Deskundigen (Par. 6, Afd. 9, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Inleiding bewijs door deskundigen

Partijen kunnen ook deskundigen voordragen om de door hen gestelde feiten te laten bewijzen of te laten vaststellen. Het bewijs door deskundigen is geregeld in Par. 6 van Afd. 9, Titel 2, Boek 1 Rv..

NB de links naar wetten overheid op deze pagina zijn naar de NIET-DIGITALE versie van Rv.. Voor de versie van het wetboek voor digitale procedures klik hier.

Deskundigenbericht of verhoor van een deskundige

De rechter kan – op verzoek van een partij of ambtshalve – een deskundigenbericht of het horen van een deskundige bevelen (art. 194 lid 1 Rv.). Het vonnis vermeldt de punten waarover het oordeel van deskundigen wordt gevraagd. De hierna genoemde nadere beslissingen zijn steeds mogelijk hetzij ambtshalve, of op verzoek van de meest gerede partij, en na overleg met partijen.

Benoeming deskundige

De rechter benoemt de deskundige (of meerdere) na overleg met partijen (lid 2). De deskundige wordt opgedragen aan de rechter schriftelijk bericht in te leveren, of mondeling verslag uit te brengen.De deskundige krijgt van de griffier een afschrift van de beslissing waarin hij wordt benoemd.

Geen rechtsmiddel tegen beslissing tot benoeming deskundige

Wanneer een deskundige benoemd wordt, waarvan een partij vermoedt of weet dat deze zijn taak niet onafhankelijk kan vervullen, dan kan bezwaar gemaakt worden en kan een andere deskundige worden benoemd. Tegen de benoeming van een deskundige kan echter in beginsel geen rechtsmiddel worden ingesteld (lid 2). In zijn conclusie in de zaak HR 9 februari 2010 (Chipshol III/Luchthaven Schiphol) gaat de P-G in op de vraag, wanneer niettemin kan worden opgekomen tegen de beslissing tot benoeming (of de weigering een andere deskundige te benoemen). In casu beriep Chipshol zich erop dat de deskundige partijdig was gelet op zijn zakelijke banden met Luchthaven Schiphol. De P-G merkt hierover op (7.12):

“In de klacht wordt een beroep gedaan op de art. 198 lid 1 en 194 lid 4 Rv. en op art. 6 EVRM en wordt gesteld dat een doorbraak van het rechtsmiddelenverbod van art. 194 lid 2 Rv. gerechtvaardigd is.”

Na een uitstapje naar de Luchtvaartwet volgen – na de conclusie dat die uitzonderingsbepalingen hier niet gelden – de volgende overwegingen (7.15 en 7.16):

“Dit zou dan meebrengen dat de bepaling over de mogelijkheid van een hogere voorziening tegen de benoeming van (een) deskundige(n) in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering – art. 194 lid 2 Rv. – op onderhavige zaak wél van toepassing is met als gevolg dat vervolgens zou moeten worden beoordeeld of doorbreking van het rechtsmiddelenverbod aan de orde is.

Ik laat dit punt echter verder rusten omdat de beoordeling door de rechtbank van het bezwaar van Chipshol tegen de deskundige een feitelijk oordeel is dat in cassatie slechts op begrijpelijkheid kan worden getoetst. Nu de rechtbank de bezwaren van Chipshol in haar beslissing heeft betrokken, is de motivering van de rechtbank begrijpelijk en voldoende. Dit oordeel kan dus niet tot cassatie leiden.”

Weigering door deskundige

Als de deskundige de benoeming niet aanneemt, kan de rechter een andere deskundige benoemen (lid 4). Dat kan ook als de deskundige zijn taak niet naar behoren zal kunnen volbrengen of weigerachtig is om dat te doen.

Een partij kan ook bezwaar maken tegen de benoeming, bij voorbeeld omdat die volgens die partij niet onafhankelijk is. Ook dan kan de rechter besluiten een andere deskundige aan te wijzen. De rechter is daar echter vrij in.

Nader deskundigenbericht

Nadat de deskundige zijn rapport (bericht) heeft uitgebracht – of is gehoord – kan de rechter de deskundigen bevelen nadere mondelinge of schriftelijke toelichting te geven. De rechter kan de deskundige ook bevelen aanvulling te geven op het uitgebrachte deskundigenverslag of de mondelinge verklaring. Of een of meer andere deskundigen daartoe benoemen.

Voorschot voor de kosten van de deskundige

De rechter kan de deskundige vragen zijn kosten te begroten. Aan de hand daarvan stelt de rechter een voorschot vast, dat – in principe – betaald moet worden door de eisende partij. De rechter kan ook nadere voorschotten opleggen.

In het vonnis (ex art. 194 lid 1 Rv.) waarin wordt beslist, dat een deskundige zal worden benoemd, kan de rechter het voorschot ook – in verband met de omstandigheden van het geding – opleggen aan de wederpartij of aan beide partijen.

Alle voorschotten moeten betaald worden op de rekening van het gerecht waar de zaak dient dan wel ter griffie gestort te worden (art. 195 Rv.).

Partijen die op toevoeging procederen – of die onvermogend zijn – worden geen kosten opgelegd (tweede volzin).

Termijn voor betaling

De rechter kan een termijn stellen voor het voldoen van het voorschot ( (art. 196 Rv.). Hiertegen staat geen rechtsmiddel open. Wordt niet binnen die termijn betaald, dan kan de rechter daaraan “de gevolgen verbinden die hij geraden acht”. Dit zal dus meestal gevolgen hebben voor het te bewijzen feit

Verplichting deskundige

De deskundige die de opdracht aanvaard heeft, is verplicht deze naar beste weten te volbrengen (art. 198 lid 1 Rv.). De gang van zaken is beschreven in deze bepaling. De deskundige rapporteert aan de rechter, maar moet gelegenheid geven tot hoor en wederhoor.

Wanneer de deskundige zijn taak volbrengt, maar vervolgens blijkt dat deze nauwe relaties heeft met één van de partijen, dan kan dit nadelig werken voor de bewijskracht van het deskundigenbericht. Vgl. Hof Arnhem 27 april 2004, JBPr 2004, 56 (zie r.o. 4.4 laatste alinea), waar het Hof aanleiding zag het rapport aan te merken als een partijrapport en de kosten ten laste van de partij bracht die de deskundige kende.

Wanneer beide partijen samen hebben besloten een bepaalde deskundige aan te trekken en zich vooraf aan diens bevindingen gecommitteerd hebben, dan kan diens rapport niet zomaar buiten beschouwing blijven, ook niet wanneer verschillende deskundigen tot een ander oordeel over de gestelde vraag komen dan de door de rechtbank aangestelde deskundige. Vgl. Rb. Alkmaar 20 oktober 2004, NJ 2004, 647.

Deskundige in opdracht van partijen

De rechter kan ook besluiten een door een partij voorgedragen deskundige te horen (art. 200 lid 1 Rv.).

Beoordeling van het deskundigenbewijs

De rechter is in beginsel vrij in de beoordeling van het door middel van deskundigen – als deskundigenbericht of verhoor van deskundigen – geleverde bewijs. De mate waarin de rechter zijn beslissing zal moeten motiveren hangt af van de omstandigheden. Daarbij speelt onder andere mee de aard van het deskundigenbewijs (het onderwerp van deskundigheid) en de gang van zaken in de procedure, en de mate waarin partijen zich hebben kunnen uitlaten over het deskundigenbewijs.

In het arrest HR 5 december 2003 (Stichting Nieuw Vredenburgh/Nieuwe Hollandse Lloyd) vorderde de stichting een uitkering onder de bij NHL afgesloten brandverzekering. De Stichting droeg de bewijslast van haar stelling, dat de brand niet was veroorzaakt of de schade niet is vergroot door overtreding van clausule 12. Die clausule hield in: “Onmiddellijk na sluitingstijd moet de inhoud van de asbakken en afvalemmers worden verzameld in een metalen afvalbak, voorzien van een metalen deksel of in een afvalbak van onbrandbare en/of zelfdovende constructie.”

Nadat beide partijen verschillende deskundigen een rapport hadden laten uitbrengen, benoemde de rechtbank ook nog een onpartijdige deskundige, die zich mede had uitgelaten over de bevindingen van de andere drie deskundigen. De rechtbank en het Hof weken evenwel af van de bevindingen van die deskundige en wezen de vorderingen van de stichting af. De Hoge Raad acht de motivering van de beslissing van het Hof onvoldoende en overweegt hierover het volgende (r.o. 3.6 – redactie lay-out van MdV):

“In de onderhavige zaak hebben beide partijen aan de hand van door hen geraadpleegde deskundigen van wie de rapporten in het geding zijn, hun stellingen toegelicht. Omdat deze deskundigen het niet eens waren over de waarschijnlijke oorzaak van de brand, lag het voor de hand dat, zoals ook is gebeurd, een deskundige door de rechter werd benoemd die (mede) tot taak had ten behoeve van de rechter commentaar te leveren op de rapporten van de door partijen geraadpleegde deskundigen.

Indien de rechter in een dergelijk geval de zienswijze van de door hem aangewezen deskundigevolgt, zal de rechter zijn beslissing in het algemeen niet verder behoeven te motiveren dan door aan te geven dat de door deze deskundige gebezigde motivering. Zeker als deze vooral is gebaseerd op bijzondere kennis, ervaring en/of intuïtie, hem overtuigend voorkomt.

De rechter zal op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door hem aangewezen deskundige moeten ingaan, als deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze.

Indien de rechter in een geval als hier bedoeld de zienswijze van de door de hem benoemde deskundige niet volgt, dient hij in beginsel zijn oordeel van een zodanige motivering te voorzien, dat deze voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang om deze zowel voor partijen als voor derden, daaronder begrepen de hogere rechter, controleerbaar en aanvaardbaar te maken.

[Met name in een geval als hier bedoeld] waarin partijen, door zich te beroepen op de uiteenlopende zienswijzen van de door haar geraadpleegde deskundigen, voldoende gemotiveerde standpunten hebben ingenomen en voldoende duidelijk hebben aangegeven waarom zij het oordeel van de door de rechter benoemde deskundige al dan niet aanvaardbaar achten.”

In de zaak van HR 19 oktober 2007 (gelaedeerde/Interpolis) kwam de gelaedeerde in cassatie tegen de beslissing van het Hof tot afwijzing van zijn vordering tot schadevergoeding wegens arbeidsongeschiktheid, nadat een deskundige in een voorlopig deskundigenonderzoek – dat was ingesteld op verzoek van de gelaedeerde – tot het oordeel kwam dat er geen sprake was van arbeidsongeschiktheid. De Hoge Raad bekrachtigt het oordeel van het Hof, overwegende (r.o. 3.6, laatste alinea):

“… heeft het hof met het hiervoor geciteerde oordeel vooropgesteld dat een procespartij die onder overlegging van een bericht dat is uitgebracht in een voorlopig deskundigenonderzoek een vordering instelt, rekening ermee heeft te houden dat hij met deugdelijke argumenten moet komen als hij de rechter ervan wil weerhouden dat deskundigenbericht te volgen.”

De maatstaf uit het arrest Vredenburgh/NHL heeft de Hoge Raad herhaald in de zaak HR 19 februari 2010 (Chipshol III/Luchthaven Schiphol). De Hoge Raad overweegt als volgt (r.o. 7.2.4):

“Daarbij wordt tot uitgangspunt genomen dat de waardering van bewijs is voorbehouden aan de rechter die over de feiten oordeelt en dat deze daarbij een grote mate van vrijheid heeft, waarbij hij in beginsel een beperkte motiveringsplicht heeft ook wat betreft zijn beslissing de zienswijze van een deskundige al dan niet te volgen.

In het licht hiervan is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd het kennelijke oordeel van de rechtbank, dat de door Chipshol genoemde verschillen tussen de bevindingen van de deskundigen en die van A en G niet een voldoende (overtuigende) betwisting inhouden van de zienswijze van de deskundigen.

Rechtspraak

Hof Arnhem 27 april 2004, JBPr 2004, 56

Rb. Alkmaar 20 oktober 2004, NJ 2004, 647

Beoordeling deskundigenbewijs en motivering

HR 5 december 2003 (Stichting Nieuw Vredenburgh/Nieuwe Hollandse Lloyd) – Indien de rechter de zienswijze van de door hem aangewezen deskundige volgt, zal de rechter zijn beslissing in het algemeen niet verder behoeven te motiveren dan door aan te geven dat de door deze deskundige gebezigde motivering zeker als deze vooral is gebaseerd op bijzondere kennis, ervaring en/of intuïtie, hem overtuigend voorkomt. De rechter zal op specifieke bezwaren van partijen tegen de zienswijze van de door hem aangewezen deskundige moeten ingaan, als deze bezwaren een voldoende gemotiveerde betwisting inhouden van de juistheid van deze zienswijze.
Indien de rechter in een geval als hier … de zienswijze van de door de hem benoemde deskundige niet volgt, dient hij in beginsel zijn oordeel van een zodanige motivering te voorzien, dat deze voldoende inzicht geeft in de daaraan ten grondslag liggende gedachtegang.

Auteur & Last edit

[MdV, 29-6-2018; laatste bewerking 11-02-2020]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.