Verrekening (Afd. 12, Titel 1, Boek 6 B.W.)

Verrekening (Afd. 12, Titel 1, Boek 6 B.W.)

Inleiding verrekening

Wanneer twee partijen over en weer vorderingen op elkaar hebben, dan is het mogelijk die met elkaar te verrekenen. Daarvoor gelden wel een aantal voorwaarden. De regeling is te vinden in Boek 6, Titel 1, Afd. 12.

Verrekening is een bijzondere manier van betalen. In het spraakgebruik wordt “verrekenen” ook wel gebruikt voor alle vormen van betalen, maar dat is onjuist: bij verrekening worden twee gelijksoortige vorderingen tegen elkaar weggestreept (tot het overeenkomende bedrag, of zoals de wet het noemt: “hun gemeenschappelijk beloop”). Wordt er gewoon betaald, zonder verrekening, dan zou je hooguit kunnen spreken van “afrekenen”, maar niet van “verrekenen”.

Een bijzondere vorm van verrekening betreft de verrekening binnen een rekening-courant. Aan een rekening-courantverhouding moet in beginsel een overeenkomst ten grondslag liggen, hoewel de wet ook andere rekening-courant mogelijkheden dan alleen op basis van overeenkomst kent.

Verrekeningsverklaring

De wet begint met in art. 6:127 B.W. (lid 1) te bepalen, dat de schuldenaar bevoegd is om een verrekeningsverklaring te doen. De schuldenaar kan dus van zijn verrekeningsbevoegdheid gebruik maken en op deze wijze betalen. Daarvoor is wel een handeling van de schuldenaar vereist.

Voorwaarde: bevoegdheid tot verrekenen

Voorwaarde is volgens lid 1 wel, dat de schuldenaar tot de verrekening bevoegd is. Die heeft hij volgens lid 2:

“wanneer hij een prestatie te vorderen heeft die beantwoordt aan zijn schuld jegens dezelfde wederpartij en hij bevoegd is zowel tot betaling van de schuld als tot het afdwingen van de betaling van de vordering.”

Dit valt derhalve uiteen in:

1. de te vorderen prestatie beantwoordt aan zijn schuld

2. het betreft dezelfde wederpartij

3. hij is bevoegd de schuld te voldoen

4. en ook bevoegd betaling af te dwingen

Prestatie beantwoordt aan zijn schuld

De verbintenissen moeten dus gelijksoortig zijn: wanneer het allebei om betaling van een geldsom gaat, dan is dat het geval. Niet wanneer de ene vordering bvb. een dienst betreft en de andere betaling van een geldsom.

Dezelfde wederpartij

Dit spreekt voor zichzelf. Je kunt dus niet bvb. een schuld aan een B.W. verrekenen met een vordering op een aandeelhouder van die B.V. in privé. In aanvulling hierop bepaalt lid 3 nog, dat verrekening van een schuld en een vordering, die zich niet in hetzelfde vermogen bevinden, niet mogelijk is.

Bevoegd te betalen en betaling af te dwingen

Op zichzelf zal van bevoegdheid om te betalen in de regel wel sprake zijn. Er zijn situaties denkbaar, waarin aflossing contractueel niet zonder meer is toegestaan. Omgekeerd kan het ook zijn, dat de schuld wel opeisbaar is, maar dat de vordering nog niet kan worden opgeeist. In dat geval kan de schuldenaar niet verrekenen, omdat hij anders de betaling van zijn vordering op de andere partij (in die verhouding zijn debiteur) eerder zou kunnen afdwingen. De vordering waarmee wordt verrekend moet dus opeisbaar zijn.

Dat brengt ook met zich mee, dat de vordering waarmee wordt verrekend voldoende moet vaststaan. Verrekening van de eigen verplichting met niet-opeisbare en/of betwiste vorderingen op de schuldeiser is dus niet mogelijk.

Art. 6:136 B.W. bepaalt daarom, dat de rechter een vordering waartegen de schuldenaar een verrekeningsverklaring heeft gericht, niettemin kan toewijzen als het verweer (inzake het bestaan van de tegenvordering) niet eenvoudig is vast te stellen.

Volgorde van toerekening

Als de schuldenaar niet duidelijk aangeeft, op welke wijze de tegenvordering moet worden verrekend, bepaalt art. 6:137 lid 1 B.W. dat daarbij de normale volgorde van de artikelen 43 lid 2 en 44 lid 1moet worden aangehouden.

Geen verjaring

De verrekening is ook mogelijk wanneer de tegenvordering verjaard is (art. 6:131 B.W.). Dit om te voorkomen, dat de schuldeiser wacht tot de termijn is verstreken, en de schuldenaar meent dat de schuld vanwege de verrekenpositie niet meer wordt opgeëist. Ook uitstel van betaling verleend aan de schuldeiser ontneemt de schuldenaar niet diens bevoegdheid om te verrekenen.

Terugwerkende kracht

De verrekening werkt terug tot aan het moment, waarop de bevoegdheid tot verrekening is ontstaan (art. 6:129 B.W.). Dat is dus het moment, waarop een de voorwaarden is voldaan. Daarmee vervalt ook de verplichting om rente te betalen na dat tijdstip.

Lid 2 bepaalt, dat wanneer er al opeisbare rente betaald is, de verrekening niet verder terugwerkt dan tot de laatste rentebetaling. Dat betekent dat reeds betaalde rente niet kan worden teruggevraagd. De vraag is, wat dit betekent voor de rente over de vordering die in verrekening gebracht wordt.

Verrekening na overdracht vordering

Is de vordering op de schuldenaar overgedragen aan een derde, dan kan de schuldenaar nog steeds verrekenen met een tegenvordering op de oorspronkelijke schuldeiser (art. 6:130 B.W.). Dit geldt voor overdracht op bijzondere titel. Wel moet het gaan om dezelfde rechtsverhouding als waarop de overgedragen vordering ziet, of de tegenvordering moet al voor de overgang opeisbaar geworden zijn.

Deze bepaling geldt ook bij beslag of vestiging van een beperkt recht (lid 2).

Tegenacties van de schuldeiser

De schuldeiser kan enkele tegenacties ondernemen tegen de verrekeningsverklaring, maar moet dit wel onverwijld doen. Het effect daarvan is, dat aan de (eerste) verrekeningsverklaring haar werking wordt ontnomen. Zie ook art. 6:137 lid 2 B.W., voor het geval de schuldenaar bij de verrekening de volgorde van toerekening (eerst rente en kosten, dan pas hoofdsom) niet juist heeft toegepast.

Weigeringsgrond

De schuldeiser kan een weigeringsgrond tot betaling van de vordering op hem aan de verrekeningsverklaring tegenwerpen (art. 6:132 B.W.).

Eigen verrekeningsverklaring

Ook kan de schuldeiser zelf een “tegen”-verrekeningsverklaring uitbrengen. Voorwaarde is, dat die verder in de tijd terugwerkt dan die van zijn schuldenaar (art. 6:133 B.W.).

Tegengaan ontbinding wegens niet-betaling

Als de schuldeiser een wederkerige overeenkomst ontbindt wegens niet-nakoming door de schuldenaar, dan kan deze op grond van art. 6:134 B.W. met terugwerkende kracht alsnog betalen door middel van een verrekeningsverklaring (mits hij een verrekenbare vordering heeft uiteraard). In dat geval wordt daarmee de ontbinding ontkracht. De vraag is, wel of dit ook werkt wanneer de tegenvordering pas is ontstaan nadat het verzuim al was ingetreden.

Vorderingen aan toonder of order

Voor deze vorderingen kent de wet enkele bijzondere bepalingen (art. 6:128 en 6:130 lid 3 B.W.).

Bewijs van kwijting

Als vorderingen door verrekening teniet gaan, moet de schuldeiser volgens art. 6:141 B.W. desgevraagd een bewijs van kwijting geven overeenkomstig art. 6:48 lid 2 en 2 B.W..

Positie van de borg

De borg kan opschorting eisen, wanneer de schuldenaar voor wie hij borg staat zich op verrekening kan beroepen. Wordt de vordering door verrekening voldaan, dan vervalt de borgtocht. Verzuimt de schuldenaar verrekening in te roepen, dan kan de borg zich op kwijting beroepen (art. 6:139 B.W.).

Contractuele uitsluiting verrekening

De bevoegdheid om te verrekenen kan overigens contractueel worden uitgesloten.

Rekening-courant verhouding

Een bijzondere verrekeningssituatie doet zich voor bij een rekening-courant. Voor dat geval bepaalt art. 6:140 B.W. dat verrekening automatisch plaatsvindt (zonder dat een verklaring vereist is). Lid 1 luidt:

“Moeten tussen twee partijen krachtens wet, gewoonte of rechtshandeling geldvorderingen en geldschulden in één rekening worden opgenomen, dan worden zij in de volgorde waarin partijen volgens de voorgaande artikelen van deze afdeling of krachtens hun onderlinge rechtsverhouding tot verrekening bevoegd worden, dadelijk van rechtswege verrekend en is op ieder tijdstip alleen het saldo verschuldigd. Artikel 137 is niet van toepassing.”

Jaarlijkse afsluiting

De partij die de rekening bijhoudt, sluit deze jaarlijks af en deelt het op dat tijdstip verschuldigde saldo mede aan de wederpartij met opgave van de aan deze nog niet eerder medegedeelde posten waaruit het is samengesteld (lid 2). Indien de wederpartij niet binnen redelijke tijd tegen het ingevolge het vorige lid medegedeelde saldo protesteert, geldt dit als tussen partijen vastgesteld (lid 3).

Na vaststelling van het saldo kan ten aanzien van de afzonderlijke posten geen beroep meer worden gedaan op het intreden van verjaring of op het verstrijken van een vervaltermijn (lid 4).

In de leden 2 tot en met 4 schuilt een lelijke adder voor de onoplettende rekening-courant houder.

Verjaring vordering saldo

Een tweede adder is de verjaringstermijn. De rechtsvordering tot betaling van het saldo verjaart door verloop van vijf jaren na de dag, volgende op die waarop de rekening is geëindigd en het saldo opeisbaar is geworden.

Over het opeisen van een vordering in rekening-courant (en meer bijzonder het opeisbaar worden / maken daarvan) is de nodige jurisprudentie.

Van leden 1 t/m 4 afwijkende regeling

Uit de tussen partijen bestaande rechtsverhouding kan anders voortvloeien dan in de vorige leden is bepaald (lid 5).

Rechtspraak

ING Bank/Manning q.q.

Rabobank/Gunning q.q.

Hoge Raad 26 januari 2001 (ING/Standard) – de rechtsverhouding tussen de bank en de rekeninghouder brengt mee dat een vordering tot vergoeding van schade als hier bedoeld niet in de rekening-courant kan worden opgenomen, dan zal zij in beginsel ook niet op de voet van art. 6:130 BW voor verrekening vatbaar zijn.

Auteur & Last edit

[MdV, 23-09-2016]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.