Schorsing en hervatting (Afd. 11, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Schorsing en hervatting (Afd. 11, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Inleiding schorsing en hervatting

Afd. 11 van Titel 2 Boek 1 Rv. behandelt de schorsing en hervatting van procedures. De afdeling omvat slechts 4 artikelen.

*NB de links naar de wettekst verwijzen naar de versie van de wet zoals die geldt voor digitaal procederen. Zie voor niet-digitaal deze link.

Gronden voor schorsing

In art. 225 lid 1 Rv. worden de gronden voor schorsing van een procedure opgenoemd:

1. dood van een procespartij

2. verandering van staat van een procespartij

3. het ophouden van de betrekkingen waarin een partij het geding voerde, hetzij ten gevolge van rechtsopvolging onder algemene titel op een ander, hetzij door een andere oorzaak

De schorsing vindt plaats door het nemen van een daartoe strekkende akte. De schorsingsgrond kan ook worden meegedeeld door middel van een exploot aan de wederpartij(en). Van dat exploot moet de rechter uiteraard ook in kennis gesteld worden.

Doel van de schorsing in geval van overlijden van een procespartij

De bedoeling van een schorsing is de rechtsopvolgers (bij overlijden dus de erfgenamen) van de partij, aan wiens kant de schorsingsgrond zich voordeed, de gelegenheid te geven zich te beraden.

De erfgenamen kunnen ook besluiten de procedure direct over te nemen door in de plaats van de overleden procespartij op hun eigen naam/namen voort te procederen.

Voortzetting zonder schorsing

Wordt er geen akte genomen, dan wordt het geding op naam van de oorspronkelijke partij voortgezet (lid 2). Dat betekent dus, dat een procedure ook na het overlijden van een procespartij op diens naam kan worden voortgezet.

Wanneer de procedure eenmaal geschorst is, zijn nadien verrichte proceshandelingen – als er niet weer is hervat – nietig (lid 3). Schorsing kan niet meer plaatsvinden als de zaak al voor vonnis staat (lid 4).

Hervatting van de procedure

De hervatting vindt even eenvoudig plaats als de schorsing van art. 225 Rv.: door het nemen van een akte (art. 227 lid 1 Rv.). Dit kan tegelijkertijd in de akte van schorsing, of bij latere akte. In het laatste geval met instemming van de wederpartij. Of anders door middel van een exploot.

De rechter bepaalt vervolgens wat de volgende proceshandeling dient te zijn (lid 2). Dit omdat de gebeurtenis die tot de schorsing leidde wellicht tot nadere uitleg aanleiding geeft. Ook kan de rechter op een te snelle akte tot hervatting van de wederpartij beslissen nader uitstel voor beraad te verlenen.

Bij verplichte procesvertegenwoordiging stellen partijen weer opnieuw advocaat (lid 3).

Overlijden van de advocaat

Wanneer er sprake is van verplichte procesvertegenwoordiging, dan is ook het overlijden van de advocaat een grond voor schorsing. Die schorsing treedt van rechtswege in (art. 226 lid 1 Rv.).

Art. 225 lid 3 en 4 Rv. gelden in die situatie overeenkomstig (art. 226 lid 2 Rv.). Ook wanneer de advocaat defungeert leidt dat tot ambtshalve schorsing van de procedure.

Hervatting na overlijden of verlies hoedanigheid advocaat

Ook bij overlijden of verlies van hoedanigheid van de advocaat wordt hervat door het nemen van een daartoe strekkende akte door één  der partijen (art. 228 lid 1 Rv.). Daarbij zal een opvolgende advocaat zich moeten stellen. Ook hierbij is instemming van de andere partij met de hervatting nodig. In het geval van art. 228 Rv. wordt de procedure voortgezet in de stand waarin deze zich bevond.

De rechter bepaalt vervolgens weer welke proceshandeling volgt.

Overlijden procespartij of staatwijziging tijdens appeltermijn of cassatietermijn

Wanneer de procespartij is overleden nadat vonnis of arrest is gewezen, moet het rechtsmiddel worden ingesteld door (of tegen) de rechtsopvolger(s). In geval van overlijden dus de erfgenamen.

In geval van staatwijziging (bvb. meerderjarigheid van de in 1e instantie door de wettelijk vertegenwoordiger vertegenwoordigde minderjarige), dan geldt ook dat de dan bevoegde (het meerderjarig geworden kind) zelf verder moet procederen.

Overlijdt de in het ongelijk gestelde partij tijdens de appeltermijn, dan krijgen de erven een termijn van drie maanden voor het instellen van hoger beroep (art. 341 Rv.). Zij kunnen zich dan dus gedurende dezelfde termijn als de overledene beraden of zij hoger beroep willen aantekenen. Wanneer de beroepstermijn korter is dan geldt die kortere termijn. Bij kort geding is dit bvb. vier weken.

Voor cassatie geldt een soortgelijke regeling (art. 403 Rv.).

Twee arresten over staatwijziging zie Hoge Raad d.d. 6 december 2002 (Stichting Speciaal Onderwijs/NN). De Stichting had ten onrechte de ouders als wettelijk vertegenwoordiger in hoger beroep gedagvaard, terwijl de materiële procespartij (de minderjarige) inmiddels meerderjarig geworden was. Aangezien de geboortedatum bij de Stichting bekend was, kon dit verzuim niet door een oproeping na verstrijken van de appeltermijn gerepareerd worden. Zie ook Hoge Raad d.d. 6 juni 2003 voor een soortgelijk geval in cassatie.

De wet voorziet in art. 53 Rv. in, dat de erfgenamen gezamenlijk kunnen worden opgeroepen op de in die bepaling vermelde wijze.

Wist de tegenpartij niet van het overlijden of de staatwijziging van de procespartij, dan kan niet worden verweten dat niet de erfgenamen in rechte zijn betrokken.

Ambtshalve schorsing procedure tegen de gefailleerde

De Faillissementswet ken in art. 29 Fw. ook een rechtsgrond voor schorsing van de procedure tegen de gefailleerde. Deze werkt ambtshalve, maar de rechter moet wel bekend zijn met het faillissement anders wordt soms nog wel eens voort geprocedeerd.

Auteur & Last edit

[MdV, 20-06-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.