LawyrupBurgerlijk wetboekVerkeersmiddelen en vervoer (Boek 8 B.W.)Algemeen deel verkeersmiddelen en vervoer (Hoofdstuk I, Boek 8 B.W.)

Algemeen deel verkeersmiddelen en vervoer (Hoofdstuk I, Boek 8 B.W.)

Inleiding algemeen deel verkeersmiddelen en vervoer

Hoofdstuk I, Boek 8 B.W. regelt een specialistisch rechtsgebied, het vervoersrecht. Het wetboek geeft regels voor zeevaart, binnenvaart, wegvervoer, luchtvaart en vervoer over het spoor. Boek 8 B.W. is opgedeeld in verschillende onderdelen, ingedeeld naar elke soort van vervoer.

Deze onderdelen hebben geen benaming (zoals Titel, Boek of Afdeling). In wetten.overheid worden deze aangeduid als hoofdstuk. Het eerste Hoofdstuk bevat algemene bepalingen die voor alle afzonderlijke vormen van vervoersrecht gelden. Deze onderdelen heten dan weer wel Titel, en worden door heel Boek 8 doorgenummerd.

Hoofdstuk I Boek 8 B.W. kent twee Titels:

Algemene bepalingen (Titel 1)

Algemene bepalingen vervoersrecht (Titel 2)

Inbedding in het burgerlijk recht

Het Burgerlijk recht is een samenhangend geheel. In de wel op Lawyrup behandelde onderdelen van het vermogensrecht en het procesrecht wordt vaak verwezen naar andere Boeken van het B.W..

In het burgerlijk procesrecht vinden we specifieke bepalingen over procedures in het vervoersrecht. Zie Titel 1, Boek 3 Rv., dat wordt behandeld op de pagina Procedures verkeersmiddelen en vervoer).

Algemene bepalingen Boek 8 B.W. (Titel 1, Hoofdstuk 1)

Het onderdeel Algemene bepalingen Boek 8 B.W. (Titel 1, Hoofdstuk I van Boek 8 B.W.) kent 12 bepalingen (art. 8:1 B.W. tot en met art. 8:13 B.W.). Vier bepalingen zijn vervallen (7, 9, 11 en 14).

Tien bepalingen geven definities. Deze definities van art. 8:1 B.W. tot en met art. 8:3a B.W. gelden krachtens art. 1 lid 2 Kadasterwet ook voor die wet.

Definitie schip en scheepstoebehoren

In art. 8:1 lid 1 B.W. wordt allereerst de definitie van “schip” gegeven. Onder schepen worden verstaan alle zaken, geen luchtvaartuig zijnde, die blijkens hun constructie bestemd zijn om te drijven en drijven of hebben gedreven. Daarmee wordt een vliegtuig, dat op het water kan landen, uitgesloten van de definitie schip. Bij AMvB kan van deze definitie worden afgeweken, hetzij met een uitbreiding dan wel een inperking (uitsluiting) (art. 8:1 lid 2 B.W.). Er wordt krachtens art. 85 Kadasterwet een register van schepen bijgehouden. Zie aldaar voor de in dat register ingeschreven gegevens.

Motoren en andere machines worden bestanddeel van het schip op het ogenblik dat, na hun inbouw, hun bevestiging daaraan zodanig is als deze ook na voltooiing van het schip zal zijn (art. 8:1 lid 3 B.W.).

Scheepstoebehoren

Scheepstoebehoren zijn alle zaken, die bestemd zijn om het schip te dienen, terwijl zij daar niet een bestanddeel van uitmaken. Deze bepaling is uitgebreid met navigatie- en communicatiemiddelen, die wel vastgemaakt zijn maar zonder schade aan het schip of die apparaten weer verwijderd kunnen worden (art. 8:1 lid 4 B.W.).

Scheepstoebehoren worden juridisch beschouwd als behorend tot het schip. Daar kan wel contractueel van worden afgeweken, en een dergelijk beding kan worden ingeschreven in het scheepsregister (art. 8:1 lid 5 B.W.). Zie voor het scheepsregister ook het bepaalde in Boek 3, Titel 1, Afd. 2, behandeld op de pagina Inschrijving registergoederen.

Schip in aanbouw

Het bepaalde omtrent machines en scheepstoebehoren en de mogelijkheid tot het inschrijven van een contractuele uitzondering geldt ook voor een schip in aanbouw (art. 8:1 lid 5 B.W.).

Definitie zeeschip

Zeeschepen zijn volgens art. 8:2 lid 1 B.W. schepen die:

a. als zodanig geregistreerd zijn, en

b. niet geregistreerd zijn, maar zijn ingericht om voornamelijk op zee te varen (de wet spreekt van “in zee drijven”, maar alleen drijven is ook niet echt wat voor een zeeschip).

Volgens lid 2 kan bij AMvB een schip worden opgewaardeerd tot zeeschip of daarvan juist worden uitgesloten. Zeevissersschepen zijn zeeschepen, die blijkens hun constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de bedrijfsmatige visvangst zijn bestemd (lid 3).

Definitie binnenschepen

Volgens hetzelfde stramien zijn binnenschepen krachtens art. 8:3 lid 1 B.W. schepen, die:

a. als zodanig te boek staan, of

b. niet als zodanig te boek staan maar qua inrichting niet bestemd zijn om op zee te varen.

Volgens lid 2 kan bij AMvB een schip worden opgewaardeerd tot binnenschip of daarvan juist worden uitgesloten.

Definitie luchtvaartuig

De wet verstaat onder luchtvaartuigen “toestellen die in de dampkring kunnen worden gehouden ten gevolge van krachten die de lucht daarop uitoefent” (art. 8:3a lid 1 B.W.).

Onder luchtvaartuigen vallen niet toestellen, die blijkens hun constructie bestemd zijn zich te verplaatsen op een luchtkussen, dat wordt in stand gehouden tussen het toestel en het oppervlak der aarde. Het lijkt me dat het ook wel een beetje veel fantasie vereist dat als luchtvaartuig te beschouwen. Het is net alsof een luchtkussenvoertuig of luchtkussenvaartuig nu echt beschouwd kan worden als een door de lucht vliegend toestel. Het is eerder een zich óp lucht verplaatsend toestel. Ook hier kunnen bij AMvB weer toestellen van het begrip worden uitgesloten of daar juist onder gebracht worden.

Er wordt krachtens art. 92 Kadasterwet een register van luchtvaartuigen bijgehouden. Zie aldaar voor de in dat register ingeschreven gegevens.

Bestanddeel luchtvaartuig

Bestanddeel van een luchtvaartuig zijn het casco, de motoren, de luchtschroeven, de radiotoestellen en alle andere voorwerpen bestemd voor gebruik in of aan het toestel, onverschillig of zij daarin of daaraan zijn aangebracht dan wel tijdelijk ervan zijn gescheiden (art. 8:3a lid 2 B.W.).

Definitie spoorvoertuig

Een spoorvoertuig is volgens art. 8:3b aanhef en sub a B.W. een voertuig, bestemd voor het verkeer over spoorwegen. Daar is geen speld tussen te krijgen.

De wet definieert verder:

Spoorweginfrastructuur (aanhef en sub b): spoorweginfrastructuur: spoorwegen als bedoeld in art. 1 van de Spoorwegwet en daarbij horende spoorweginfrastructuur als bedoeld in dat artikel, dan wel lokale spoorweginfrastructuur als bedoeld in art. 1 van de Wet lokaal spoor.

Spoorwegbeheerder wordt gedefinieerd in aanhef en sub c, waarin ook wordt verwezen naar art. 1 van de Spoorwegwet en art. 1 van de Wet lokaal spoor.

Spoorwegonderneming wordt gedefinieerd in aanhef en sub c, waarin ook wordt verwezen naar art. 1 van de Spoorwegwet en art. 1 van de Wet lokaal spoor. Iedereen die wel eens een Western gezien heeft, weet wat een spoorwegondernemer is.

Definitie binnenwater

Binnenwater (in Nederland) is krachtens art. 8:4 B.W. de Dollart, de Waddenzee, het IJsselmeer, de stromen, de riviermonden en andere zo nodig voor de toepassing van bepalingen van Boek 8 B.W. bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen wateren.

De wet maakt een uitzondering voor art. 8:552 B.W. (in Hoofdstuk II Zeerecht, Titel 6, Afd. 2 Hulpverlening). Die bepaling maakt een uitzondering voor de strandvonderij, onder verwijzing naar art. 21 Wet op de strandvonderij (Wet van 27 juli 1931). Die bepaalt: “Voor de toepassing van deze wet worden de Dollart, de Lauwerzee, de Waddenzee, het IJsselmeer, de Zuidhollandsche en de Zeeuwsche stroomen en andere bij algemeenen maatregel van bestuur aan te wijzen wateren, binnen de bij algemeenen maatregel van bestuur te bepalen grenzen, beschouwd tot de zee en de stranden en oevers daarvan tot het zeestrand te behooren”.

Dat betekent dat op spullen die in de Waddenzee aanspoelen – zoals uit van dek gewaaide containers – ook onder de Wet op de strandvonderij vallen.

Opvarenden en bemanning

In art. 8:5 B.W. is bepaald, dat onder opvarenden wordt verstaan iedereen aan boord van een schip. Dat is overeenkomstig de taalkundige betekenis.

Art. 8:6 B.W. bepaalt voor de duidelijkheid, dat de kapitein en de schipper ook als lid van de bemanning van het schip zijn begrepen. De kapitein of schipper vinden natuurlijk van niet: zij staan boven de bemanning! Voor de toeschouwer van buitenaf – de wetgever – vallen zij onder de bemanning.

Bagage

Onder bagage wordt verstaan de zaken, die een vervoerder in verband met een door hem gesloten overeenkomst van personenvervoer op zich neemt te vervoeren met uitzondering van zaken, vervoerd onder een het vervoer van zaken betreffende overeenkomst (art. 8:8 B.W.).

Reder

Onder reder wordt verstaan de eigenaar van een zeeschip (art. 8:10 B.W.).

Dwingend recht en internationaal recht

De laatste artikelen van dit algemene deel bepalen, dat de dwingendrechtelijke regels van Boek 8 B.W. leiden tot ambtshalve nietigheid (art. 8:12 B.W.) en de bepaling dat Boek 8 B.W. internationale verdragen onverlet laat (art. 8:13 B.W.).

Auteur & Last edit

[MdV, 21-01-2021; laatste bewerking 7-02-2021]

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.