Geldlening (Titel 2C, Boek 7 B.W.)

LawyrupBurgerlijk wetboekBijzondere overeenkomsten (Boek 7 B.W.)Geldlening (Titel 2C, Boek 7 B.W.)

Geldlening (Titel 2C, Boek 7 B.W.)

Inleiding geldlening

De regeling inzake de geldlening is opgenomen in Titel 2C, Boek 7 B.W..

Daarmee is deze benoemde overeenkomst ingebed in de ingevoegde regelingen tussen Titel 2 en Titel 3 van Boek 7 B.W., samen met de overeenkomst inzake consumentenkrediet (Titel 2A), het goederenkrediet (Titel 2B) en de pandbelening (Titel 2D).

De geldlening is deels regelend recht, zoals ook blijkt uit Rb. Gelderland 20 december 2016 (Fixed-to-Floating Rate Perpetual Capital Securities), waarin twee arresten van de Hoge Raad geciteerd worden (de uitspraak verwijst nog naar de oude artikelen in Boek 7A):

“Op grond van artikel 7A:1791 BW is essentieel aan een overeenkomst van geldlening dat er een verplichting bestaat voor de lener om het geleende weer terug te geven, de zogenaamde terugbetalingsverplichting (zie ook artikel 7A:1800 BW). Het ontbreken van een terugbetalingsverplichting kan, zoals verweerder terecht stelt, er aan in de weg staan dat een geldverstrekking als geldlening kwalificeert. Daarvan is in dit geval naar het oordeel van de rechtbank evenwel geen sprake. Immers de aard van de overeenkomst van geldlening staat er niet aan in de weg dat de verplichting tot terugbetaling voorwaardelijk wordt aangegaan en dat terugbetaling onzeker is (vgl. Hoge Raad 29 november 2002, ECLI:NL:HR:2002:AE7005 en Hoge Raad 8 september 2006 ECLI:NL:HR:2006:AV2327).”

De overeenkomst van geldlening is verwant aan die van verstrekking van een geldbedrag tegen altijddurende rente (zie de pagina Altijddurende rente).

Rechtspraak

Rb. Gelderland 20 december 2016 (Fixed-to-Floating Rate Perpetual Capital Securities) – kwalificatie van Fixed-To-Float overeenkomst. Is het een altijddurende rente? Is het een geldlening? Is het kapitaalverstrekking?

HR 9 november 2002 (fabrikant landbouwgif Thiram/telers) (r.o. 3.4.5.) – voor het aanmerken van een overeenkomst als een overeenkomst van geldlening in de zin van art. 7A:1791 BW is voldoende dat een verplichting tot teruggave bestaat. Deze verplichting kan zeer wel voorwaardelijk zijn aangegaan.

HR 8 september 2006 (Holding/Inspecteur) (r.o. 3.4) – Is sprake van een schijnlening en daardoor van een informele kapitaalstorting? In ‘s Hofs hiervóór weergegeven oordelen ligt besloten het oordeel dat de geldverstrekking zoals die krachtens de loan agreement is verricht, hoewel betiteld als een lening, niet de wezenlijke karaktertrekken heeft van een lening. Die conclusie volgt echter niet uit de door het Hof vermelde omstandigheden. Noch de omstandigheid dat de geldverstrekking door een onafhankelijke derde niet zou hebben plaatsgevonden zonder dat door belanghebbende of een zustervennootschap zekerheid was gesteld, respectievelijk dat de geldverstrekking is geschied op onzakelijke voorwaarden, noch de omstandigheden dat de terugbetalingsverplichting voorwaardelijk is en dat de terugbetaling onzeker is, ontnemen aan de geldverstrekking het karakter van een geldverstrekking met een daarbij voor de ontvanger geschapen terugbetalingsverplichting. Die terugbetalingsverplichting verleent aan een geldverstrekking het kenmerk van een lening.

Auteur & Last edit

[MdV, 30-12-2017; rechtspraak bijgewerkt 21-01-2019]

0 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 50 votes, average: 0,00 out of 5 (0 votes, average: 0,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.