer als de verhuiswagen aan boord van een ander vervoermiddel is

Voor de aansprakelijkheidsregeling van art. 8:1175 B.W. omvat de verhuisovereenkomst ook het tijdvak dat het voertuig aan boord waarvan de verhuisgoederen zich bevinden, zich aan boord van een ander vervoermiddel en niet op de weg bevindt, doch dit slechts ten aanzien van verhuisgoederen, die daarbij niet uit dat voertuig werden uitgeladen (art. 8:1171 B.W.).

Verhuizer moet meubels enz. demonteren en weer in elkaar zetten

De verhuizer is verplicht verhuisgoederen, die gelet op hun aard of de wijze van vervoer, ingepakt behoren te worden of uit elkaar genomen behoren te worden, in te pakken dan wel uit elkaar te nemen en ter bestemming uit te pakken, dan wel in elkaar te zetten (art. 8:1172 B.W.).

Kernverplichting verhuizer: aflevering verhuisgoederen in dezelfde staat

De verhuizer is verplicht de verhuisgoederen ter bestemming af te leveren en wel in de staat, waarin zij hem ten vervoer ter beschikking zijn gesteld. Met inachtneming van art. 8:1172 B.W. (dus als ze gemonteerd zijn aangeleverd moet hij ze ook weer gemonteerd afleveren) (art. 8:1173 lid 1 B.W.). Deze verplichting is een resultaatsverbintenis van de verhuizer.

De verhuizer kan daarnaast ook aansprakelijk zijn voor schade aan de woningen, waar de goederen uit resp. naar zijn verhuisd. Zoals schade aan deuren en deurkozijnen, trappen en trapportalen. Stelplicht en bewijslast van schade of verlies rusten op de opdrachtgever. Het maken van foto’s (en evt. een inventarislijst) kan nuttig zijn. Ook zal de opdrachtgever de hoogte van de schade moeten onderbouwen. De verhuizer zal eventuele afwijkende afspraken, die hem ontslaan van aansprakelijkheid, moeten bewijzen (en stellen).

Jurisprudentie kernverplichtingen verhuizer

In Ktr. Limburg 20 april 2022 wordt de vordering van de opdrachtgeefster wegens schade aan de vloer van de vliering afgewezen. De verhuizer had op aanwijzing van de opdrachtgeefster dozen op die vliering geplaatst, terwijl de vloer daarvan daar kennelijk niet geschikt voor was. De Kantonrechter wijst de vordering af wegens eigen schuld (art. 6:101 B.W.).

Ktr. Rotterdam 2 februari 2022 geeft een mooie bespreking van het wettelijk kader van de hoofdverplichtingen van de verhuizer, de stelplicht en bewijslast die op de opdrachtgever rusten en de mogelijke verweren van de verhuizer (die in casu geen doel treffen). De primaire verantwoordelijkheid voor een deugdelijke verhuizing – en verpakking en gebruikmaking van een verhuislift waar nodig – rust op de verhuizer. De opdrachtgever moet aantonen dat zaken niet zijn afgeleverd zoals ze in ontvangst zijn genomen. De verhuizer moet afwijkende afspraken aantonen.

Hof Den Bosch 25 augustus 2020 (vermiste jassen) draait om een rek met (waardevolle) jassen, waarvan de opdrachtgever pas een tijdje na de verhuizing claimt dat deze door de verhuizer achterover gedrukt zijn. Het Hof overweegt, dat de bewijslast hiervan op de opdrachtgever rust. Van de verhuizer kan niet worden verwacht steeds een inventarislijst op te maken van de verhuisgoederen, en voor omkering van de bewijslast is ook geen aanleiding. De verhuizer moet wel een promotievideo van de verhuizing in het geding brengen. Hoe het verder is afgelopen is niet duidelijk.

Voor een voorbeeld van een schade ontstaan bij een verhuizing zie Ktr. Amsterdam 19 juli 2019, waarbij een (nog ingepakt) keramieken aanrechtblad horizontaal werd vervoerd, waardoor het brak. Verhuizer aansprakelijk, geen exoneratie afgesproken ex art. 8:1179 lid 2 B.W. (r.o. 6).

In Ktr. Rotterdam 16 maart 2018 claimde de opdrachtgever vergoeding voor schade aan de verhuisde goederen. Zij documenteerde deze goed met foto’s. Zij stelde dat de verhuizer de goederen had moeten inpakken. Volgens de Kantonrechter is het aan de verhuizer om te beoordelen of verpakking voor veilig vervoer nodig was. De stelling dat opdrachtgeefster zou inpakken is onvoldoende. De Kantonrechter overweegt, dat het ongeschonden op het nieuwe adres plaatsen van de verhuisgoederen is te beschouwen als een resultaatsverbintenis.

Uit Ktr. Zwolle 24 juli 2003 blijkt, dat als je als opdrachtgever de verhuizer aansprakelijk wilt stellen, je het gestelde wel deugdelijk moet bewijzen. Wanneer je dit doet als verweer tegen de vordering tot betaling van de verhuissom, dan moet je bovendien of (partieel) ontbinden of een beroep op opschorting of verrekening doen. En als niet alles is verhuisd moet je eerst in gebreke stellen en nakoming eisen. Kortom dit was meer een gevalletje basaal verbintenissenrecht en procesrecht.

Wat houdt afleveren van de verhuisgoederen in?

Afleveren houdt in het plaatsen van de verhuisgoederen ter bestemming op de daartoe mogelijkerwijs aangeduide plek en ook weer – als ze zijn verpakt en gedemonteerd – uitgepakt en in elkaar gezet (art. 8:1173 lid 2 B.W.).

Kernverplichting verhuizer: volbrengen van de verhuizing zonder vertraging

Conform de algemene regels van het vervoersrecht moet de verhuizer ook de verhuizing zonder vertraging of onderbreking voltooien (art. 8:1174 B.W.).

Verhuizer niet aansprakelijk voor overmacht

Bij niet nakomen van de verplichtingen op grond van art. 8:1173 B.W. (aflevering in dezelfde staat op de aangewezen plek) en art. 8:1174 B.W. (zonder vertraging) is de verhuizer desalniettemin voor de daardoor ontstane schade niet aansprakelijk, voor zover dit niet nakomen is veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig verhuizer niet heeft kunnen vermijden en voor zover een zorgvuldige verhuizer de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen (art. 8:1175 lid 1 B.W.). Deze aansprakelijkheidsbeperking van de verhuizer geldt ook voor aansprakelijkheid van de verhuizer op andere gronden dan art. 8:1173 B.W. en art. 8:1174 B.W. (art. 8:1175 lid 3 B.W.).

Verhuizer kan zich niet beroepen op de volgende omstandigheden (art. 8:1175 lid 2 B.W.):

a. de gebrekkigheid van de verhuiswagen;

b. de gebrekkigheid van het materiaal, waarvan hij zich bedient, tenzij dit door de opdrachtgever te zijner beschikking is gesteld;

c. de gebrekkigheid van steunpunten benut voor de bevestiging van hijswerktuigen;

d. enig ongeval met betrekking tot de verhuisgoederen door toedoen van derden, wier handelingen niet voor rekening van de opdrachtgever komen.

Onder materiaal (sub b) wordt niet verstaan een ander voertuig waar de verhuiswagen op of in wordt vervoerd.

Geen aansprakelijkheid verhuizer voor bijzondere risico’s

Naast de exoneratie van de verhuizer op grond van art. 8:1175 B.W. is de verhuizer krachtens art. 8:1176 B.W. voor zijn kernverplichtingen van ongeschonden en tijdig afleveren (art. 8:1173 B.W. en art. 8:1174 B.W.) ook niet aansprakelijk in de volgende gevallen:

a. voor het inpakken of uit elkaar nemen, dan wel het uitpakken of in elkaar zetten van verhuisgoederen door de opdrachtgever of met behulp van enige persoon of enig middel door de opdrachtgever daartoe eigener beweging ter beschikking gesteld;

b. voor de keuze door de opdrachtgever – hoewel de verhuizer hem een andere mogelijkheid aan de hand deed – van een wijze van verpakking of uitvoering van de verhuisovereenkomst, die verschilt van wat voor de overeengekomen verhuizing gebruikelijk is;

c. voor de aanwezigheid onder de verhuisgoederen van zaken waarvoor de verhuizer, indien hij op de hoogte was geweest van hun aanwezigheid en hun aard, bijzondere maatregelen zou hebben getroffen;

d. voor de aard of de staat van de verhuisgoederen zelf, die door met deze aard of staat zelf samenhangende oorzaken zijn blootgesteld aan geheel of gedeeltelijk verlies of aan beschadiging.

Geen aansprakelijkheid verhuizer als hij bewijst dat oorzaak bij opdrachtgever lag

Als de verhuizer bewijst, dat een schade voortvloeide uit een omstandigheid als bedoeld in art. 8:1176 B.W., dan is hij niet aansprakelijk voor de niet-nakoming van zijn kernverplichtingen (art. 8:1177 B.W.).

Rechtsvermoeden geen aansprakelijkheid verhuizer bij levende dieren en waardevolle zaken

Wanneer de verhuizer zijn kernverplichtingen niet nakwam, en er sprake is van vervoer van levende dieren of waardevolle zaken, dan wordt vermoed dat de aansprakelijkheid niet bij hem ligt (art. 8:1178 lid 1 B.W.). Onder waardevolle zaken wordt verstaan geld, geldswaardige papieren, juwelen, uit edelmetaal vervaardigde of andere kostbare kleinodiën.

Wanneer de opdrachtgever de verhuizer de waardevolle zaken afzonderlijk en onder opgave van hoeveelheid en waarde vóór het begin der verhuizing overhandigde kan de verhuizer zich niet op dit wettelijk vermoeden beroepen (art. 8:1178 lid 2 B.W.).

Andere dan de wettelijke exoneratie verhuizer voor kernverplichting is nietig

Nietig is ieder beding, waarbij de ingevolge art. 8:1173 B.W. (aflevering in dezelfde staat op de aangewezen plek) op de verhuizer drukkende aansprakelijkheid of bewijslast op andere wijze wordt verminderd dan in deze afdeling is voorzien (art. 8:1179 lid 1 B.W.).

Uitzondering nietigheid exoneratie: bijzondere verhuisgoederen

Wanneer het verhuisgoederen betreft, die door hun karakter of gesteldheid een bijzondere overeenkomst rechtvaardigen, staat het partijen in afwijking van het eerste lid vrij de op de verhuizer drukkende aansprakelijkheid of bewijslast te verminderen, doch slechts wanneer dit beding uitdrukkelijk en anders dan door een verwijzing naar in een ander geschrift voorkomende bedingen is aangegaan bij een in het bijzonder ten aanzien van de voorgenomen verhuizing aangegane en in een afzonderlijk geschrift neergelegde overeenkomst (art. 8:1179 lid 2 B.W.).

Schadevergoeding bij aansprakelijkheid verhuizer: keuze tussen herstel of vergoeding van de waardevermindering

Voor zover de verhuizer aansprakelijk is wegens niet nakomen van de op hem uit hoofde van zijn kernverplichtingen heeft de opdrachtgever geen ander recht dan te zijner keuze te vorderen:

a. betaling van een redelijk bedrag voor herstel van beschadigd verhuisgoed, dan wel

b. betaling van een bedrag, dat wordt berekend met inachtneming van de waarde welke verhuisgoederen als die, waarop de verhuisovereenkomst betrekking heeft, zouden hebben gehad, zoals, ten tijde waarop en ter plaatse waar, zij zijn afgeleverd of zij hadden moeten zijn afgeleverd (art. 8:1180 B.W.).

Overige bepalingen (art. 8:1181 tot en met art. 8:1201 B.W.)

Deze bepalingen worden nader uitgewerkt.

Auteur & Last edit

[MdV, 17-03-2022; laatste bewerking 12-09-2022]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.