LawyrupBurgerlijk wetboekBijzondere overeenkomsten (Boek 7 B.W.)Huur (Titel 4, Boek 7 B.W.)Algemene bepalingen huur (Afd. 1, Titel 4, Boek 7 B.W.)

Algemene bepalingen huur (Afd. 1, Titel 4, Boek 7 B.W.)

Inleiding algemene bepalingen huurovereenkomst

Afd. 1 van Titel 4 Boek 7 B.W. omvat twee algemene bepalingen.

De wettelijke definitie van de huurovereenkomst is te vinden art. 7:201 lid 1 B.W. en luidt als volgt:

“Huur is de overeenkomst waarbij de ene partij, de verhuurder, zich verbindt aan de andere partij, de huurder, een zaak of een gedeelte daarvan in gebruik te verstrekken en de huurder zich verbindt tot een tegenprestatie.”

Huur kan betrekking hebben op onroerende zaken (huizen of woningen enz.), maar ook op roerende zaken (auto’s, paarden, bruidsjurken enz. enz.). En zelfs op vermogensrechten (art. 7:201 lid 2 B.W.).

De pachtovereenkomst wordt niet als een huurovereenkomst beschouwd (art. 7:201 lid 3 B.W.). Deze kent een eigen wettelijke regeling. Zie de pagina Pacht.

Vruchtgebruik

Art. 7:202 B.W. geeft nog een bepaling inzake het vruchtgebruik. Wanneer de huur mede de vruchten van het gehuurde omvat, geldt dit als een vruchtgebruik in de zin van art. 5:17 B.W..

Leegstandsbeheer en antikraak-bewoning

Een eigenaar kan een onroerende zaak aan één of meer gebruikers ter bewoning in gebruik geven, om daarmee leegstaande woningen te beheren en kraak te voorkomen. Dit wordt onder meer gedaan bij woningen, die op termijn gesloopt zullen worden. Voor dit gebruik wordt een overeenkomst gesloten met de bewoner, die de woning in bruikleen neemt bij wijze van oppasovereenkomst.

Belangrijk hierbij is, dat eventuele vergoedingen die de gebruiker moet betalen, alleen zien op daadwerkelijke kosten, zoals de verbruikskosten van nutsvoorzieningen. Kan een verschuldigde vergoeding niet (volledig) worden verklaard door dergelijke kosten, dan bestaat de kans dat de rechter het meerdere als een vergoeding voor het gebruik van de woning zal beschouwen, waardoor de overeenkomst kwalificeert als een huurovereenkomst in de zin van art. 7:201 lid 1 B.W..

Dit overkwam de Gemeente Rotterdam en haar beheerder Alvast in de zaak Hof Den Haag 3 augustus 2021 (bewoonster antikraakwoning/Alvast & Gemeente Rotterdam). Nadat er eerst – met de voorganger van Alvast – een overeenkomst was gesloten waarbij alleen een vergoeding voor nutsvoorzieningen betaald hoefde te worden, werd met Alvast met dezelfde bewoonster een nieuwe overeenkomst gesloten, op basis waarvan zij naast de vergoeding voor nutslasten ook een beheersvergoeding moest betalen van EUR 150,=. De Kantonrechter zag daar geen been in, maar het Hof oordeelde dat in de gegeven omstandigheden sprake was van een huurovereenkomst. De extra vergoeding kon het Hof niet volledig verklaren uit de kosten, die Alvast moest maken voor het beheer. Bovendien was er eerder geen vergoeding bedongen en was het argument van ‘acquisitiewerkzaamheden’ niet aan de orde, omdat de antikraakster er al woonde toen Alvast het beheer overnam. Het Hof wees dus de huurbescherming toe, maar wat dat voor appellante oplevert is de vraag, omdat de woning al was ontruimd. Misschien gaat de gemeente samen met Alvast nu wat anders voor haar regelen. Er is kennelijk geen cassatie ingesteld.

Auteur & Last edit

[MdV, 29-05-2018]

Over Lawyrup

Lawyrup, jouw gratis kennisbank voor burgerlijk (proces)recht! De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht.