Bewijs (Afd. 9, Titel 2, Boek 1 Rv.)

Inleiding bewijsrecht

Het bewijsrecht is te vinden in de 9e Afdeling van Titel 2 , Boek 1 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Deze afdeling is onderdeel van de wettelijke regeling van de dagvaardingsprocedure, maar heeft een veel verstrekkender werking dan alleen binnen die procedures. Zo vinden we daar ook de wettelijke definitie van de begrippen “akte”, “authentieke akte” en “onderhandse akte”, die in het gehele goederen- en contractenrecht doorwerken.

De regeling van het bewijsrecht is te vinden in de art. 149 Rv. t/m art. 207 Rv..

*NB de links op deze pagina verwijzen naar de versie van de wet zoals die geldt voor digitaal procederen. Zie voor niet-digitaal deze link.

Eisende partij: stellen en bewijzen

De eisende partij moet alle relevante feiten stellen, waarop hij zijn rechtsvordering baseert. Dit volgens de zgn. “deductieve redenering”: hij stelt één of meerdere feiten, en één of meerdere rechtsregels, op basis waarvan die feiten tot de onmiskenbare conclusie leiden, dat de op die rechtsregels gebaseerde vordering moet worden toegewezen. Worden onvoldoende relevante feiten gesteld, dan strandt de vordering reeds daarop.

Naast het stellen van die feiten moet de eisende partij die feiten ook zo nodig bewijzen, tenzij de bewijslast krachtens de wet (vgl. het wettelijk vermoeden van art. 2:248 lid 2 B.W. voor het geval waarin de jaarrekeningen niet of niet tijdig gedeponeerd zijn) of door de rechter wordt omgekeerd. Hij moet ook een zo concreet mogelijk bewijsaanbod doen welke stellingen in het bijzonder hij hoe wil bewijzen.

Verwerende partij: feiten ten verweer stellen en tegenbewijs

De verwerende partij moet stellingen aanvoeren, waarmee de door de eisende partij gestelde feiten worden ontkracht, en moet waar mogelijk feiten stellen op grond waarvan de rechtsregel waarop de vordering van de eisende partij gebaseerd is niet van toepassing is. Hij kan ook een aanbod doen tot het leveren van tegenbewijs. Een aanbod tot het leveren van tegenbewijs door middel van getuigen hoeft niet specifiek te zijn (zie HR 13-02-2009 Bos/Ontvanger).

Wetswijziging bewijsrecht

De regering Rutte III heeft bij brief aan de TK en de EK laten weten het wetsvoorstel “Informatiegaring in civiele zaken” in te trekken. Deze zag op een herziening van de bewijsgaring op grond van art. 843a Rv..

De regering werkt aan een nieuw meer omvattend wetsvoorstel inzake de herziening van het bewijsrecht. Dit zal geen worden op de suggesties in het rapport van de expertgroep Hammerstein. Deze omvatten de volgende punten:

– verplichting tot vooraf aanleveren alle bewijsmateriaal

– verruiming inzagerecht / exhibitieplicht

– bewijsbeslag wettelijk regelen

– bevorderen van het gebruik van buitengerechtelijk afgelegde / vastgelegde getuigenverklaringen

– stroomlijnen en uniformering regeling voorlopige bewijsmaatregelen

– omgang met vertrouwelijke informatie

Twee recente uitspraken, die interessant zijn tegen de achtergrond van deze ontwikkelingen zijn de volgende:

HR 17 november 2017 Stichting Beheer SNS Reaal/Staat c.s.(RvdW 2017, 1197). Het verzoek tot het doen houden van een voorlopig getuigenverhoor in verband met de procedure omtrent de onteigening van de SNS wordt door de Hoge Raad afgewezen. Dit omdat dat verzoek thuis hoort in het kader van de procedure van art. 6:11 Wft en die regeling ook is omvat met waarborgen voor deelname door andere belanghebbenden. De Stichting stelt onvoldoende informatie te hebben over het aanbod tot vergoeding van de Minister voor de onteigende aandelen ter hoogte van nul Euro.

Vz. rechter rechtbank Den Haag d.d. 22 november 2017 bewijsgaring mobiele telefoons door ACM: de Voorzieningenrechter achtte de regeling van de ACM inzake het kopiëren en inzien van gegevens op mobiele telefoons van werknemers van een kartelverdachte (de regeling “Digitale Werkwijze”) toereikend met het oog op de privacybescherming in het licht van art. 8 EVRM. De gegevens werden (ongelezen) opgeslagen en met kenwords doorzoekbaar gemaakt; de betrokkenen konden vervolgens aangeven, welke data privé zouden zijn. Vgl. ook de pagina Dataonderzoek door de curator.

Vordering tot inzage of afgifte administratie

Een partij kan ook eisen dat de wederpartij inzage geeft in voor de procedure relevante informatie. Zie de pagina art. 843a Rv. Exhibitieplicht.

Auteur & Last edit

[MdV, 29-11-2016; bijgewerkt 29-06-2018]

1 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 51 vote, average: 4,00 out of 5 (1 votes, average: 4,00 out of 5)
You need to be a registered member to rate this.

Over Lawyrup

De website van Lawyrup bevat knowhow over vermogensrecht, civiel proces- en executierecht en insolventierecht. Elke Paragraaf, Afdeling, Titel en Boek van de wet heeft een pagina. Elke pagina geeft een toelichting op de wet met links naar de actuele wettelijke bepalingen op “wetten overheid”. Daarnaast behandelt Lawyrup de bijbehorende relevante rechtspraak met ECLI-links.