Borgtocht (Titel 14, Boek 7 B.W.)

Inleiding borgtocht

De wetgever heeft in Boek 7 Burgerlijk Wetboek de borgtocht – net als bvb. de huurovereenkomst, de arbeidsovereenkomst enz. – als een afzonderlijk geregelde “benoemde” overeenkomst uitgewerkt. Deze regeling staat in Titel 14, Afd. 1 van Boek 7.

Art. 7:850 B.W. lid 1 definieert de borgtocht als de overeenkomst waarbij de borg zich tegenover de schuldeiser verbindt tot nakoming van een verbintenis, die de hoofdschuldenaar (d.w.z. een derde) heeft.

De borgtocht is een species van de hoofdelijke aansprakelijkheid (art. 6:8 B.W.). Het verschil is dat de borg niet voor een eigen verbintenis aansprakelijk is, maar voor de verbintenis van een ander. Bij hoofdelijkheid zijn meerdere partijen gelijkelijk aansprakelijk voor dezelfde (ondeelbare) verbintenis.

De borgtocht volgt het lot van de hoofdverbintenis (art. 7:851 lid 1 B.W.). Gaat die teniet, dan gaat ook de borgtocht teniet. Dit geldt ook voor verjaring van de hoofdverbintenis (art. 7:853 B.W.). Vgl. HR 30-06-2017 ECLI:NL:HR:2017:1182, waarbij de hoofdschuldenaar ontbonden is, wat tot verlenging van de verjaringstermijn leidt (art. 2:23c lid 2 B.W.).

De borg kan pas worden aangesproken als de hoofdschuldenaar in gebreke is (art. 7:855 lid 1 B.W.). Dit is een veelgebruikt verweermiddel wanneer de borg wordt aangesproken.

Zelfstandig karakter van de borgtocht

De overeenkomst van borgtocht is een zelfstandige overeenkomst tussen de schuldeiser en de borg, waarvan de inhoud en omvang afzonderlijk van de primaire verbintenissen van de schuldenaar moeten worden vastgesteld.

De inhoud van de overeenkomst van borgtocht moet afzonderlijk van de hoofdverbintenis worden uitgelegd. Het gaat volgens de wet primair om hetgeen is overeengekomen in de verhouding tussen schuldeiser en borg. De gewaarborgde hoeft daarvan niet eens op de hoogte te zijn (art. 6:850 lid 2 B.W.). De borg kan zich ook verbinden voor de nakoming van een niet opeisbare verbintenis (zoals bij voorbeeld een natuurlijke verbintenis).

Dit onderstreept, dat de uitleg van de overeenkomst van borgtocht zelfstandig dient te geschieden en niet zonder meer kan worden aangenomen, dat is overeengekomen dat alle verplichtingen uit de hoofdovereenkomst één op één door de borg zijn overgenomen. Wanneer de inhoud en omvang van de borgtocht niet duidelijk zijn, zal de inhoud van de overeenkomst moet worden uitgelegd op basis van de Haviltex-criteria. De tekst van de overeenkomst is mede van belang, maar niet uitsluitend de stricte taalkundige uitleg daarvan. Alle omstandigheden moeten worden meegewogen bij de bepaling van de inhoud van de borgtocht.

Particuliere borgtocht (art. 7:857-7:864 B.W.)

De wetgever heeft de particulier, die een borgtocht afgeeft, extra willen beschermen. De wetgever heeft daarbij overwogen, dat bij de particuliere borg eerder het gevaar van ondoordachtheid en misplaatst vertrouwen in de goede afloop dreigt. Deze bijzondere bepalingen over de “borgtocht aangegaan buiten beroep of bedrijf” vinden we in Titel 14, Afd. 2 van Boek 7.

Criterium “normale bedrijfsuitoefening”

Voor de vaststelling of er sprake is van een particuliere borgtocht – in welk geval de wet dwingendrechtelijke beschermingsbepalingen bevat – moet worden bepaald of de borgtocht is verstrekt “in het kader van de normale bedrijfsuitoefening”. De wetsgeschiedenis en jurisprudentie ten aanzien van art. 1:88 lid 1 aanhef en sub c en 1:89 B.W. (inzake de vernietiging van een zekerheidstelling, zie de subpagina) geldt onverkort in het kader van de vraag naar de toepasselijkheid van art. 7:855 B.W.. Dat geldt ook voor het criterium “in de normale uitoefening van het bedrijf van de vennootschap” zoals opgenomen in art. 1:88 lid 5 B.W. wanneer er sprake is van een DGA.

Wanneer de maximale omvang van de uiteindelijke prestatie niet duidelijk is, dan is de particuliere borgtocht op grond van art. 7:858 lid 1 B.W. nietig.

Overige beschermingsbepalingen particuliere borg

Tot de overige beschermingsbepalingen van de particuliere borg behoort ook het schriftelijkheidsvereiste in art. 7:859 B.W..

Voor de onderlinge verhouding borg en hoofdschuldenaar c.q. medeborgen: zie de betreffende pagina.

Andere relevante pagina’s

Benoemde overeenkomsten (Boek 7 B.W.)

Vernietiging van de borgtocht door de echtgenoot (art. 1:88 B.W.)

Koopovereenkomst (en ruil) (Titel 1, Boek 7 B.W.)

Timesharing en vakantieproducten lange duur (Titel 1A, Boek 7 B.W.)

Financiële zekerheidsovereenkomst (Titel 2, Boek 7 B.W.)

Consumentenkrediet (Titel 2A, Boek 7 B.W.)

Goederenkrediet (Titel 2B, Boek 7 B.W.)

Geldlening (Titel 2C, Boek 7 B.W.)

Pandbelening (Titel 2D, Boek 7 B.W.)

Schenking (Titel 3, Boek 7 B.W.)

Huurovereenkomst (Titel 4, Boek 7 B.W.)

Pachtovereenkomst (Titel 5, Boek 7 B.W.)

Opdracht (Titel 7, Boek 7 B.W.)

Reisovereenkomst (Titel 7A, Boek 7 B.W.))

Betalingstransactie (Titel 7B, Boek 7 B.W.)

Bewaarneming (Titel 9, Boek 7 B.W.)

Arbeidsovereenkomst (Titel 10, Boek 7 B.W.)

Aanneming van werk (Titel 12, Boek 7 B.W.)

Vaststellingsovereenkomst (Titel 15, Boek 7 B.W.)

Verzekering (Titel 17, Boek 7 B.W.)

Lijfrente (Titel 18, Boek 7 B.W.)

[MdV, 28-07-2016; links bijgewerkt 9-3-2018]

 

[Totaal: 0    Gemiddelde: 0/5]

Commentaar bij het Nederlands (burgerlijk) recht: BW, Rv. en Fw.