Pagina inhoud

    PHR 4 maart 2022 (ControlPay/ABN AMRO)

    Aansprakelijkheid beslaglegger voor beslag op zaken van een derde

    De P-G zegt hierover in zijn conclusie:

    “3.7 Jegens derden, zoals ControlPay, van wie de eigendom wordt beslagen bij een beslag dat wordt gelegd onder de beslagdebiteur, zoals in dit geval de bestuurder van ControlPay, veelal in de veronderstelling dat het goed toebehoort aan de beslagdebiteur, is de situatie wezenlijk anders. Een dergelijk beslag vormt een inbreuk op de rechten van de derde waarvoor geen rechtvaardiging bestaat in de vorm van een beslagverlof of een executoriale titel. Een dergelijk beslag is als inbreuk op die eigendom dan ook aanstonds zonder meer onrechtmatig. Daarbij gaat het om een gewone onrechtmatige daad. De beslaglegger zal het beslag onmiddellijk moeten opheffen en als gerechtelijk bewaarneming heeft plaatsgevonden (zie daarvoor onder meer de art. 709 en 853-861 Rv), dan zal ook onmiddellijk teruggave van de zaak moeten plaatsvinden. Uiteraard zal makkelijk een geschil kunnen ontstaan over de vraag of de derde wel eigenaar van de beslagen zaak is.

    De wet voorziet bij de regeling van het beslagrecht dan ook vanouds in een rechtsgang voor de derde die eigenaar stelt te zijn, om tegen een beslag op te komen. Die rechtsgang is tegenwoordig te vinden in art. 456 Rv. Uit de hiervoor genoemde wettelijke vermoedens volgt dat de derde die stelt eigenaar van de zaak te zijn van zaken die zich bij de beslagene bevinden, daarvan de stelplicht en de bewijslast heeft.”

    En voorts:

    “De vraag is of degene die beslag legt op een zaak van een derde, voor de eventuele daaruit voor die derde voortvloeiende schade zonder meer uit onrechtmatige daad aansprakelijk is. Vrijwel steeds zal de beslaglegging op het goed van een derde in de hier aan de orde zijnde context onbedoeld plaatsvinden, doordat de zaak zich bij de beslagene bevindt en dus wordt aangezien voor diens eigendom. … In een dergelijk geval ontbreekt schuld in de zin van art. 6:162 lid 3 BW bij de beslaglegger, omdat hij niet wist en niet behoorde te weten dat de zaak eigendom is van de derde.”

    Deze conclusie wordt behandeld op de pagina Algemene bepalingen conservatoir beslag.

    [MdV, 15-07-2023]

    Conclusie

    ECLI:NL:PHR:2022:211

    Hoge Raad

    15-07-2022

    Cicero Law Pack software advocaten juridische activiteiten online

    Pagina inhoud

      PHR 4 maart 2022 (ControlPay/ABN AMRO)

      Aansprakelijkheid beslaglegger voor beslag op zaken van een derde

      De P-G zegt hierover in zijn conclusie:

      “3.7 Jegens derden, zoals ControlPay, van wie de eigendom wordt beslagen bij een beslag dat wordt gelegd onder de beslagdebiteur, zoals in dit geval de bestuurder van ControlPay, veelal in de veronderstelling dat het goed toebehoort aan de beslagdebiteur, is de situatie wezenlijk anders. Een dergelijk beslag vormt een inbreuk op de rechten van de derde waarvoor geen rechtvaardiging bestaat in de vorm van een beslagverlof of een executoriale titel. Een dergelijk beslag is als inbreuk op die eigendom dan ook aanstonds zonder meer onrechtmatig. Daarbij gaat het om een gewone onrechtmatige daad. De beslaglegger zal het beslag onmiddellijk moeten opheffen en als gerechtelijk bewaarneming heeft plaatsgevonden (zie daarvoor onder meer de art. 709 en 853-861 Rv), dan zal ook onmiddellijk teruggave van de zaak moeten plaatsvinden. Uiteraard zal makkelijk een geschil kunnen ontstaan over de vraag of de derde wel eigenaar van de beslagen zaak is.

      De wet voorziet bij de regeling van het beslagrecht dan ook vanouds in een rechtsgang voor de derde die eigenaar stelt te zijn, om tegen een beslag op te komen. Die rechtsgang is tegenwoordig te vinden in art. 456 Rv. Uit de hiervoor genoemde wettelijke vermoedens volgt dat de derde die stelt eigenaar van de zaak te zijn van zaken die zich bij de beslagene bevinden, daarvan de stelplicht en de bewijslast heeft.”

      En voorts:

      “De vraag is of degene die beslag legt op een zaak van een derde, voor de eventuele daaruit voor die derde voortvloeiende schade zonder meer uit onrechtmatige daad aansprakelijk is. Vrijwel steeds zal de beslaglegging op het goed van een derde in de hier aan de orde zijnde context onbedoeld plaatsvinden, doordat de zaak zich bij de beslagene bevindt en dus wordt aangezien voor diens eigendom. … In een dergelijk geval ontbreekt schuld in de zin van art. 6:162 lid 3 BW bij de beslaglegger, omdat hij niet wist en niet behoorde te weten dat de zaak eigendom is van de derde.”

      Deze conclusie wordt behandeld op de pagina Algemene bepalingen conservatoir beslag.

      [MdV, 15-07-2023]

      Conclusie

      ECLI:NL:PHR:2022:211

      Cicero Law Pack software advocaten juridische activiteiten online

      Zoeken binnen de kennisbank

      Lawyrup, jouw gratis kennisbank over burgerlijk (proces)recht!